Kristalontvanger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schema van een kristalontvanger
Kristaldetector en condensator (200 cm)
NYW-spoelen4012.jpg
Kristalontvanger. Het roterende schuifcontact loopt over een zelfinductie (spoel) die op deze manier ingesteld kan worden. Inzet: het loodglanskristal met naald.

Een kristalontvanger is de eenvoudigste uitvoering van een radio-ontvanger, bestaande uit een spoel en afstemcondensator die samen de afstemkring vormen, een kristaldetector met afvlakcondensator als demodulator en een koptelefoon. In tegenwoordige uitvoeringen is de hoogohmige koptelefoon vervangen door een kristaloortelefoontje. Door de eigencapaciteit hiervan kan de afvlakcondensator vervallen.

In vroeger jaren bouwde bijna elke beginnende radioamateur als eerste een kristalontvanger. In de begintijd wikkelde men zelf de spoel, niet zelden met eenvoudig koperdraad om het binnenste van een toiletrol en was de kristaldetector een speciaal element bestaande uit een stukje loodglanskristal waarop men met een scherpe metalen punt een plek zocht die gelijkrichtend werkte en daarmee demodulatie mogelijk maakte. Zo'n kristaldetector was eigenlijk de voorloper van de puntcontactdiode.

Later kwam de germaniumdiode, uitgevoerd als puntcontactdiode, op het toneel ter vervanging van de omslachtige en onstabiele loodglanskristaldetector. Een veelgebruikt type is de OA89, nu te koop voor enkele centen, toen voor de prijs van ca 2 gulden, een flink bedrag in die tijd. Ook kwamen er al gauw antennespoelen op de markt met betere prestaties dan de zelf gewikkelde. Een in die begintijd in 1923 opgericht Nederlands bedrijf, AMROH nv. in Muiden, maakte de hieronder afgebeelde, veel gebruikte spoel 402.

De kristalontvanger bevat geen energiebron en geen versterkerelement en onttrekt de energie voor de koptelefoon of het oortelefoontje aan de energie van de zender. Dit type radio-ontvanger werkt uitsluitend indien de zender een amplitudegemoduleerd signaal uitzendt.