Kosmisch stof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Poreus kosmisch stofdeeltje in een chondriet.

Kosmisch stof bestaat uit deeltjes die variëren van een paar moleculen tot 0,1 mm in grootte. De stofdeeltjes kunnen van verschillende bronnen afkomstig zijn, bijvoorbeeld asteroïden of stofwolken rond sterren. De kosmische deeltjes worden onderverdeeld naar astronomische locatie, zoals circumstellair stof, interstellair stof, of intergalactisch stof.

Ons zonnestelsel bevat miljarden tonnen kosmische stof gezien als het zodiakaal licht. Elke dag daalt ongeveer 40 ton van dit stof op de aarde neer. Ook is stof de oorzaak van planetaire ringen.

Interstellair stof in de spiraalarmen van de Andromedanevel gezien als emissie van infrarode straling door de Spitzer Space Telescope.
Interstellair stof in de Paardekopnevel gezien als absorptie van licht door de Hubble Space Telescope.

Waarnemingen[bewerken]

Het stof kan worden bestudeerd door directe of indirecte waarnemingen. Bij directe waarnemingen wordt het opgevangen in de atmosfeer of op Aarde (bijvoorbeeld in Antarctica), of met behulp van satellieten. Bij indirecte waarnemingen wordt het bestudeerd door absorptie (zie Interstellaire extinctie) van ultraviolet en zichtbaar licht en emissie van infrarood en submillimeter straling met golflengtes tussen 2 micron en 1 mm. Kleine stofdeeltjes zijn waarschijnlijk ook de oorzaak van diffuse interstellaire banden in de spectra van sterren.

Samenstelling[bewerken]

Het stof bestaat uit verschillende komponenten. De kleinste zijn Polycyclische aromatische koolwaterstoffen, grotere stofdeeltjes zijn silicaten, en silicaten met een ijsmantel. Deze ijsmantel is de plaats waar een belangrijk deel van de interstellaire moleculen worden gevormd (zie astrochemie); vorming van deze moleculen is niet mogelijk in de gasfase.

Vorming en destructie[bewerken]

Silicaten worden gevormd in schillen rond geevolueerde sterren in het reuzentak stadium. Die stof en gasschillen worden afgestoten als die sterren planetaire nevel worden. De silicaten krijgen een ijsmantel in dichte molecuulworken voordat daar nieuwe sterren worden gevormd. Deze mantels worden afgebroken bij bestraling met ultraviolet licht.