Jozef van den Berg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jozef van den Berg
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Geboren 22 augustus 1949
Land Vlag van Nederland Nederland
Werk
Jaren actief 1959-1990
Beroep Poppenspeler, toneelschrijver, acteur
Portaal  Portaalicoon   Film
Literatuur

Jozef van den Berg (Beers, 22 augustus 1949) is een Nederlands poppenspeler, toneelschrijver en acteur, die tegenwoordig als kluizenaar leeft.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Vanaf zijn zevende jaar bracht Van den Berg zijn jeugd door in Cuijk, waar zijn vader 'Huize Maasouwe' had gekocht en daar een accountantskantoor hield. Vader was eerder onderwijzer geweest aan lagere scholen. Het gezin bestond uit elf kinderen. Op 30 januari 1962, toen hij twaalf jaar oud was, overleed zijn vader en daarna ook zijn beste vriend Frits. Van den Berg wilde als kind priester worden, zijn moeder gaf hem daarom ter gelegenheid van sinterklaas op maat gemaakte priesterkleren om priestertje te kunnen spelen. Op tienjarige leeftijd speelde hij de rol van farizeeër in een passiespel van de welpen van Cuijk. Op dertienjarige leeftijd had hij een vriendinnetje, waardoor de priesterroeping naar de achtergrond verdween. Gedurende de middelbareschooltijd op het Internaat Bisschoppelijk College in Roermond was hij zeer actief in het schooltoneel. Hij vertolkte Sisyphos in het stuk Sisyphos en de dood, en later, geïnspireerd door Henk van Ulsen, met veel succes Dagboek van een gek van Gogol.

Poppenspel[bewerken]

Eind jaren 60, na het behalen van het diploma gymnasium deed hij toelatingsexamen en begon met de toneelschool in Arnhem, waar hij in het begin van het tweede studiejaar mee stopte. Hij ging eerst samenwonen met Ruth in Arnhem en verhuisde later naar Groningen. Hij vroeg bijstand aan en begon met een poppenkast te spelen. Hij leende een paard en wagen en trok daarmee al poppenspelend rond. In die tijd trad hij toe tot de Gurdjieff-beweging. In Groningen ging hij samenwonen waar hij na een voorstelling kennismaakte met zijn vrouw Hansje, met wie hij op 11 september 1973 trouwde. Met haar kreeg hij vier kinderen, Lotte, Maartje, Jasmijn en Jesse van den Berg. In Groningen woont hij in een boerderijtje en huurt hij een keldertje in de Zwanestraat en speelt daar op de woensdagmiddag voor de kinderen en op de vrijdagavond improvisaties voor de volwassenen. Hij begon zijn professionele loopbaan als poppenspeler in een poppenkast en bracht daar tal van figuren tot leven. Uiteindelijk haalt hij het voordoek weg en wordt zodoende de man met de poppen die zichtbaar is voor zijn publiek. Zijn improvisaties worden vervangen door een voorstelling met een titel. Met een brandweerauto, speelt hij met een rondreizend poppentheater, wonende in een woonwagen, brengt hij zijn voorstellingen naar de mensen.

In 1980 krijgt hij de Hans Snoekprijs voor Appeloog en vertrekt hij uit Groningen en gaat wonen in het Betuwse Herwijnen. Daar schrijft hij Moeke en de Dwaas voor het Holland Festival. In 1980 en 1981 speelt hij Moeke en de Dwaas, het was zijn grote doorbraak, hierna speelde hij in Parijs, de V.S. en Japan. In deze voorstelling speelde hij een monnik. Zijn poppen waren zijn familie, zo waren er o.a. Luc de kluizenaar, alsof hij een vooruitziende blik had, de materialistische en opportunistische Portemonnee en de oude wijze strenge Mevrouw de Heks, de alles beredenerende Mijnheer de Koning, de melancholieke Grootoog, de romantische neuroot Frederik de Vogel, Pietje de Rups en Mannetje Pluim. In 1981 krijgt hij de CJP-Podiumprijs. Een aantal van zijn voorstellingen worden uitgezonden door de VPRO. In 1983 werd Stichting De Dwaas opgericht in samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken. De stichting werd opgericht voor Van den Bergs technicus Gerrit de Beuze, die vervangende dienstplicht deed, zodat deze in dienst kon komen van de stichting.

In 1988 en 1989 speelt Jozef van den Berg zijn laatste voorstelling Genoeg Gewacht, wat een reactie op Wachten op Godot van Samuel Beckett was. Deze voorstelling maakte hij voor zijn ernstig zieke broer Aloys. Dit stuk heeft hij 80 keer gespeeld, in Nederland en op een festival in New York. Het was zijn ultieme zoektocht en het getuigenis van zijn bekering. In de voorstelling gebruikt hij de muziek van de Stabat Mater van Vivaldi, gezongen door Aafje Heynis. Aloys van den Berg, zijn broer, is in een rolstoel enkele keren naar Genoeg Gewacht komen kijken. Op 1 Juli 1989 overlijdt zijn broer na een lang ziekbed aan een hersentumor.

Ommekeer[bewerken]

Op 12 september 1989 is in Antwerpen de Belgische première voor Genoeg Gewacht. Die middag heeft van den Berg zoals hij later zelf verklaart een Ontmoeting met God. Zittend in zijn kleedkamer schrijvend aan een brief die hij die avond voor het eerst in zijn voorstelling wil gebruiken stelt God hem door zijn eigen pen de vraag: Waarom zie jij steeds maar niet, dat Ik niet komen kan ,omdat Ik er al ben. Op 12 september 1989 speelt hij nog de première, die naar later blijkt zijn allerlaatste voorstelling zal zijn. Van den Berg werd naar eigen zeggen geroepen door God en moest daar gehoor aan geven.

Voor de avondvoorstelling op 14 september 1989 in De Singel Antwerpen, heeft hij zijn bijbel gepakt en vraagt aan God wat hij moet doen. Hij slaat de bijbel open bij de volgende tekst: Ga weg uit hun midden en scheidt u af. (II Kor. 6:17).

Voor de aanvang van de voorstelling zei hij tegen zijn publiek:

“Ik zal het u proberen uit te leggen. Ik hoop dat u één ding voor mij hebt en dat is respect voor mijn beslissing. Ik zal nooit meer spelen. Ik ben een werkelijkheid genaderd die niet meer te spelen is. Ik heb ontzettend lang gezocht, ben overal geweest. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie en die conclusie ben ik nu zelf, dat de zoeker zoekt, maar hij wordt gevonden. Daarom sta ik vanavond voor het laatst op de planken. U gelooft me niet, maar dat is het bedrieglijke van theater. Dus daarom, dames en heren: om deze man, om Christus, daarom alleen heb ik dit stuk gezocht. En ik weet nu dat dit zo is en ik stap uit dit vak. Voor mij is het voorbij. Ik zoek de werkelijkheid. Ik kan geen dingen meer zeggen die niet waar voor mij zijn. Ik zeg u allen goedendag. Ik ga. Het ga u allen goed. Het geld wat u hebt betaald kunt u terugkrijgen aan de kassa.”

Er heerst een dodelijke stilte, de zaal reageert geëmotioneerd. Zo komt op 14 september 1989 om 19:55 (vijf minuten voor Aanvang van de voorstelling!) uur een einde aan de toneelcarrière van Jozef van den Berg.

In 1990 begon van den Berg met een zoektocht, die hem leiden zou naar Maldon, Athene en de Heilige Berg Athos, om verder te onderzoeken hoe hij zijn weg met God moest vervolgen. Zijn kinderen en zijn vrouw vonden zijn bekering moeilijk te begrijpen.

Er is een belangrijke gebeurtenis aan zijn bekering vooraf gegaan, een vrouw die hij kent uit de Gurdjieff-beweging komt bij een ernstig verkeersongeval om het leven en zij had te kennen gegeven dat ze orthodox begraven wilde worden. Dat gebeurde op 17 augustus 1989 in Eindhoven. Hij hoort daar voor het eerst het Trisagion in het Nederlands. Daar begon hij te zien dat Gurdjieff ongelijk had. Eind september 1989 gaat hij naar het Grieks-orthodox klooster van de H. Johannes de Doper te Maldon in Engeland, waar hij spreekt met de starets archimandriet Sophrony. Begin januari 1990 heeft hij in Athene een zeer belangrijke ontmoeting met de Griekse starets oudvader Porphyrios. Deze laatste bevestigt de ervaring die God hem heeft gegeven in Antwerpen en zegt hem, dat hij nu Acteur van Christus moet worden. Hij wordt door vader Porphyrios doorverwezen naar de Heilige Berg Athos, daar heeft hij een ontmoeting met vader Païssios.

Na zijn terugkeer naar Nederland begint hij trouw aan het woord van vader Porphyrios te werken aan een nieuwe familievoorstelling De Omgekeerde Wereld, waar hij zijn nieuwe geloof in wil betrekken. Maar het lijkt of alles hem tegen zit en meer en meer komt hij in geestelijke nood. Hij kan hij niet meer slapen en raakt totaal oververmoeid. Midden in die crisis vraagt hij op 18 juni 1990 aan zijn priester om hem op te nemen in de Orthodoxe Kerk. Inmiddels zijn er 40.000 kaarten verkocht voor zijn nieuwe voorstelling. Maar er komt ook daardoor hoegenaamd niets uit zijn handen. In augustus wordt hij overspannen, 5 weken, opgenomen in het Psychiatrisch Centrum Nijmegen op de Heilige Land Stichting. En de nieuwe voorstelling komt er niet. Langzaam keert daarna de rust terug en zo begint hij aan een nieuw stuk, De Ontmoeting te schrijven, waarin hij wil proberen datgene wat hem in Antwerpen is overkomen met zijn publiek te delen.

In april 1991 gaat hij opnieuw naar Athene, naar vader Porphyrios, om hem zijn zegen voor het spelen van zijn stuk De Ontmoeting te vragen. Maar hij heeft hem, vanwege zijn ouderdom en ziekte, niet meer kunnen spreken. Hierna gaat hij drie weken naar de Heilige Berg Athos, waar hij in het klooster Grigoriou werkt aan zijn voorstelling.

Teruggekeerd in Nederland ontwikkelt zich alles anders dan verwacht, vanwege o.a. de subsidie van het ministerie van CRM. Op verzoek van het bestuur van stichting De Dwaas, waar Van den Berg in dienst van gekomen is, formuleert hij een nieuw doel voor deze stichting. Op 21 mei 1991 maakt hij dit nieuwe doel op een bestuursvergadering bekend: Het ondersteunen en stimuleren van elke theatrale activiteit, dit in de ruimste zin genomen, die uiting geeft aan de geest van Christus. Het bestuur en het ministerie van CRM kunnen zich hier niet in vinden en de subsidie wordt ingetrokken. Maar toch houdt hij vast aan dit eenmaal door hem gestelde doel. Zo komt er dan een onverwacht toch nog een einde aan het hele project. En geleidelijk aan begint van den Berg te zien dat hij ook De Ontmoeting nooit zal gaan spelen. De autoriteiten namen aan dat hij opnieuw in de war was en hij wordt arbeidsongeschikt verklaard.

In de nacht van 1 op 2 juni ervaart hij dat God hem roept om alles en iedereen te verlaten en hij gaat op 2 juni 1991 in zijn oude Mercedes Combi naar de Goddelijke Liturgie in het klooster van de Heilige Profeet Elias in St. Hubert. Daar laat hij zijn laatste geld, achter op de collecteschaal. “Heer vanaf nu moet U voor mij zorgen. Ik geef mij totaal over.” Archimandriet Pachom zegt daar in het Evangelie van die Zondag van Allerheiligen: ”Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.” (Mattheüs 10:37-39). Hij gaat, twee uur later, na de liturgie, rechtstreeks naar het klooster van de Geboorte Moeder van de Moeder Gods in Asten, waar hij 19 dagen blijft, daar laat hij zijn auto achter omdat die niet meer wil starten. Op 21 juni 1991 zet hij een definitieve punt achter zijn toneelcarrière bij zijn nooit meer gespeelde eerste try-out van de voorstelling De Ontmoeting in de Streekschouwburg van Cuijk. Op 24 juni 1991 vertrekt hij van het Klooster per openbaar vervoer terug naar huis om daar zijn witte theaterfiets op te halen. Op deze fiets fietst hij voor de ogen van zijn gezin weg de wereld in om zijn taak als 'acteur van Christus' te gaan zoeken maar krijgt bij Waardenburg al een lekke band. Hij gaat daarop met de fiets aan de hand naar Neerijnen en overnacht daar achter het huis van kunstenares Juke Hudig. Op 25 juni 1991 gaat Jozef bij Juke Hudig weg nadat zijn fiets gerepareerd is. Daarna fietst hij Noord-Brabant in, naar het zuiden. Hij wil het Brabantse land en de wijde wereld in. Maar al gauw begrijpt hij innerlijk dat dit niet Gods wil is en hij keert na één nacht in Eindhoven terug naar Neerijnen. Op 30 juni haalt hij een tweetal attributen uit zijn voorstellingen op uit zijn huis. Daarna gaat hij weer naar Juke Hudig.

Kluizenaar[bewerken]

Zijn enige vraag is: “Hoe wil God dat ik mijn roeping vorm geef?” Dan ziet hij innerlijk dat hij zijn speelkoffer moet ophalen. Op 9 juli 1991 haalt hij in Herwijnen de kist op en brengt deze lopend 15 km verder naar Neerijnen. In Neerijnen aangekomen, met zijn theaterkist op wieltjes, met daarop een Orthodox Kruis bevestigd, begrijpt hij meer en meer dat hij daar moet blijven. In juli verblijft hij ook nog 3 dagen op een boerderij in Neerijnen. Op 1 augustus 1991 gaat hij dan uiteindelijk naar de fietsenstalling van het gemeentehuis van Neerijnen, en begint dan op het plein aan zijn openbare roeping. Na 50 dagen trekt hij zich weer uit de openbaarheid terug. En leeft 9 maanden in afzondering op de deel van een boerderijtje van een inwoonster van Neerijnen. In juni 1992 keert Jozef terug naar het fietsenhok en sindsdien blijft hij daar, ook in de winter. In december 1992 maakt hij een klein kapelletje rond zijn kist. Op 1 november 1993 moet van den Berg op last van de gemeente Neerijnen vertrekken uit het fietsenhok. Twee leerlingen van de Neerijnense basisschool bieden de burgemeester een handtekeningenlijst aan namens dorpsbewoners die vinden dat hij in de stalling moet kunnen wonen, maar dat mag niet baten. Het Jeugdjournaal volgt de actie van de twee jongens en is ook ter plaatse op maandagochtend 1 november. Jozef besluit op maandagmiddag zijn spullen te pakken en vertrekt uit het fietsenhok. Dorpsgenoot Harm Hazelhoff heeft hem al eerder een plek aan in zijn tuin, onder de kweepeer aangeboden, maar Van den Berg begrijpt innerlijk nog niet dat hij die uitnodiging moet aannemen. Op maandagavond gaat hij met zijn spullen weer terug naar het fietsenhok. In de nacht van 1 op 2 november laat God hem zien dat hij nederig moet zijn en het fietsenhok toch moet verlaten. Dinsdag plaatst hij zijn hutkoffer en andere spullen onder de kweepeer bij Hazelhoff in de tuin. Dezelfde middag komt er iemand bij hem die zegt dat De Pleisterplaats zijn mooiste voorstelling was. Vlakbij de kweepeer staan vier palen en Jozef begrijpt hieruit dat hij de "Pleisterplaats" onder de kweepeer moet gaan bouwen. Samen met deze "boodschapper", die later blijkt ook nog een timmerman te zijn, bouwt hij de kleine kapel, van twee bij anderhalve meter, die tot op heden bestaat. Hier woont hij nog steeds. Daar ontvangt hij dagelijks mensen. Hij leeft van wat mensen hem brengen. Hij heeft geen aansluiting op welke nutsvoorziening dan ook. Sinds een jaar of acht is er een toilet van de kasteeltuin, waar Jozef en zijn gasten gebruik van kunnen maken, en sinds enkele jaren beschikt hij over een mobiele telefoon voor noodgevallen.

In de media[bewerken]

Door zijn bijzondere levenswijze krijgt Jozef van den Berg veel aandacht van de media. Ook na zijn toneelcarrière verslapt de media-aandacht voor hem nooit. Sinds het begin van zijn roeping verschijnt er ieder jaar wel een artikel over hem in een van de grote landelijke dagbladen, weekbladen, tv., radio of op een weblog. De landelijke media weten hem ook te vinden. In 1993 wordt hij geïnterviewd door Rik Felderhof in het NCRV-t.v.-programma De Stoel, en door Fred Wittenberg voor het KRO-radioprogramma Radio Ararat. In 1995 wordt hij geïnterviewd voor het NCRV-programma Rondom Tien. In 2001 zoekt Rik Felderhof hem opnieuw op voor De Stoel. In 2003 maakt Arjan Visser een radio-interview met hem voor Spiegels (RVU), en in 2005 werd hij bezocht door Martin Simek voor de Kerstnachtuitzending van Šimek ’s Nachts (RVU)[1] en in 2006 is er een radio-interview door Friedl' Lesage in Het beste moet nog komen voor Radio 1 (Vlaanderen). Omroep Gelderland wijdde een aantal programma's aan hem. In 2007 maakte Auke Hamers de film Ik Speel niet meer, over zijn leven en religieuze opvattingen.[2] In 2010 maakte het TV-programma Man Bijt Hond een kort portret van Jozef van den Berg.[3]

Trivia[bewerken]

Professor Piet Vroon voerde een tijdje vlak voor zijn dood gesprekken met Jozef van den Berg.

Voorstellingen[bewerken]

  • Het wonderbaarlijke leventje van klein mannetje Pluim
  • "Improvisaties" voor volwassenen
  • Samenkomst der Poppen (1977)
  • Mijn Beste Vriend (1978)
  • Moeke en de Dwaas (1980)
  • Appeloog (1981)
  • Bericht van Eenoog (1981/1982)
  • De Dans van de Bultenaar (1982)
  • Het Geheim van de Toren (1983)
  • Troev of De Verdronken Visser (1983)
  • De Man met de rode hoed (1983)
  • De Geliefden (1985)
  • Het Geluk van Morgen (1986)
  • De Pleisterplaats (1987/1988)
  • O...Oceaan (1988)
  • Genoeg gewacht (1988/1989)
  • De Omgekeerde Wereld (1991) (nooit tot stand gekomen)
  • De Ontmoeting (1991) (nooit gespeeld)

Referenties[bewerken]

  1. Simek 's Nachts, Jozef van den Berg
  2. Ik Speel niet meer, een film van Auke Hamers
  3. Jozef van den Berg in Man Bijt Hond

Externe links[bewerken]