Hans Hermann Groër

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
graf van kardinaal Groër

Hans Hermann Groër O.S.B. (Wenen, 13 oktober 1919Sankt Pölten, 24 maart 2003) was een Oostenrijks katholiek geestelijke. Van 1986 tot 1995 was hij de aartsbisschop van Wenen. Hij werd in 1988 kardinaal gecreëerd. De Santi Gioacchino e Anna al Tuscolano was zijn titelkerk.

Groër was in zijn jongere priesterjaren eerst verbonden aan seminaries en aan scouting; pas veel later, in 1974, trad hij in bij de benedictijnen. Hij heeft zich in zijn priesterleven aan het herstel van het Mariabedevaartsoord Roggendorf gewijd, in de geest van het Portugese Fátima.

Pas toen zijn termijn als bisschop er vrijwel opzat werd Groër in 1995 door verschillende oud-seminaristen en oud-leerlingen aangeklaagd voor seksueel misbruik van minderjarigen. De beschuldiging werd onder meer geuit door Joseph Hartmann, een oud-leerling van een kostschool waar Groër werkte. Hartmann reageerde op Groërs uithaal naar mensen die het tegenwoordig niet zo nauw namen met de seksuele moraal van de Kerk. Een anti-Groër-petitie (Kirchenvolksbegehren) met een half miljoen handtekeningen volgde.[bron?] Groër bracht met dat al ook verdeeldheid in het Oostenrijkse bisschoppencollege waarvan hij de voorzitter was. De Oostenrijkse bisschoppen kwamen tot de conclusie dat Groërs positie onhoudbaar was.[bron?]

Nog datzelfde jaar trad hij af als aartsbisschop. Paus Johannes Paulus II dwong hem in april 1998 alle kerkelijke activiteiten stop te zetten en zelfs Oostenrijk te verlaten.[bron?] Groër trok naar een klooster in het Duitse Dresden maar keerde eind 1998 terug naar Oostenrijk. Hij vroeg openlijk om vergiffenis zonder evenwel met zoveel woorden schuld te bekennen.

Groër stierf in St. Pölten, waar zijn vroegere hulpbisschop in Wenen, dr. Kurt Krenn, inmiddels bisschop was geworden.

De Duitse psychotherapeut, priester en kerkcriticus Eugen Drewermann nam het in zekere zin voor Groër op. Hij noemde de afgetreden aartsbisschop het typische voorbeeld én slachtoffer van de "in seks verstikte katholieke, klerikale structuren".[bron?]

Groër leefde de laatste jaren teruggetrokken in het trapistinnenklooster Marienfeld, vlak ten noorden van Wenen. Daar is hij ook begraven.