Samuel van Houten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samuel van Houten
Samuel van Houten in 1894
Samuel van Houten in 1894
Algemene informatie
Naam Samuel van Houten
Geboren Groningen, 17 februari 1837
Overleden Den Haag, 14 oktober 1930
Partij liberaal; Anti-Takkiaan (~1893); Oud-liberaal (vanaf 1894); Liberale Partij (vanaf 1922)
Titulatuur Mr.
Politieke functies
1864 - 1869 lid gemeenteraad van Groningen
1867 - 1869 wethouder van Groningen
1869 - 1884;
1884 - 1886;
1886 - 1887;
1887 - 1888;
1888 - 1894
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal
1894 - 1897 minister van Binnenlandse Zaken
1904 - 1907 lid Eerste Kamer der Staten-Generaal
1922 - 1924 Voorzitter Liberale Partij
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Samuel van Houten (Groningen, 17 februari 1837Den Haag, 14 oktober 1930) was een Nederlands liberaal politicus.

Van Houten was de zoon van Derk van Houten, houthandelaar en houtzaagmolenaar, en Barbara Elisabeth Meihuizen. De schilderes Sientje van Houten, echtgenote van Hendrik Willem Mesdag, was zijn zus. Op 29 juni 1861 trad hij in het huwelijk met Elisabeth van Konijnenburg, met wie hij vijf dochters en twee zoons kreeg. Na haar overlijden op 16 juni 1872 hertrouwde hij op 3 juni 1873 met Hermine Leendertz, met wie hij een dochter en twee zoons kreeg.

Van Houten was van mening dat de staat geen kunstmatige nivelleringspolitiek moest uitoefenen. Wel moest de overheid corrigerend optreden wanneer bepaalde partijen door de markt in een zwakkere positie werden gebracht.

De fabriekskinderen: "Leve mijnheer van Houten", 1874, Elias Spanier.

Hij werd vooral bekend door zijn Kinderwetje uit 1874 waarin bepaalde vormen van kinderarbeid werden verboden. Dit was de eerste sociale wet in Nederland.

Zijn argumentatie voor zijn streven naar een corrigerende overheid berustte op economische motieven. Kinderarbeid zou roofbouw zijn op het nationaal productieve vermogen.

In 1894 werd Van Houten minister van binnenlandse zaken in het kabinet-Röell, dat ook wel kabinet Röell-Van Houten wordt genoemd. Zijn voorganger Tak van Poortvliet was gestruikeld over de kiesrecht-kwestie, maar Van Houten bracht in 1896 een nieuwe kieswet tot stand die stemrecht verleende aan de helft van de mannelijke volwassenen (boven 25 jaar). Een grote uitbreiding, en een flinke stap op weg naar het algemeen kiesrecht.

Toen in 1921 een zevental liberale groeperingen samenkwam in de Vrijheidsbond, bleef Van Houten daarbuiten. Hij richtte een nieuwe Liberale Partij op. Vanwege zijn hoge leeftijd van 85 jaar was hijzelf in 1922 geen kandidaat voor de Tweede Kamer, maar schoof hij Lizzy van Dorp naar voren. Deze feministische econoom was zijn buurvrouw in Bloemendaal bij Haarlem. De partij haalde één zetel en Van Dorp werd de eerste vrouwelijke fractieleider in Nederland. Met haar stem droeg ze bij aan de verwerping van de Vlootwet in 1923.

Externe link[bewerken]

Voorganger:
Johannes Tak van Poortvliet
Minister van Binnenlandse Zaken
1894-1897
Opvolger:
Hendrik Goeman Borgesius