Italo Svevo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Italo Svevo

Italo Svevo (19 december 1861, Triëst - 13 september 1928, Motta di Livenza), een pseudoniem van Aron Hector Schmitz (kortweg Ettore Schmitz), was een Italiaans schrijver.

Svevo was een schrijver van romans, novellen, toneelstukken en korte verhalen. Daarnaast was hij ook zakenman. Svevo, van Joodse afkomst, werd geboren als zoon van een Duitse vader, Francesco Schmitz, en een Italiaanse moeder, Allegra Moravia.

In 1873 vertrok hij naar Duitsland om zich de Duitse taal eigen te maken en het was tijdens deze periode dat hij in aanraking kwam met en zich ging interesseren voor de literatuur.

In 1878 keert hij terug naar Triëst om te studeren. Na twee jaar moet hij echter vanwege de financiële situatie zijn studie opgeven en gaan werken bij een bank. Hij heeft echter zijn voorliefde voor literatuur niet kunnen onderdrukken. Hij kwam vaak in de bibliotheek en ging zich steeds meer interesseren voor negentiende-eeuwse Franse schrijvers en de filosofie van Schopenhauer.

Een samenwerking met de lokale, liberale krant L'Indipendente komt tot stand, waarvoor hij onder het pseudoniem E.Samegli artikelen en recensies over uiteenlopende onderwerpen schrijft. In deze tijd boekt hij zijn eerste succes met zijn theaterstuk Ariosto Governatore en het verhaal 'L'assassino di via Belpoggio'. Zijn eerste roman, Una vita(Een leven)schrijft hij in 1892, net na de dood van zijn vader. Het is de eerste keer dat hij het pseudoniem Italo Svevo gebruikt. In 1896 trouwt hij met zijn nicht Lidia Veneziani. Met haar krijgt hij één dochter: Letizia. Zijn tweede roman Senilità (in het Nederlands vertaald als Een man wordt ouder) schrijft hij in 1898. Het wordt echter geen succes. Tussen 1899 en 1912 werkt hij voor zijn zwager. Ondanks dat literatuur niet meer de eerste plaats lijkt in te nemen in het leven van Svevo, is het in deze periode dat zijn werken Un marito (Een echtgenoot), Le avventure di Maria (De avonturen van Maria) en nog een tiental andere verhalen tot stand komen.

In 1907 leert hij Joyce kennen. Uit die ontmoeting bloeit een vriendschap op. Joyce leert hem Engels en houdt zo zijn interesse voor de literatuur in leven. De theorieën van Freud geven een nieuwe impuls aan zijn interesse voor de psychoanalyse. In 1915 vlucht zijn familie uit Triëst uit angst voor de Eerste Wereldoorlog. Svevo blijft alleen achter om het bedrijf te runnen. Dit moet enkele jaren later echter zijn deuren sluiten en dit geeft hem de kans om zich weer op zijn literaire activiteiten te storten. Zo vertaalt hij onder andere samen met een neef Freuds Traumdeutung in het Italiaans.

In 1919 begint hij met het schrijven van zijn derde roman, La coscienza di Zeno (Bekentenissen van Zeno). Het zou zijn beroemdste en meest geprezen werk worden. Tijdens zijn laatste jaren schreef hij aan een vierde roman: Le confessioni di un vegliardo. Op 13 september 1928 verliest hij het leven als gevolg van een auto-ongeluk.