Sankt Pölten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
St. Pölten
Gemeente in Oostenrijk Vlag van Oostenrijk
Sankt Pölten
Sankt Pölten
Situering
Deelstaat Neder-Oostenrijk
District Zelfstandige stad
Coördinaten 48° 12′ NB, 15° 37′ OL
Algemeen
Oppervlakte 108,48 km²
Inwoners (31-10-2008) 51.509 (474,8 inw/km²)
Hoogte 267 m.ü.A.
Overig
Postcode 3100
Netnummer 02742
Kenteken P
Gemeentenummer 3 02 01
Website noe.gv.at/Bezirke/Magistrat-St-Poelten-Stadt.html
Portaal  Portaalicoon   Centraal-Europa

Sankt Pölten (Beiers: St. Pöitn) is een statutaire stad in de Oostenrijkse deelstaat Neder-Oostenrijk. Het is de hoofdstad van de deelstaat en wordt omgeven door het district Sankt Pölten-Land. De stad heeft ongeveer 49.100 inwoners.

Geografie[bewerken]

Sankt Pölten heeft een oppervlakte van 108,52 km². Het ligt aan de Traisen, een zijrivier van de Donau, in het noordoosten van Oostenrijk, hemelsbreed ca. 60 km ten westen van de hoofdstad Wenen.

De stadsdelen

Indeling van de gemeente[bewerken]

De gemeente is onderverdeeld in elf deelgemeenten. Ten westen van de Traisen liggen van noord naar zuid gezien: Radlberg, Viehofen, St. Pölten, Spatzern en St. Georgen. Ten oosten of aan beide zijden van de Traisen liggen van noord naar zuid gezien: Pottenbrunn, Ratzersdorf, Wagram, Stattersdorf, Harland en Ochsenburg.

Geschiedenis[bewerken]

De prehistorie[bewerken]

De eerste nederzetting van mensen in het gebied van het huidige St. Pölten was tijdens het Neolithicum. Uit deze tijd zijn in het stadsdeel Pottenbrunn vondsten van keramiek en stenen werktuigen gedaan. Ook in de bronstijd en in de Hallstatt-periode woonden hier mensen. In de zevende en zesde eeuw voor Christus woonden er Illyriërs, waar ook enkele vondsten van zijn. Van de Kelten zijn geen vondsten gedaan. Maar de oudste vorm van de naam van de rivier de Traisen is Tragisa, wat een Keltisch woord is voor 'snelstromende'. Ook "Cetium" komt van het Keltische woord "keto", dat "hout" of "bos" betekent. [1]

De oudheid[bewerken]

De oude binnenstad van Sankt Pölten bevindt zich op de plek waar van de 2e tot de 4e eeuw de Romeinse stad Municipium Aelium Cetium lag. Deze plaats werd door Aelius Hadrianus tot stad verheven, die ook zijn naam aan de stad gaf. De naam Cetius gaat terug op de Griekse naam "ketion horos", in het Latijn "Cetius mons". Met deze naam benoemde Ptolemaeus het Wienerwald, mogelijk inclusief het Dunkelsteinerwald. Aelium Cetium was één van de drie steden ten zuiden van de limes aan de Donau in Noricum, naast Ovilava (Wels) en Lauriacum (Lorch, tegenwoordig een deel van Enns). Municipium Aelium Cetium wordt genoemd in de Romeinse reisgids Itinerarium Antonini.

In de vierde eeuw werd Favianae of Favianis (Mautern) belangrijker dan Aelium Cetium. Mogelijk was Aelium Cetium toen verwoest. Aelium Cetium wordt nog genoemd in de beschrijving van het lijden van Florianus van Noricum. Deze was de hoogste ambtenaar (ex principe officii praesidis) onder de stadhouder van Noricum ripens in Ovilava (Wels), maar werd in 303 ontslagen, omdat hij Christen was en weigerde een offer aan de Romeinse goden te brengen. In 303 had de Romeinse keizer Diocletianus verordend om Christelijke ambtenaren te ontslaan. Florianus werd verbannen naar het verafgelegen Aelium Cetium, waar mogelijk een Christengemeenschap was.[2] In 304 ging hij ondanks zijn verbanning naar Lauriacum (Lorch, Enns) om de Christenen tegen wie een proces was aangespannen bij te staan. Daar werd hij op bevel van Romeinse stadhouder Aquilinus gearresteerd en samen met andere Christenen ter dood veroordeeld. Op 4 mei 304 werd hij verdronken in de Enns met een molensteen om de hals. In 308 werd bij de Keizersconferentie van Carnuntum het christendom weer toegestaan in het Romeinse Rijk. Aelium Cetium wordt in de levensbeschrijving van Severinus, die in de vijfde eeuw leefde, niet meer genoemd.

In 488 trokken de Romanen weg uit Noricum ripens. Het is niet te zeggen of er nog mensen in Aelium Cetium bleven wonen. Er zijn in St. Pölten geen sporen gevonden van volkeren uit de 5e tot 8e eeuw. Wel woonden er in het midden van de zesde eeuw in de buurt van St. Pölten, in het zuidoosten van het Dunkelsteinerwald Bajuwaren, die uit het oosten waren gekomen. Dit valt af te leiden van plaatsnamen die op -ing eindigen (bijvoorbeeld Neidling en Afing), wat Bajuvaars is. Iets later woonden er ook Slaven, die vermoedelijk als onderworpen volk met de Avaren waren meegekomen. Er zijn in de omgeving van St. Pölten ook plaatsnamen en rivieren die Slavisch van oorsprong zijn, zoals Perschling, Sierning, Pielach en Böheimkirchen.[1]

De middeleeuwen[bewerken]

Voor de veldtochten van Karel de Grote tegen de Avaren (791-797) heette het land ten oosten van de rivier de Enns, het huidige Neder-Oostenrijk, het land van de Avaren. Na de overwinning van Karel de Grote op de Avaren kwam dit gebied bij het rijk van Karel de Grote. Rond 800 werd hier, bovenop de resten van Aelium Cetium, het benedictijnenklooster Hippolyt gesticht als dochter van de abdij van Tegernsee in Zuid-Beieren en bevolkt vanuit Tegernsee. Sint Hippolytus werd in dit klooster herbegraven en daarom is dit klooster naar hem genoemd. Waarschijnlijk kreeg Tegernsee dit klooster als beloning voor de deelname aan de strijd tegen de Avaren. Het was het oudste middeleeuwse klooster van Neder-Oostenrijk. Tot de late middeleeuwen was het klooster Hippolyt met zijn bezittingen eigendom van het bisdom Passau. St. Hippolyt stond nog op twee middeleeuwse lijsten van verloren gegane voormalige bezittingen van het benedictijnenklooster Tegernsee.

In 799 werd de stad als Treisma of Traisma vermeld, naar de rivier de Traisma (Traisen). Later werd de plaats vernoemd naar de heilige Hippolytus, van wiens naam Pölten een verbastering is.

In 1050 kreeg St. Pölten marktrecht. In 1081 werd het Benedictijnse klooster door de bisschop van Passau veranderd in een klooster van Augustijner Koorheren (kanunniken). De benedictijnen werden uit het klooster gezet en probeerden nog zonder succes het klooster met geweld terug te veroveren.

Het stadhuis van Sankt Pölten, in het oude centrum

Op 10 mei 1159 verleende Koenraad van Babenberg, toen bisschop van Passau, stadsrecht aan St. Pölten. Daarmee is St. Pölten de oudste middeleeuwse stad van Oostenrijk.[3] In de twaalfde eeuw waren er lakenwevers in St. Pölten actief, die roodgekleurd, grofgeweven textiel produceerden, das Pöltinger Tuch. Dit werd verhandeld door handelaren uit Wilhelmsburg, Kilb, Loosdorf, Pöchlarn, Melk en Ybbs en op de Weense markt verkocht. Als lokale maat werd de Pöltinger Metzen ingevoerd. Ook was er een beroepsmatige geldwisselaar.[4]

In de dertiende eeuw werd St. Pölten versterkt met een stadsmuur.

In 1481 verpandde Friedrich Mauerkircher, de bisschop van Passau, uit geldgebrek de stad aan de Hongaarse koning Matthias Corvinus. Deze maakte de stad tot steunpunt in de oorlog tegen Frederik III. Na de verdrijving van de Hongaarse koning, eiste Maximiliaan I bij de vrede van Pressburg van 1491 St. Pölten op als krijgsbuit en gaf het niet terug aan het bisdom van Passau.

16e en 17e eeuw[bewerken]

In 1529 hielp de stadsmuur St. Pölten te verdedigen tegen het Ottomaanse leger van Süleyman I.

In 1544 waren er in het augustijnenklooster nog slechts tien geestelijken. In 1550 kon het klooster niet voor een predikant zorgen in de kerk. Geleidelijk aan werd er in de abdijkerk door lutherse predikanten gepreekt. De adellijken in de omgeving gingen over op het lutheranisme. Rond 1560 was een groot deel van de bevolking luthers geworden. In 1563 werd een protestant, Martin Zandt, stadsrechter. In 1568 stond stond keizer Maximiliaan II in 1568 godsdienstvrijheid toe aan de hogere standen. Deze vrijheid gold niet voor de steden. In 1573 liet de abt Georg Huber de kerk sluiten. 's Nachts werd door raadsleden onder leiding van Martin Zandt de kerkdeur opengebroken. Als gevolg daarvan werd de predikant door de keizer weggestuurd en werd de stadsrechter gearresteerd en uit zijn ambten gezet. Tijdens de contrareformatie moesten nieuwe burgers de katholieke geloofsbelijdenis afleggen. In 1589 kreeg een radicale protestantse groep toch de meerderheid in de raad.

In 1595 brak er in het westen van Neder-Oostenrijk een boerenoorlog uit. St. Pölten werd belegerd, maar bleef trouw aan de Habsburgers en sloot zich niet aan bij de opstand. Keizerlijke troepen verdreven de boeren en 29 leiders werden uitgeleverd. Eén leider van de boeren, Haller, werd doodgeschoten en één leider, de leraar Steinhausen, pleegde zelfmoord. Vier boerenleiders werden vier weken later op gruwelijke wijze terechtgesteld. De Vlaming Joris Hoefnagel maakte een gravure waarop de stad St. Pölten te zien is met de opgestelde galgen op de voorgrond. Deze gravure verscheen in 1617 in het stedenboek van Braun.[5]

Vanaf 1603 moesten de handelingen van de gemeenteraad in overeenstemming met de wil van de vorst van het aartshertogdom zijn. In 1603 kwam de bisschop van Wiener Neustadt Melchior Klesl persoonlijk naar St. Pölten en verplichtte de burgers te zweren om de missen in de nu weer katholieke stadskerk te bezoeken. In 1623 werden er in het kader van de contrareformatie jezuïeten naar de stad gehaald. In dat jaar moesten ook 25 families die weigerden katholiek te worden St. Pölten en Oostenrijk verlaten.[6]

De kathedraal van Sankt Pölten

In 1683 hielp de stadsmuur opnieuw bij de verdediging tegen de voorhoede van het Ottomaanse leger. St. Pölten werd niet aangevallen. De omgeving werd wel geplunderd en er werden mensen gevangengenomen. Na het ontzet van Wenen door met name de Poolse koning Sobieski behaalde Oostenrijk militaire successen op het Ottomaanse rijk en werd het een grote Europese mogendheid. St. Pölten werd een centrum van de barokke kunst in het westen van Neder-Oostenrijk door de bouw en verbouwingen van Jakob Prandtauer en Josef Munggenast.

18e eeuw[bewerken]

In 1709 vestigden de kloosterorde van de "Englische Fräulein", dat voor het eerst onderwijs aan meisjes gaf, en die van de karmelietessen zich in St. Pölten.[7]

In oktober 1741, in de Oostenrijkse Successieoorlog, bezetten Franse en Beierse troepen onder bevel van de keurvorst Karel Albrecht St. Pölten zestien dagen lang. In elk huis werden tot wel 100 soldaten gelegerd.[7]

Tijdens de hervormingen van keizer Jozef II werden vier van de zes ordes opgeheven, eerst die van de jezuïeten en tussen 1782 en 1784 de kloosters van de karmelietessen (toen met 19 nonnen), de karmelieten (toen met 15 ingezetenen) en van de augustijnse koorheren opgeheven. Alleen das Institut der Englische Fräulein en het klooster van de franciscanen bleven bestaan in St. Pölten. In 1785 werd het bisdom van Wiener Neustadt opgeheven en het bisdom Sankt Pölten opgericht. Keizer Jozef II had bereikt dat de parochies van het westen van Neder-Oostenrijk overgingen van het bisdom Passau naar het nieuwe bisdom Sankt Pölten. De abdijkerk van het augustijnenklooster werd de dom van het nieuwe bisdom en de gebouwen van het augustijnenklooster werd het bisschoppelijk paleis. De laatste bisschop van Wiener Neustadt, Henricus Kerens uit Limburg, werd de eerste bisschop.[8] De Duitse keizer Jozef II voerde verder algemene godsdienstvrijheid in en schafte de horigheid af.

In 1787 werd St. Pölten garnizoensstad. Toen trok het regiment "Pelegrini 49" in het lege klooster van de karmelietessen. Voor de verzorging van de soldaten werd de kerk gebruikt.

De Lutherse kerk van St. Pölten

19e eeuw[bewerken]

Op 11 november 1805 werd de stad voor het eerst door Napoleon I ingenomen. De Franse troepen wilden geld en horloges en namen wijn en paarden in beslag.[9] Napoleon bleef er twee dagen en rukte daarna verder op naar Wenen. In mei 1809 werd de stad opnieuw bezet door Franse troepen, die nu langer bleven. Napoleon gebruikte het bisschoppelijk paleis als zijn kwartier, de rest van de stad was ook vol ingekwartierde soldaten. Wapens werden ingevorderd en er werd een gendarmerie gevormd. Er brak een epidemie uit waardoor 37 % van de pasgeborenen overleed.[9]

In 1848 moesten de mensen uit St. Pölten voor het eerst stemmen en wel voor drie zaken, namelijk voor het Frankfurter Parlement, voor de Neder-Oostenrijkse provinciale landdag en voor de constitutionele Rijksdag.

In 1858 werd de Kaiserin-Elisabeth-Bahn geopend, later Westbahn genoemd. Dit trok bedrijven en mensen aan, waardoor St. Pölten groeide. In 1858 had het een klein stationnetje, in 1860 werd het eerste grote station geopend. De stadsmuur en zijn torens werden gesloopt en de gracht om de stad gedempt. Op de plaats van de stadsmuur kwam een ringweg, de promenades.[10] Aan het eind van de negentiende eeuw liet de Lutherse gemeente van St. Pölten een kerk in gotische stijl bouwen.

20e eeuw[bewerken]

Vanaf 1903 kwamen er onder burgemeester Wilhelm Voelkl grote bedrijven naar St. Pölten zoals de machinefabriek Voith, Glanzstoff, de spoorwegwerkplaats en de papierfabriek Salzer.

De voormalige synagoge van St. Pölten

In 1912-1913 bouwde de Israëlitische gemeente van St. Pölten een synagoge in Jugendstil. Hij was voor een groot deel gefinancierd doordat enkele leden van de Israëlitische gemeente van St. Pölten hun kerkbijdrage een paar jaar vooruit hadden betaald.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) moesten dienstplichtige Oostenrijkse mannen in het keizerlijke Oostenrijkse leger en wat oudere mannen bij de Landwehr dienen. Diverse regimenten waren in St. Pölten gestationeerd, zoals een regiment van de landweer (Landwehr), en verder de Kopaljäger, de Hessen, de Landsturm en een telegraafregiment.

Na het uitbreken van de oorlog met Italië werd de Torpedofabriek van Whiteheadwerke uit de destijds Hongaarse (nu Kroatische) havenstad Fiume naar het noorden van St. Pölten verplaatst. [11]

St. Pölten tijdens de Eerste Republiek Oostenrijk (1918-1938)[bewerken]

Na de Eerste Wereldoorlog lukte het de fabriek Whiteheadwerke niet goed om over te schakelen op de vredeseconomie en werd de productie gestopt.

In 1922 werd de gemeente vergroot met de buurgemeenten Spratzer met Teufelhof in het zuiden, Viehofen in het noorden en Wagram ten oosten van de Traisen. Op 22 februari 1922 kreeg St. Pölten een statuut.[12]

In de jaren dertig van de 20e eeuw gingen een papierfabriek en andere bedrijven in St. Pölten failliet en raakten veel mensen uit St. Pölten werkloos.[11]

In 1929 en 1930 waren er grote optochten van de paramilitaire "Republikanischer Schutzbund" van de sociaaldemokraten en andersgezinde paramilitaire 'Wehrverbände'. In februari 1934 waren er 's nachts diverse gevechten tussen de paramilitaire groepen. De sociaaldemokratische burgemeester Stefan Buger werd afgezet en de gemeenteraad ontbonden. Rechtse paramilitairen namen de leiding van de stad over. Dr. Heinrich Raab werd later burgemeester.[13]

St. Pölten tijdens de Duitse bezetting (1938-1945)[bewerken]

Na de Anschluss in 1938 moesten dienstplichtige Oostenrijkse mannen, die nu de Duitse nationaliteit kregen, voor zover ze tot het Arische ras werden gerekend, in het Duitse leger dienen, bijvoorbeeld bij de Wehrmacht. Vanaf 12 maart 1938 tot april 1945 werden politieke tegenstanders van het nationaalsocialisme en verzetsgroepen vervolgd. Actieve tegenstanders werden naar het concentratiekamp Dachau gebracht. Ook werden er mensen door de Gestapo gevangengezet en werden er mensen geëxecuteerd.

In St. Pölten was een garnizoen van de Wehrmacht gelegerd, er was een bestuurscentrum van de Wehrmacht, er werden Duitse reservisten opgeleid en er was een lazaret.[14]

In 1938 werd St. Pölten in het noorden uitgebreid met de gemeentes Radlberg, Ratzersdorf en Stattersdorf en in het zuiden met industriedorp Harland en een paar kleine dorpjes.[14] "Statutarstadt" (statutaire stad) werd veranderd in "kreisfreie Stadt", zoals zo'n stad in Duitsland genoemd werd (en nog wordt). Op 1 oktober 1938 kreeg St. Pölten een "Oberbürgermeister", maar de meeste invloed had het districtsbestuur van de NSDAP.

De Joden van St. Pölten, die een aanzienlijke rol in het zakenwezen van St. Pölten en ook wel in het culturele leven hadden gespeeld, werden uitgeschakeld. In de nacht van 9 op 10 november 1938 (de Kristallnacht) werd de synagoge van St. Pölten in de Schulpromenade in brand gestoken door leden van de SS en de SA. De brand kon geblust worden. Op de 10e, overdag, werd met name het interieur van de synagoge verder vernield door 300-400 mensen, deels in burger. Tijdens de nationaalsocialistische bezetting werden de Joden die in St. Pölten waren, naar Duitse concentratiekampen gebracht. Slechts enkele Joden uit St. Pölten hebben de Tweede Wereldoorlog overleefd.[15]

Tijdens de Duitse bezetting werd de invloed van de katholieke kerk teruggebracht. Zo moesten de nonnen van de eeuwenoude meisjesschool "das Institut der Englische Fräulein" hun school uit, om plaats te maken voor de meisjesschool "Oberschule für Mädchen". Het gymnasium werd veranderd in de jongensschool "Oberschule für Jungen". Het werd aangemoedigd om uit de kerk te stappen.

Op 26 juni 1944, werd St. Pölten voor de eerste keer gebombardeerd door de Russische luchtmacht. Later volgden nog negen bombardementen. Op 13 april 1945 was het Rode Leger St. Pölten genaderd en bestookte het met artillerie. In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog, in de nacht van 14 op 15 april 1945, werd St. Pölten door troepen van de Sovjet-Unie, onder leiding van maarschalk Tolbuchin ingenomen. Ze stuitten daarbij op niet zo'n grote weerstand van Duitse troepen. Op 27 april 1945 hielden de gevechten aan het Duits-Russische front ten zuiden van de Donau op.[16] Tijdens de bombardementen waren 591 burgers om het leven gekomen: 345 mannen, 78 vrouwen en 29 kinderen uit St. Pölten en 139 personen van buiten St. Pölten. Er was aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bij 39% van de huizen schade, in totaal 1692 gebouwen: 17 huizen waren totaal verwoest en 366 huizen hadden zware schade. 212 woningen waren geheel verwoest, 1216 zwaar en 1324 licht beschadigd. [17]

St. Pölten na WO II[bewerken]

St. Pölten lag tot 1955 in de Russische bezettingszone. Na de inname stelden de Russen een Russische stadcommandant aan. Günther Benedikt (partijloos) werd voor korte tijd aangesteld als burgemeester. In mei 1945 werd deze vervangen door Frans Käfer (KPÖ) die in opdracht van de bezettingsmacht tot 1950 aanbleef. In St. Pölten was een sterk garnizoen van het Rode Leger gelegerd, waarvoor alle kazernes van St. Pölten en nog een paar gebouwen, waaronder het gebouw van de districtsrechtbank (Kreisgericht), gebruikt werden. De grote bedrijven Voithwerke en de Glanzstoff-fabriek werden onder Russisch bestuur gesteld. Tijdens de Russische bezetting verdwenen er mensen. In 1950 waren er gemeenteraadsverkiezingen. Door het Oostenrijkse Staatsverdrag van 15 mei 1955 kwam er een einde aan de bezetting van Oostenrijk door de gealliëerden en op 13 september 1955 verliet de laatste soldaat van het Russische bezettingsleger St. Pölten. In 1955 kwamen ook verdwenen mensen weer terug naar St. Pölten.[18]

In 1948 werd begonnen met de wederopbouw van de verwoeste gebouwen. In 1955 waren de meeste gebouwen hersteld.[17]

In 1957 werden de kazernes op de Schießstattring in St. Pölten betrokken door het nieuw opgerichte Oostenrijkse leger ("Bundesheer").

In 1958 werd St. Pölten bereikbaar via de Oostenrijkse snelweg A1.[19]

In 1971 werden de gemeenten Ochsenburg en St. Georgen en in 1972 de gemeente Pottenbrunn bij St. Pölten gevoegd.

In 1986 stelde Sankt Pölten zich kandidaat als nieuwe hoofdstad van Neder-Oostenrijk, en werd het gekozen, zodat het sinds 10 juli 1986 de hoofdstad van Neder-Oostenrijk is. Sinds 1997 bevindt de regering van de deelstaat zich ook hier.

In 2008 brak er brand uit in de fabriek van Glanzstoff, waarna de vestiging van Glanzstoff in St. Pölten werd gesloten.

Burgemeesters vanaf 1945[bewerken]
  • april-mei 1945: Günther Benedikt (partijloos)
  • 1945-1950: Franz Käfer (de Communistische Partij van Oostenrijk, KPÖ)
  • 1950-1960: Wilhelm Steingötter (de Sociaaldemocratische Partij van Oostenrijk, SPÖ)
  • 1960-1970: Rudolf Singer (SPÖ)
  • 1970-1985: Hans Schickelgruber (SPÖ)
  • 1985-2004: Willi Gruber (SPÖ)
  • vanaf 2004: Mattias Stadler (SPÖ)
Sankt Pölten vanuit de lucht

Cultuur[bewerken]

Monumenten[bewerken]

  • de domkerk, oorspronkelijk een abdijkerk uit de 12de eeuw, is barok herbouwd door Jakob Prandtauer
  • stadhuis (16de eeuw) is ook in barokstijl herbouwd
  • apotheek Zum Goldenen Löwen: de oudste zaak van St.Pölten uit de 16e eeuw met een barokke fassade van Joseph Munggenast
  • Herrenplatz: een plein met een dagelijkse markt
  • Olbrich-Haus: een gebouw van Jugendstil-architectuur
  • Institut der Englische Fräulein, gebouwd vanaf 1707 door Jakob Prandtauer of Josef Munggenast
  • Franciscaanse kerk, de kapel van het priesterseminarie van St. Pölten
  • Prandtauerkirche en Karmeliterhof, gebouwd vanaf 1707 door Jakob Prandtauer
  • Landestheater Niederösterreich: in 1820 door Josef Schwerdfeger gebouwd, in 1893 en 1968 verbouwd en uitgebreid. Tot 2005 stadstheater, sinds 2005 woordtheater.
  • de voormalige hoofdsynagoge van St. Pölten uit 1913, in Jugendstil architectuur, werd in 1938 verwoest. In 1980-1984 is ze gerestaureerd. Er is sinds 1988 een instituut gevestigd dat de geschiedenis van de Joden in Oostenrijk bestudeert.[20]
  • Slot Ochsenburg in het stadsdeel Ochsenburg. Vroeger zomerresidentie van het bisdom St. Pölten, maar in 2010 had het bisdom besprekingen om het te verkopen.[21]
  • Slot Pottenbrunn, een renaissanceslot in het stadsdeel Pottenbrunn. Het is in particulier bezit gerestaureerd en wordt bewoond. Het is dus alleen vanaf de buitenkant te bekijken.
  • Slot Viehofen in het stadsdeel Viehofen. Het was vervallen na WO II. Het is sinds 2003 in particulier bezit en wordt gerestaureerd.
  • Slot Wasserburg, een barokslot met een slotgracht in het stadsdeel Pottenbrunn. Het is in particulier bezit en wordt gedeeltelijk bewoond en gedeeltelijk verhuurd, bijvoorbeeld voor bruiloften.
  • andere oude gebouwen

Theaters[bewerken]

  • theater van de deelstaat Neder-Oostenrijk
  • Bühne im Hof
  • Festspielhaus St. Pölten
Landesmuseum Niederösterreich

Musea[bewerken]

  • het museum van de deelstaat Neder-Oostenrijk ("Landesmuseum"), ontworpen door Hans Hollein
  • museum van de stad St. Pölten
  • het museum van het bisdom St. Pölten ("das Diözesanmuseum")[22]
  • Museum im Hof
  • historisch museum
  • documentatieinstituut voor moderne kunst van Neder-Oostenrijk
  • museum van "sier- en gebruiksborden van Wilhelmsburg" (een particulier museum)
  • arbeidersmuseum
  • stadhuis

Regelmatig terugkerende evenementen[bewerken]

  • Film am Dom: filmvoorstelling in de open lucht op het plein met de dom
  • FM4 Frequency Festival
Overzicht van de belangrijkste wegen en spoorlijnen van St. Pölten

Verkeer[bewerken]

St. Pölten is een belangrijk verkeersknooppunt in het westen van Neder-Oostenrijk.

Belangrijke wegen[bewerken]

  • A1 (West Autobahn), een snelweg van Salzburg over Linz naar Wenen. Ze maakt deel uit van de E 60. De maximumsnelheid voor personenauto's en motoren bedraagt 130 km per uur. Men moet er een vignet voor hebben.
  • B1 (Wiener Straße), loopt tussen Linz en Wenen. Ze dient na de aanleg van de Oostenrijkse A1 vooral voor het lokale verkeer. Er is geen vignet voor nodig.
  • B1a (Wiener Straße), verbinding tussen de B1 en de S33 in St. Pölten
  • S33 (Kremser Schnellstraße), een autoweg van St. Pölten naar Krems. Een geldig vignet is verplicht op deze weg.
  • B20 (Mariazeller Straße), loopt van de rotonde Europaplatz, St. Pölten, naar Kapfenberg
  • B39 (Pielachtal Straße), loopt van St. Pölten naar Winterbach
  • gepland: S34 (Traisental Schnellstraße), een geplande autoweg van St. Pölten naar Wilhelmsburg

Spoorwegen[bewerken]

Sankt Pölten heeft twaalf treinstations voor passagiers en goederen. Het hoofdstation is St. Pölten Hauptbahnhof (Hbf) aan de spoorlijn Salzburg-Wenen, 'die Westbahn'. Hier stoppen internationale treinen, zoals de InterCityExpress-treinen (ICE) en (andere) treinen van ÖBB en Westbahn. De ÖBB heeft Railjets, Intercity's (IC) en de regionale REX200-, REX- en R-treinen. De Railjet-treinen kunnen in ca. 25 minuten op station Wien Westbahnhof in Wenen zijn, de IC's in 30 minuten. De Regional Express-treinen (REX) gaan om het uur en stoppen in een aantal plaatsen onderweg. De Regional-treinen (R) stoppen in de meeste plaatsen onderweg en rijden langzamer.

De treinen van de nieuwe spoorwegmaatschappij Westbahn rijden sinds december 2011 tussen Freilassing en Wenen. Ze stoppen alleen in grotere plaatsen zoals St. Pölten en kunnen vanaf St. Pölten in 29 minuten op station Wien Westbahnhof zijn. In tegenstelling tot de ÖBB moet je bij de Westbahn het kaartje in de trein kopen. De treinen hebben gratis Wifi-internet en elektrische contactdozen.

De snelle REX200-treinen rijden sinds 9 december 2012. Ze zijn m.n. bedoeld voor forensen richting Wenen. Tussen 4:48 en 7:12 gaan er vijf REX200-treinen van de ÖBB over het nieuwe traject van de Westbahn naar Wenen, die in ca. 35 minuten op station Wien Westbahnhof kunnen zijn. Tussen 15.08 en 19:08 rijden er vijf REX200-treinen in omgekeerde richting vanaf Wien Westbahnhof.

Dicht bij het station van St. Pölten staat een parkeergarage waar treinreizigers gratis mogen parkeren.

Andere spoorlijnen die vanuit St. Pölten vertrekken zijn:

  • de Mariazellerbahn, de spoorlijn die van het hoofdstation van St. Pölten (St. Pölten Hbf) door bergachtig gebied naar de katholieke bedevaartsplaats en wintersportplaats Mariazell gaat;
  • de 'Tullnerfelderbahn', de spoorlijn naar Krems en Tulln;
  • de 'Leobersdorferbahn', de spoorlijn naar Leobersdorf.

Ander openbaar vervoer[bewerken]

  • Wieselbus, een streekbus met 12 lijnen naar andere plaatsen in Neder-Oostenrijk. Alle lijnen stoppen bij het hoofdstation Sankt Pölten Hauptbahnhof (St. Pölten HBf) en in het Landhausviertel, het regeringscentrum van Neder-Oostenrijk.
  • "LUP", een net van 11 buslijnen door de stad St. Pölten.
  • "Touristenzug", een gratis treintje voor toeristen, dat in de zomer tussen het oude centrum en het regeringcentrum van Neder-Oostenrijk (das Landhausviertel) rijdt.
  • "Sternschnuppe", een nachtbus met 16 bushalten voor de jeugd tot 24 jaar, rijdt van donderdag tot zaterdag en op feestdagen van 20.20 uur tot 6.00 uur.[23]
  • "Anruf-Sammeltaxi", een taxi die 's nachts tussen alle bushaltes voor een vast tarief rijdt.

Bedrijven in St. Pölten[bewerken]

De belangrijkste bedrijven in St. Pölten zijn Kika (meubels, interieur), Leiner (meubels), Fritz Egger (brouwerij), Salzer (papier; kunststof), Biomin, Strabag (bouw), Sunpor (isolatie- en verpakkingsmateriaal), Schubert & Franzke, Voith (machines), de supermarktketen Spar, de restaurantketen Rosenberger en Geberit (sanitair). Glanzstoff werd in 2008 na een brand gesloten.

Overheidsinstellingen en andere openbare instellingen[bewerken]

De oostzijde van het regeringscentrum van Neder-Oostenrijk, NÖ Landhaus geheten

Regeringen[bewerken]

  • de regering van Neder-Oostenrijk in het Landhausviertel
  • Bezirkshauptmannschaft, het bestuur van het district

Justitie[bewerken]

  • de rechtbank van de deelstaat Neder-Oostenrijk (Landesgericht). In 2008-2009 behandelde deze rechtbank de incestzaak rond Josef Fritzl. Hij werd veroordeeld tot levenslang, nadat hij z'n dochter jarenlang in een kelder opgesloten had gehouden en zeven kinderen bij haar had verwekt.
  • de rechtbank van het district Sankt Pölten (Bezirksgericht).
  • Rechtsanwaltskammer Niederösterreich

Financiën[bewerken]

  • Finanzamt
  • Bezirksstelle der Wirtschaftskammer

Landbouw[bewerken]

  • NÖ Agrarbezirksbehörde
  • Landes-Landwirtschaftskammer
  • Bezirksbauernkammer

Overige instellingen[bewerken]

  • Vermessungsamt (geodesie)
  • Arbeitsmarktservice
  • Bezirksstelle der Arbeiterkammer
  • Niederösterreichische Gebietskrankenkasse (de hoofdvestiging van het regionale ziekenfonds)

Onderwijs[bewerken]

St. Pölten kent circa vijftig onderwijsinstellingen, waaronder:

Scholen voor algemeen vormend onderwijs[bewerken]

  • Bundesgymnasium en Bundesrealgymnasium St. Pölten
  • Bundesreal- en Bundesoberstufenrealgymnasium (BORG)
  • Gymnasium der Englischen Fräulein

Scholen voor beroepsonderwijs[bewerken]

  • Nationale onderwijsinstelling voor kleuterschoolpedagogie en sociale pedagogie
  • Nationale handelsacademie en handelsschool
  • vakschool, hogere technische leergang (HTL) en avondschool aan de HTBLuVA St. Pölten
takken: elektronische dataverwerking en -organisatie, elektronica, elektrotechniek, machines, economie
  • Hogere nationale opleidingsinstelling voor economische beroepen en vakschool voor sociale beroepen.
  • Hoger opleidingsinstituut voor toerisme aan het Wirtschaftsförderungsinstitut Niederösterreich

Hogescholen[bewerken]

  • Fachhochschule St. Pölten[24] (Universiteit van Toegepaste Wetenschappen St. Pölten)
takken: sociaal werk, diëtiek, fysiotherapie, media, media- en communicatieadvisering, computersimulatie, IT security, telecommunikatie en media, techniek van de infrastructuur van spoorwegen
  • Fachhochschule für Machinenbau und -konstruktion an der HTBLuVA St. Pölten (een schriftelijke beroepsopleiding machinebouw en -constructie)
  • New Design University (NdU)[25] (binnenarchitectuur en grafisch design)
  • Filosofisch-theologische hogeschool van het bisdom St. Pölten, gevestigd in het voormalige Franciscaanse klooster

Overige onderwijsinstellingen[bewerken]

  • Niederösterreichische Landesbibliothek, de bibliotheek van de deelstaat St. Pölten
  • Niederösterreichische Landesakademie
  • Volkshochschule, een volksuniversiteit
  • Wirtschaftsförderungsinstitut Niederösterreich

Geboren[bewerken]

  • Franz Aigner, natuurkundige
  • Hans Bankl, professor pathologische anatomie (overleden december 2004)
  • Konrad Berger, schrijver
  • Franz Binder ("Bimbo"), voetballer en trainer (in 1960-1962 van PSV Eindhoven)
  • Alfred Brader, politicus
  • Karl Daxbacher, voetbaltrainer
  • Jörg Demus, pianist
  • Adolf Eigl, eerste gouverneur van Opper-Oostenrijk na de Tweede Wereldoorlog
  • Maria Emhart (27 mei 1901 - 9 oktober 1981), politica (SPÖ)
  • Martin Fiala, componist
  • Alfred Gusenbauer, voormalige bondskanselier van Oostenrijk (opgegroeid in Ybbs an der Donau)
  • Robert Herfert, schilder en beeldhouwer
  • Christian Häckl, meteoroloog
  • Tom Haydn, zanger
  • Johanna Ignjatovic, cartooniste
  • Otto Kapfinger, architect
  • Benjamin Karl (16 oktober 1985), snowboarder
  • Rudolf Kriesch, schilder
  • Friedemann Kupsa, cellist
  • Willi Langer, bassist
  • Erwin Leder, filmacteur, toneelspeler en regisseur. Hij speelde o.a. mee in "Das Boot" (1982) en in "Schindler's List" (1993)
  • Lolita, zangeres van schlagers
  • Alexander Millecker, journalist
  • Peter Minich, Kammersänger
  • Otto Freiherr Ellison von Nidlef, officier
  • Heidemaria Onodi, plaatsverbangend gouverneur van Neder-Oostenrijk, afgevaardigde in het parlement van Neder-Oostenrijk
  • Otto Prokop (29 september 1921 - 20 januari 2009), patholoog-anatoom en forensisch onderzoeker
  • Mario Ranieri, producer en DJ van hardtechno
  • Georg Prader, politicus
  • Julius Raab (29 november 1891 - 8 januari 1964), politicus (ÖVP) en Oostenrijkse bondskanselier van 1953-1961. Hij onderhandelde met Molotov over de onafhankelijk van Oostenrijk en bereikte het "Oostenrijkse Staatsverdrag".
  • Bernhard Rassinger, wielrenner
  • Johann Josef Schindler (28 juli 1777 - 24 juli 1836), schilder en grafisch kunstenaar
  • Matthias Stadler, politicus (SPÖ), huidige burgemeester van St. Pölten
  • Günther Stingl, Oostenrijkse schrijver
  • Bernhard Wicki, Oostenrijkse dichter en filmregisseur
  • Manfred Wieninger, schrijver

Stedenband[bewerken]

Aangrenzende gemeenten[bewerken]

   Aangrenzende gemeenten   
 Karlstetten   Obritzberg-Rust; Herzogenburg   Kapelln (B1) 
 Neidling
Gerersdorf (B1) 
Brosen windrose nl.svg  Böheimkirchen

Pyhra 
 Ober-Grafendorf   Wilhelmsburg (B20)    
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 16
  2. (de) Hannsjörg Ubl in "Dom und Stift Sankt Pölten - und ihre Kunstschätze", 1985, ISBN 3853267270, p. 15
  3. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 19
  4. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 20
  5. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 29
  6. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 32
  7. a b (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 39
  8. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 41
  9. a b (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 43
  10. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 45
  11. a b (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 51
  12. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 52
  13. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, pp. 53-54
  14. a b (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 54
  15. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 55
  16. (de) Sternhart en Slezak, 'Niederösterreichische Südwestbahnen', Wenen, 1977, ISBN 3-900134-35-9, p. 14 en 15
  17. a b (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 56
  18. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, pagina 123
  19. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 58
  20. (de) (en) De website van "das Institut für die jüdische Geschichte Österreichs"
  21. (de) Een artikel over de voorgenomen verkoop van slot Ochsenburg: 'Bischof will Sommersitz los werden' op orf.at, 22 januari 2010
  22. (de) De website van het "Diözesanmuseum"
  23. (de) Informatie over de Sternschnuppe-taxi
  24. (de) (en) Website van de "University of Applied Sciences"
  25. (de) Website van de "New Design University"