Kinderwetje van Van Houten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De fabriekskinderen: "Leve mijnheer van Houten", 1874, Elias Spanier.

De Wet houdende maatregelen tot het tegengaan van overmatigen arbeid en verwaarloozing van kinderen, beter bekend als het Kinderwetje van Van Houten uit 1874 is de eerste wet die in Nederland een einde moest maken aan kinderarbeid. De wet kwam tot stand op initiatief van de liberale politicus Samuel van Houten en verbood kinderen tot 12 jaar in fabrieken te werken. Landarbeid werd niet verboden.

Tot aan de invoering van deze wet was kinderarbeid in Nederland heel gebruikelijk. De armoede maakte dat er veel voorstanders van kinderarbeid waren.

Doordat uitvoering van de wet nauwelijks gecontroleerd werd, ging het inzetten van jonge kinderen in de fabrieken in de praktijk overigens gewoon door.

In 1900 kwam er door de leerplicht wel een eind aan kinderarbeid. Deze wet verplicht kinderen van 6 tot 12 jaar onderwijs te volgen.

WET HOUDENDE MAATREGELEN TOT HET TEGENGAAN VAN OVERMATIGEN ARBEID EN VERWAARLOOZING VAN KINDEREN.

(Vastgesteld den 19den September 1874, en uitgegeven den 24sten September 1874, Stsbl. no. 130.)

(KINDERWETJE VAN VAN HOUTEN)
Art. 1. Het is verboden kinderen beneden twaalf jaren in dienst te nemen of in dienst te hebben.
2. Het verbod van art. l is niet toepasselijk op huisselijke en persoonlijke diensten en op veldarbeid.
3. Wegens overtreding van art. l zijn aansprakelijk de hoofden of bestuurders der ondernemingen, in of bij welke het kind in dienst is bevonden. Heeft de indienstneming plaats gehad buiten weten van de bij het vorig lid aansprakelijk gestelden, en bewijzen deze, dat zij de overtreding, onmiddellijk na daarvan kennis te hebben bekomen, hebben doen ophouden, dan wordt degene aansprakelijk gesteld, die het kind in dienst heeft genomen.
4. Overtreding van art. l wordt gestraft met geldboete van ƒ 3 tot ƒ 25 en gevangenisstraf van l tot 3 dagen, te zamen of afzonderlijk. Bij herhaling van overtreding binnen een jaar na eene vroegere veroordeeling wordt altijd gevangenisstraf toegepast.

OVERGANGSBEPALINGEN.
5. Het verbod van art. l dezer wet is gedurende het eerste jaar na haar in werking treden slechts van toepassing op kinderen beneden tien jaren, en gedurende het daarop volgende jaar slechts op kinderen beneden elf jaren.

[bewerken] Externe link

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken