Kalkoven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
"Stoel" Schelpkalkovens in museum Enkhuizen
De werking van een kalkoven

Een schelpkalkoven is een oven in een kegelvormige toren, met een hoogte variërend van 15 tot 20 meter en een doorsnede aan de basis van meestal 5 tot 7 meter. Schelpkalkovens werden gebruikt voor de fabricage van metselkalk uit strandschelpen (in Nederland schelpkalk genoemd). Schelpkalkovens zijn doorgaans te vinden aan het water en staan vaak in groepjes.

Geschiedenis[bewerken]

Het concept van ovens voor kalk is een zeer oud fenomeen. De Romeinen maakten al gebruik van branderijen waar ze kalksteen brandden. Archeologen troffen in het Duitse Eifelgebergte in Iversheim, nabij Bad Münstereifel, resten van zes kalkovens aan. Deze ovens hadden een diameter van ongeveer 3 meter. In Londen is uit geschriften op te maken dat steenkalkbranderijen al in de dertiende eeuw luchtvervuiling gaven. Er werd in Londen vooral gebruikgemaakt van zeekolen, die bekendstaan om hun slechte kwaliteit. De eerste berichten over het gebruik van schelpkalkovens in Nederland dateren uit de veertiende eeuw, uit het Graafschap Holland.

In Hasselt werd al voor 1500 schelpkalk gebrand. Nabij Winterswijk waren er van eind negentiende eeuw tot begin twintigste eeuw twee steenkalkovens in gebruik. In Ubachsberg in Zuid-Limburg staat nog de kalkoven die in deze provincie het laatst in gebruik was: pas in 1969 doofde het vuur definitief. De hoogtijdagen van de kalkovens lagen na 1860 met de uitvinding van de "stoel"-schelpkalkovens, zoals nu nog te zien is in Enkhuizen. Er waren op meer dan 100 locaties schelpkalkovens in gebruik. Na de Tweede Wereldoorlog ging het slechter met de schelpkalkovens. Grootschalige sluiting en afbraak van ovens had meerdere oorzaken, maar de belangrijkste oorzaak was de destijds toenemende import van goedkope steenkalk, naast de opkomst van de cementindustrie. Door de concurrentie van buitenlandse luchthardende steenkalk (kalkgesteenten uit steengroeven, zoals muschelkalk) was de productie van schelpkalk in Europa niet lonend meer. Men metselt nog wel met luchtpoederkalk of luchtkalk (en cement), maar niet meer met schelpkalk.

Het kalkbrandproces[bewerken]

Schelpen bestaan uit calciumcarbonaat (CaCO3, kalk). De kalk (CaCO3) wordt in een kalkoven tot meer dan 1000 °C verhit. Hierbij ontleedt deze kalk in calciumoxide (CaO) en koolzuurgas (CO2), dat ontwijkt. Het oxide valt tot poeder uiteen en wordt ongebluste kalk genoemd. Ongebluste kalk had (en heeft) vele toepassingen. Het meest werd de poederkalk na blussen met water (lessen) in de bouw gebruikt als bindmiddel in mortels.

Schelpkalkovens in Nederland[bewerken]

Schelpkalkovens vond men daar waar grond- en/of brandstoffen (schelpen en turf) gemakkelijk konden worden aangevoerd, zoals achter de Noord- en Zuid-Hollandse duinenrij (Beverwijk, Katwijk), Zuidwest-Drenthe, Noordwest-Overijssel, Zuidwest-Friesland (Makkum, Meppel, Zwartsluis, Harlingen, enz.)

Overgebleven Nederlandse schelpkalkovens[bewerken]

Veel kalkovens zijn in de loop der tijd gesloopt omdat ze niet meer in gebruik waren en plaats moesten maken voor nieuwbouw. Eén schelpkalkbranderij is in zijn geheel overgebracht van Akersloot naar het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, een andere branderij, in Huizen, doet nu dienst als restaurant. Er staan onder meer in Katwijk aan Zee, Hasselt en Dedemsvaart nog schelpkalkovens, dikwijls aan vaarwater. Veel andere kalkovens doen tegenwoordig dienst als museum.

Dedemsvaart[bewerken]

In de omgeving van Dedemsvaart werd vroeger veel turf gewonnen. De turf werd naar het westen van het land verscheept, via de Dedemsvaart, via Hasselt over de Zuiderzee naar Enkhuizen en verder. De turf werd dan in het westen afgeleverd bij een schelpkalkbranderij. Vervolgens werden aldaar schelpen gekocht (gewonnen) die dan weer als retourlading naar Dedemsvaart en Hasselt werden verscheept, zodat ook daar schelpkalk gebrand kon worden. Tegenwoordig fungeert de kalkoven in Dedemsvaart als streekmuseum.[1]

Hasselt[bewerken]

Hasselt heeft sinds 1504 schelpkalkovens. In de loop der tijd zijn er nieuwere kalkovens gebouwd en oude vervallen kalkovens gesloopt. De schelpkalkovens van Hasselt zijn nu ingericht als museum.

Kalkovens in Nederlands Zuid-Limburg[bewerken]

Kalkovens bij Ubachsberg

In 2003 zijn er in Zuid-Limburg nog zo'n 19 kalkovens over. Tijdens de Eerste Wereldoorlog beleefden de kalkovens hun bloeitijd. Er waren toen reeds 8 kalkovens, en daar kwamen toen nog eens zo'n honderd ovens bij die veelal geëxploiteerd werden door families. Dit was het gevolg van een stagnatie in de aanvoer van goedkope kalk uit België en Duitsland. Na de opening van de ENCI-groeve en fabriek liep de vraag in 1927 sterk terug en verdwenen er veel kalkovens. Een deel van de overgebleven kalkovens zijn door IKL gerestaureerd als industrieel monument.[2]

Er bevinden zich thans kalkovens te:

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Historische vereniging Avereest, (Officiële website)
  2. Website Gemeente Margraten