Koninklijke Philips

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koninklijke Philips N.V.
Koninklijke Philips
Hoofdkwartier van Philips in Amsterdam in de Breitnertoren, met links de Rembrandttoren
Hoofdkwartier van Philips in Amsterdam in de Breitnertoren, met links de Rembrandttoren
Beurs NYSE: PHG, Euronext: PHIA
Motto of slagzin Innovation and you (voorheen: Sense and simplicity)
Oprichting Eindhoven, Nederland in 1891
Sleutelfiguren Gerard Philips, oprichter
Anton Philips
Frits Philips
Frans van Houten, voorzitter/president/CEO
Hoofdkantoor Amstelplein 2
1096 BC Amsterdam
Werknemers 114.689 werknemers (per jaareinde 2013)[1]
waarvan:
Healthcare: 37.008
Consumer Lifestyle: 17.954
Lighting: 46.890
Producten Philips Healthcare,
Philips Consumer Lifestyle,
Philips Lighting
Omzet Gestegen 23.329 miljoen (2013)[1]
waarvan:
Healthcare: € 9575 miljoen
Consumer Lifestyle: € 4605 miljoen
Lighting: € 8413 miljoen
Winst Gestegen € 1172 miljoen (2013)[1]
Website Philips.nl
Portaal  Portaalicoon   Economie

Koninklijke Philips N.V. (beter bekend als kortweg Philips) is een Nederlands elektronicaconcern. Het heeft zijn hoofdvestiging in Amsterdam, maar de wortels van het bedrijf liggen in Eindhoven. Het concern produceert onder andere consumentenelektronica, lampen en medische apparatuur. Philips is de oprichter en hoofdsponsor van voetbalclub PSV.

Geschiedenis[bewerken]

Polygoon-journaal over het zestigjarig bestaan van Philips in 1951

Beginjaren[bewerken]

In 1891 richtte Gerard Philips samen met zijn vader Frederik Philips de firma Philips & Co op.[2] Het bedrijf werd niet in hun woonplaats Zaltbommel, maar in Eindhoven gevestigd. In deze plaats kon een leegstaand bedrijfspand verkregen worden. De eerste producten waren gloeilampen, waarvan het Eerste Gloeilampenfabriekje nog getuigt. Dit is nu een museum. Oorspronkelijk was Philips een eenvoudige assemblagefabriek voor kooldraadlampen. Gerard Philips was vooral in onderzoek geïnteresseerd en legde de basis voor het Philips' Natuurkundig Laboratorium (NatLab) waarvan de opvolger, de High Tech Campus, zich nog steeds in Eindhoven bevindt. Met de komst van Gerards broer Anton Philips, in 1895, werd de leiding van het bedrijf aangevuld met een zakenman die in staat was om de onderneming te doen groeien. In 1899 werd Anton medefirmant van het bedrijf.[2] In 1907 werd de NV Philips' Metaalgloeilampenfabriek te Eindhoven opgericht, gevolgd in 1912 door de oprichting van de NV Philips' Gloeilampenfabrieken, waarvan Gerard en Anton Philips de eerste directeuren waren.[2]

Verticale integratie[bewerken]

Technologisch is de komst van de wolfraamdraadlamp van belang. Geleidelijk werden de diverse Nederlandse gloeilampenfabrieken opgekocht, terwijl ook toeleveranciers afhankelijk van het bedrijf werden gemaakt en vervolgens eveneens opgekocht werden. Deze verticale integratie zou kenmerkend worden voor Philips, maar het maakte het bedrijf ook complex. Het leidde tot eigen glasfabrieken, golfkartonfabrieken, machinefabrieken en Philitefabrieken (Philite was de Philips merknaam voor bakeliet).

Machinefabrieken[bewerken]

In 1908 werd een voormalige weverij van de Gebr. Schellens opgekocht en tot machinefabriek ingericht. Hier maakte Philips in eigen beheer productiemachines voor gloeilampen. Keuze voor zelfbouw kwam onder meer voort uit behoefte aan geheimhouding. Omstreeks 1920 ontstond een gereedschapsmakerij, waarvoor echter te weinig vakmensen voorhanden waren. Deze werden aanvankelijk betrokken uit Duitsland en Midden-Europa. De gereedschappen waren nodig omdat de productie van radiotoestellen veel metalen onderdelen eiste. In 1928 werd een eigen vakopleiding gestart, het Jongens Nijverheids Onderwijs (JNO), later Primaire Beroepsopleiding (PBO) of Philips Bedrijfsschool geheten. In 1948 startte de apparatenbouw, oorspronkelijk ten behoeve van de productie van bioscoopprojectoren voor de hoofdindustriegroep ELA. Later werd een zeer grote verscheidenheid aan apparaten gebouwd, tot cyclotrons aan toe. In 1961 werd een vestiging in Almelo geopend, en in 1970 werd de Machinefabriek te Alkmaar aan de organisatie toegevoegd.

Metaalwarenfabriek[bewerken]

De metaalwarenfabriek (PMF) produceerde sedert 1918 radio-onderdelen en sedert 1927 radiotoestellen. Omstreeks 1925 werd de massaproductie van de benodigde metaalwaren een onderdeel van de apparatenfabriek. In 1946 werd het een onderdeel van de HIG Apparaten, in 1957 onderdeel van de HIG RGT.

Glasfabriek[bewerken]

De eerste eigen Glasfabriek van Philips werd in 1916 in gebruik gesteld op het terrein Strijp-S. Deze werd gestart omdat het concern van aanvoer van grondstoffen verzekerd wilde zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het glas werd gebruikt voor de ballonnen van gloeilampen, waar zeer veel glasblazers voor nodig waren. Later werden deze processen gemechaniseerd en werden de activiteiten uitgebreid met, onder meer, beeldbuizen. De fabriek is begin jaren 60 van de 20e eeuw gesloopt. Glas voor gloeilampen werd voortaan in de Lommelse vestiging vervaardigd, waar ook de ballons machinaal werden gemaakt. Daarnaast had Philips over de hele wereld verspreid veel glasfabrieken ten behoeve van de lampenproduktie. Glas voor tl-buizen werd in Roosendaal gefabriceerd. Het persglas werd gefabriceerd in Eindhoven, Aken, Simonstone, São Paulo en Taiwan. De persglasfabriek Eindhoven werd uiteindelijk verplaatst naar Winschoten maar was op dat moment eigenlijk al overbodig geworden.

Ten behoeve van de glasovens had Philips ook een fabriek op het terrein die vuurvaste stenen maakte.

Philitefabriek[bewerken]

Het gebruik van kunststoffen betrof in eerste instantie thermohardende kunststoffen, met name bakeliet dat bij Philips Philite heette. Dit moest worden geperst en werd daarbij door onomkeerbare processen zeer hard. In 1923 startte de productie op kleine schaal, ten behoeve van hulzen voor elektronenbuizen, later voor tal van toepassingen zoals behuizingen, knoppen enzovoort. In 1926 kwam er een afzonderlijke fabriek, in 1929 werd een nieuwe fabriek gebouwd waar in 1938 al 450 mensen werkten. Hiermee begaf Philips zich op het terrein van de procesindustrie. In 1952 werd een nieuwe perspoederfabriek geopend. De belangrijkste grondstof, fenol, werd van de Staatsmijnen betrokken. Er werkten toen 1100 mensen in de Philitefabriek. De fabricage van thermoplasten, die rond die tijd opkwamen, is door Philips nimmer ter hand genomen; wel bezat men in een vroeg stadium (1951) al een grote spuitgieterij. Kunststoffen op basis van ureum en melamine werden daar toegepast. De Philitefabrieken maakten ook producten voor derden, zelfs WC-brillen werden er gemaakt. Een deel van de activiteiten van de Philitefabriek werd in 1957 naar Uden verplaatst en in 1961 naar Hasselt. In 1962 bouwde men tevens een Philitefabriek te Lommel. In 1972 sloot de Eindhovense Philitefabriek. Tegenwoordig heeft Philips geen Philitefabrieken meer.

Papier- en golfkartonfabriek[bewerken]

In 1919 startte Philips de productie van golfkarton voor de verpakking van gloeilampen. Sinds 1926 werd ook grijs papier vervaardigd, grondstof voor golfkarton. Golfkarton werd ook aan derden geleverd. In 1950 werd een nieuwe, moderne, golfkartonmachine in gebruik genomen en in 1952 kwam deze in een nieuwe fabriek te staan. In 1957 werd opnieuw een grijspapierfabriek geopend. Voorts kwam toen een samenwerking met Emba tot stand, waarbij Movi te Rotterdam als een joint venture werd opgericht. Met het Britse papierconcern Bowater werd eveneens een samenwerking aangegaan wat leidde tot de bouw, in 1960 van Bowater Philips te Gent. Deze fabriek werd in 1970 door brand verwoest waarna plannen van Movi om in Etten-Leur een fabriek te bouwen versneld werden uitgevoerd. Deze fabriek bestaat nog steeds maar heet inmiddels na de nodige overnames Smurfit Kappa Elcorr. De fabriek van Movi in Rotterdam is in de jaren 80 gesloten. Uiteindelijk werd de grijspapierfabricage uitbesteed bij de Papierfabriek Roermond en in 1974 werd de Philips papierfabriek gesloten. Voor golfkarton werd in 1980 samen met Emba het verkoopkantoor Empee opgezet, waar in 1982 de bedrijven in Etten-Leur en Eindhoven bij werden ondergebracht. In 1988 werd de Philips Bowaterfabriek te Gent verkocht aan het Zweedse SCA Packaging, en het Philips aandeel in Empee werd overgenomen door Assi en Bührmann-Tetterode. Hiermee kwam een einde aan de papier- en kartonactiviteiten van Philips.

Gasfabriek[bewerken]

De gasfabriek splitste lucht in bestanddelen als argon, neon, krypton, xenon, zuurstof en stikstof. Het argon werd gebruikt om lampen te vullen, daar in 1915 was ontdekt dat de gloeidraad van een met dit gas gevulde lamp veel langer meeging. De gasfabriek werd gebouwd als reactie op het Duitse verbod op export van argon, in het kader van de Eerste Wereldoorlog. In 1919 functioneerde deze fabriek op het complex Strijp-S reeds. Andere gassen werden gebruikt als hulpstof. De fabriek was onderdeel van de groep Licht. De machines waren van het Duitse fabricaat Linde Eismaschinen. Na de Tweede Wereldoorlog verscheen een moderne fabriek op het complex Beatrixkanaal. Deze werd in 1989 verkocht aan Air Liquide. De fabriek is inmiddels gesloten.

Horizontale integratie[bewerken]

Het Klokgebouw op Strijp S
Philips

Mede gedreven door de activiteiten van de wetenschappelijke onderzoekers was de horizontale integratie nog veel belangrijker voor het bedrijf. Zo leidde de kennis op het gebied van glas en metalen, nodig voor de vervaardiging van gloeilampen, in de jaren 20 van de 20e eeuw ook tot expertise op het terrein van radiolampen, later radiobuizen of elektronenbuizen genoemd. Dit leidde niet alleen tot de productie van radio's, inclusief alle onderdelen daarvan, maar ook tot experimenten met televisietoestellen en oscilloscopen, die al plaatsvonden in de jaren 30 van de 20e eeuw. De proefnemingen met röntgenbuizen vormden de aanzet van wat later Philips Medical Systems zou heten, en experimenten met de hoogtezon voerden naar de farmaceutische producten, zoals die door het latere Philips-Duphar zouden worden vervaardigd.

Met name tijdens de jaren 20 van de 20e eeuw breidde Philips zich snel uit, en er verschenen markante nieuwe gebouwen, zoals de Lichttoren in 1920, de Witte Dame, het voormalig hoofdkantoor (nu: 'De Admirant') uit 1929 en het 27 ha grote complex Strijp-1 (later: Strijp-S genaamd), met onder meer de Hoge Rug.

In 1930 werd de eerste Nederlandse Philipsfabriek buiten Eindhoven geopend, en wel te Oss. De tot dan toe aanwezige vestigingen kwamen voort uit overnames van, bijvoorbeeld, gloeilampenfabrieken.

In 1939 kwam Philips met het eerste elektrische Philips-scheerapparaat, de Philishave, waardoor ook kleine huishoudelijke apparaten tot het assortiment gingen behoren. Daarnaast leidde de materiaalkundige expertise tot nieuwe ontwikkelingen, zoals de uitvinding van het ferriet, dat in vele toepassingen een rol zou gaan spelen.

Sociale dimensie[bewerken]

De mensen die Philips nodig had kwamen van heinde en verre. Velen waren afkomstig uit Drenthe, Overijssel, en Gelderland. De Philips Woningbouwvereniging Hertog Hendrik van Lotharingen bouwde huizen in wijken als Philipsdorp en Drents Dorp, er kwamen Philips scholen, een Philips bibliotheek, een Philips ontspanningscentrum en een Philips Sport Vereniging, waaruit ook de bekende PSV voetbalploeg voortkwam. De Philips Bedrijfsschool had een goede naam: hier werd vakmanschap bijgebracht. Verder was er de Etos, ofwel de Philips-kruidenier. Ook werden er parken aangelegd en een villapark voor het hoger Philips personeel. Bijzonder was het Philips-van der Willigenfonds dat kinderen van Philips-medewerkers in staat stelde om een universitaire studie te volgen, zonder dat er de verplichting tegenover stond om bij het bedrijf te komen werken, hoewel een baan bij Philips bijkans zekerheid voor het leven bood.

Dit alles had natuurlijk een keerzijde. Het paternalistische bedrijf was alomtegenwoordig en Philips is Eindhoven en Eindhoven is Philips was een veelgehoorde kreet, die socialistisch ingestelde 'oproerkraaiers' zich ter harte moesten nemen. Daarnaast had ook de meer romantisch of conservatief ingestelde mens grote moeite met de opkomst van het technologisch hoogontwikkelde bedrijf, getuige titels als De grote Voltige en Het donkere licht van Antoon Coolen. Bij de pastoors speelde ongetwijfeld ook angst voor het verlies aan invloed mee, mede door de komst van grote aantallen (protestantse) noorderlingen. Daarnaast verloor ook de oorspronkelijke fabrieksmatige bedrijvigheid, zoals de textiel- en sigarenindustrie, aan invloed. Deze bood veelal laaggeschoolde arbeid met navenante lonen.

Oorlog en wederopbouw[bewerken]

Bioscoopjournaal uit 1946 over de terugkeer van naar Duitsland getransporteerde machines voor het fabriceren van radiolampen bij de Philips-fabrieken in Eindhoven. Met een dankwoord van Dr. A.F. Philips.

De Tweede Wereldoorlog bracht bombardementen met zich mee, hoewel het grootste deel van de Philips-fabrieken vrijwel ongehavend uit de strijd kwam. Het bedrijf kon ook buiten Nederland blijven functioneren, dankzij buitenlandse vestigingen.

De tijd van de Wederopbouw ging gepaard met ongekende groei, waarbij Philips in Eindhoven vooral in westelijke richting uitbreidde met onder meer de complexen R en T te Strijp.

Philips Lichttoren

In 1946 werden in Nederland nieuwe productiebedrijven geopend in Sittard, Roermond en Zwolle. De jaren daarop volgden er nog vele andere, zie: Lijst van Philips-vestigingen. Vele vestigingen verschenen door geheel Nederland, en deze groeiden soms uit tot grote fabrieken waar duizenden mensen werkten.

Naast fabricage van gloeilampen en radiotoestellen, vanouds de standaardproducten, ging Philips zich vanaf het begin van de jaren 50 van de vorige eeuw ook toeleggen op de productie van kortegolf communicatieapparatuur ten behoeve van lucht- en scheepvaart. De apparatuur van die tijd kenmerkte zich door het gebruik van radiobuizen - de transistor stond nog in de kinderschoenen - en stond voor wat betreft betrouwbaarheid op een zeer hoog peil. Philips was een enorm kenniscentrum op het gebied van elektronenbuizen en was onder andere uitvinder van de pentode. Kortegolf communicatieapparatuur als de BX925 en de 8R0 501 waren jarenlang standaardfaciliteiten aan boord van koopvaardij en marineschepen en natuurlijk ook bij diverse walinstallaties van de overheid (Scheveningen Radio, land-luchtmacht en marine). Ook werd medio jaren 50 de productie van televisietoestellen een steeds belangrijker activiteit.

Spreiding van werkgelegenheid en gebruikmaking van nieuwe reservoirs aan arbeidskrachten speelde een grote rol. Ook in België, waar reeds een vestiging in Leuven bestond, werden nieuwe fabrieken geopend, zoals te Hasselt en Turnhout. Geleidelijk aan ging men de productie ook naar het buitenland overbrengen, terwijl men het tekort aan arbeidskrachten verder moest opvangen door gastarbeiders, met name Spanjaarden, in dienst te nemen. Soms leed het bedrijf echter aan een remmende voorsprong, want ondertussen was in 1947 de transistor uitgevonden en op deze ontwikkeling sprong men nogal laat in, aangezien Philips specifieke kennis had van elektronenbuizen.

Geleidelijk begon ook de concurrentie uit Japan zich te doen gelden, zoals door het in de jaren 50 op de markt brengen van transistorradio's van het toen nog onbekende merk Sony. De concurrentiestrijd met Japan leidde enige jaren later zelfs tot een soort video-oorlog: Philips bracht als eerste in 1963 de Compact cassette op de markt, die zeer succesvol was. De poging een standaard te vestigen voor videobanden, het Video 2000-systeem, was echter niet succesvol vanwege de concurrentie met de Betamax- en VHS-systemen.

De kentering[bewerken]

Philips groeide verder door, met in het topjaar 1974 ca. 412.000 medewerkers, waarvan 91.000 in Nederland maar het Nederlandse personeelsbestand was, met in 1970 98.000 mensen in dienst, toen al over zijn hoogtepunt. In Eindhoven verschoven activiteiten van productie naar onderzoek & ontwikkeling en kwamen meer en meer kantoor en managements functies. Na 1975 zette zich wereldwijd een daling van het personeelsbestand in. Door toenemende Europese en later mondiale concurrentie moesten de kosten omlaag; dit gebeurde door in grotere productie-eenheden te produceren.

De achterstand op het terrein van halfgeleiders trachtte men in te halen via kennisuitwisseling met de Bell-laboratoria van AT&T en later met het peperdure megachip-project. Overigens heeft Philips een succesvolle niche-markt gevonden in de fabricage van specialistische chips, waarbij de massafabricage van standaardchips aan goedkope firma's uit andere landen werd overgelaten, zoals Zuid-Korea en Taiwan.

Ook op het gebied van computers was er sprake van een achterstand. De mainframecomputer beloofde zeer belangrijk te worden, vooral voor administratieve toepassingen, maar Philips heeft hierin, ondanks de investering van grote sommen geld in Philips Data Systems, nooit enig marktaandeel van betekenis weten te behalen.

De in die jaren gehoorde uitdrukking: Philips kan niet failliet, refererend aan de zekerheid van overheidssteun, leek een niet te miskennen voorteken. Het bedrijf was door de horizontale en verticale integratie, maar ook door de verregaande autonomie van de vele buitenlandse Philips-ondernemingen, bijna onbestuurbaar geworden. Men sprak in dit kader van een matrixorganisatie. Andere voortekenen van een kentering kwamen uit de Verenigde Staten, waarvandaan veel technologische kennis naar Europa uitweek, omdat daar het door de overheid gefinancierde Apollo project op zijn einde liep. De exodus was de voorbode van een massale werkloosheid, ook onder technici. Ondertussen werd er bij Philips nogal eens aan hobbyisme gedaan, waarvan de research aan de stirlingmotor een goed, maar duur, voorbeeld was.

Inkrimping en consolidatie[bewerken]

Automatisering, rationalisering, concentratie op hoofdactiviteiten, samenvoeging van productie-eenheden en verplaatsing van productie naar lage lonen landen kondigden zich aan. Toen Henk van Riemsdijk in 1977 aftrad als bestuursvoorzitter, betekende dat de facto het eind van de invloed van de familie Philips en het begin van een minder paternalistische lijn. Dit proces zette medio jaren 70 al in met verplichte arbeidstijd verkorting, terwijl vanaf 1980 ook massa-ontslagen volgden. Het ergste was dat zich tegelijkertijd ook in andere arbeidsintensieve bedrijfstakken, zoals de kunstvezelindustrie en de scheepsbouw, soortgelijke drama's voltrokken. Op dat moment bezat Philips wereldwijd maar liefst 500 fabrieken. In 1982 was het personeelsbestand wereldwijd al teruggelopen van 360.000 tot 336.000 en verdere bezuinigingsoperaties volgden. De belangrijkste daarvan werd Operatie Centurion, geïnitieerd door Jan Timmer. Een groot deel van de Philips-vestigingen werd in het kader van deze operatie afgebouwd en vrijwel alle Philips activiteiten in Eindhoven werden beëindigd, verplaatst, of verzelfstandigd. De z.g. sterfhuis bedrijfsconstructie werd ingevoerd waarbij het moederbedrijf zo min mogelijk schade opliep als een zelfstandige productie eenheid werd afgestoten.

Eind jaren 90 werd het hoofdkantoor van Eindhoven verplaatst naar Amsterdam. Slechts Philips Lighting en Philips Research bleven in Eindhoven. Ook het Evoluon, nog niet zo lang daarvoor het visitekaartje van Philips voor Eindhoven en de wereld, werd in 1989 gesloten.

De aanzienlijke spin-off aan bedrijven die dankzij Philips in de regio Eindhoven waren gevestigd, zorgde ervoor dat het vertrek van Philips niet tot een catastrofe leidde. Een veelheid aan technologisch hoogwaardige bedrijven, waarvan ASML het grootste is, heeft de dynamiek voortgezet die met Philips begonnen is. Ook Philips Medical Systems, in het nabijgelegen Best, is nog een belangrijke Philips-activiteit.

Internationaal is Philips zich steeds meer gaan oriënteren op consumentenproducten die zich onderscheiden door een opvallend design. Het Senseo koffieapparaat (2001) en de ambilight televisie (2004) zijn goede voorbeelden. Op de binnenlandse markt sloegen deze wel aan maar opnieuw bleef internationale doorbraak uit. De divisies Componenten en Halfgeleiders werden verkocht, zo werd in 2006 de halfgeleiderdivisie verzelfstandigd als NXP. Tegelijkertijd werd aangekondigd dat het woord "Electronics" uit de bedrijfsnaam zou verdwijnen.

In 2006 had het bedrijf wereldwijd in meer dan 60 landen 121.732 werknemers in dienst. De researchafdeling, Philips Research, is tegenwoordig gevestigd op de High Tech Campus te Eindhoven, op het terrein van het vroegere Natuurkundig Laboratorium.

Eind 2010 had Philips 119.000 medewerkers in dienst, in oktober 2011 werd bekend dat Philips 4500 medewerkers wereldwijd laat uitstromen, waarvan 1400 in Nederland (10% van de 14.000 medewerkers).

In januari 2013 kondigde Philips de verkoop aan van haar Lifestyle Entertainment groep, bestaande uit de onderdelen Audio, Video, Multimedia en Accessories.[3] De koper is het Japanse bedrijf Funai Electric Co. Funai zal naast een een licentievergoeding ook € 150 miljoen voor de activiteiten betalen. De producten blijven onder de Philips merknaam verkocht worden, de licentieovereenkomst heeft een looptijd van vijfeneenhalf jaar en kan nog eens met 5 jaar verlengd worden. De overeenkomst zal naar verwachting in de tweede helft van 2013 worden afgerond. Dit onderdeel telt circa 2000 werknemers.

In september 2014 meldde Philips, nu nog met drie divisies, dat het zal splitsen in twee aparte bedrijven.[4] De Consumer Lifestyle-divisie gaat op in de Healthcare-divisie en gaat verder als HealthTech.[4] De Lighting-divisie krijgt een aparte juridische structuur en dit is de eerste stap tot een splitsing, waarbij andere aandeelhouders kunnen toetreden tot deze divisie.[4] Zou deze organisatie in 2013 al hebben bestaan, dan had HealthTech een omzet gerealiseerd van € 15 miljard en Lighting € 7 miljard.[4] Het zal zeker tot 2016 duren voordat de voorgenomen splitsing is afgerond.[4]

Overnames[bewerken]

Philips Lighting ging zich in versnelde mate richten op energiezuinige verlichtingstechniek, waarbij vooral Led technologie de aandacht kreeg. Het concernonderdeel voerde hier een agressievere politiek dan de concurrenten Osram en General Electric. Zo werd er gestreefd naar voorwaartse integratie, waarbij niet alleen lampen, maar ook armaturen werden geleverd. In dit verband voert Philips een politiek van gerichte overnames. Zo kocht Philips in 2005 het bedrijf Lumileds, een fabrikant van ledverlichting. In 2007 werden 5 bedrijven overgenomen: Partners in Lighting dat armaturen voor huishoudens maakt, TIR Systems en Color Kinetics die in ledverlichting actief zijn, Lighting Technologies dat bioscooplampen maakt, en Respironics dat apparatuur tegen slaapapneu vervaardigt. Met deze laatste overname was een bedrag van 3,6 miljard euro gemoeid en vormt daarmee de grootste overname die Philips ooit heeft gedaan. In 2008 heeft Philips het Amerikaanse bedrijf Genlyte overgenomen, dat verlichtingsarmaturen voor bedrijven maakt en marktleider is op de Noord-Amerikaanse markt. In 2009 Philips neemt de Italiaanse koffiemachinefabrikant Saeco over. In 2012 Philips sluit een joint venture met het Chinese TPV Technology onder de naam TP Vision voor het ontwerp, en de productie, distributie, marketing en verkoop van Philips-televisies met uitzondering van China, India, de Verenigde Staten, Canada, Mexico en enkele landen in Zuid-Amerika.

Bedrijfsonderdelen[bewerken]

Philips was in de jaren na 1950 onderverdeeld in Hoofdindustriegroepen (HIGs). Later werd het bedrijf onderverdeeld in Divisies waarbij reorganisaties een rol speelden. Onder het bewind van Gerard Kleisterlee verlegde de hoofdaandacht van Philips zich naar een bedrijf waar leefstijl en gezondheid centraal stonden. Dit leidde tot de verkoop van de divisies Halfgeleiders en Componenten. Philips is sindsdien onderverdeeld in 3 sectoren en een R&D onderdeel:

  • Philips Lighting richt zich op de introductie van innovatieve, energiezuinige lichtoplossingen en -toepassingen voor openbare gelegenheden en thuis die getuigen van een grondige kennis van de wensen van de klant, zowel in de professionele als ook voor de consument.
  • Philips Consumer Lifestyle (Consumer Electronics)richt zich op wensen van consumenten over de gehele wereld, met als doel om hun gezondheid en welzijn te verbeteren. Per jaareinde 2013 werkten er ruim 17.000 medewerkers.
    • Philips is Europa's grootste producent van consumentenelektronica en behoort tot de grootste drie spelers op wereldniveau, na Panasonic (1) en Sony (2). De divisie heeft verkoop- en service­organisaties in 50 landen en fabrieken in België, Frankrijk, Hongarije, Mexico, Argentinië, Brazilië, India en China.
    • Huishoudelijke apparaten (Domestic Appliances and Personal Care (DAP)) produceert producten voor persoonlijke verzorging en huishoudelijke apparaten. Het hoofdkantoor van deze divisie bevond zich enige tijd in Groningen en daarna vijf jaar lang in Amersfoort. Sinds januari 2007 is het hoofdkantoor van Philips DAP gehuisvest in Amsterdam (IJ-Toren). Er zijn fabrieken in Nederland, Oostenrijk, Polen, de Verenigde Staten, Brazilië, China en Singapore.
  • Philips Healthcare is gericht op het ontwikkelen van oplossingen op basis van de behoeften van zorgteams en patiënten.
    • Philips Medical Systems is actief in de markt voor diagnostische apparatuur. Het is in deze markt een belangrijke speler, samen met Siemens en General Electric. Er werken 37.000 mensen en er zijn fabrieken in Nederland, Duitsland, Finland, Israël en de Verenigde Staten.
  • Innovation, Group & Services
    • Deze kleinste divisie is de bron van technologische innovatie binnen Philips, met onder andere Philips Research. Hier zijn ook de personeelsleden ondergebracht die niet aan de afzonderlijke divisies zijn toe te rekenen. Er werkten ruim 12.000 mensen (stand 2013).

Lijst van vroegere en huidige Philips-vestigingen[bewerken]

Vóór 1940 had Philips slechts vestigingen in een beperkt aantal plaatsen, maar na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal vestigingen sterk toe. Terwijl in Eindhoven de mensen van heinde en verre werden aangevoerd, dankzij het VIPRE (Vervoer Industrieel Personeel Regio Eindhoven) busnetwerk. In de hoogtijdagen ging het om honderden bussen met het overstap station op de kruising Beukenlaan/Schootsestraat. Hier konden de mensen overstappen op bussen die hen naar de gewenste Eindhovense locatie brachten. Om aan personeel te komen, en om de werkgelegenheid in de regio te verbeteren, stichtte Philips vele vestigingen buiten Eindhoven. Hier kwam bij dat Philips ook veel bedrijven overnam, die elk soms ook weer een aantal vestigingen hadden. Vanaf 1980 ging het echter bergafwaarts met vele van deze vestigingen. Philips stootte vele bedrijven af en sloot ook een groot aantal vestigingen in de regio, wat ook ernstige sociale gevolgen kon hebben voor streken die toch al niet bedeeld waren met veel werkgelegenheid. Dit proces van concentratie en stroomlijning is nog aan de gang.

Nuvola single chevron right.svg Voor een lijst van alle Philips-vestigingen, zie Lijst van Philips-vestigingen

Chronologie[bewerken]

Philips gameconsole Videopac G7000 uit 1978
  • 1891: Frederik Philips en zijn zoon Gerard Philips richten Philips op in Eindhoven
  • 1911: Overschakeling van de kooldraadlamp op de metaaldraadlamp
  • 1911: De eerste natuurkundigen worden aangetrokken met de bedoeling patenten te verkrijgen
  • 1912: N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken wordt opgericht.
  • 1913: PSV, De 'Philips Sport Vereeniging' wordt opgericht voor de vrijetijdsbesteding van de werknemers
  • 1914: het Natuurkundig Laboratorium (NatLab) wordt opgericht.
  • 1916 de Philips' Glasfabriek te Strijp wordt opgericht om zeker te zijn van basismateriaal
  • 1918: de eerste radiolamp, de Ideezet, een vroege elektronenbuis, wordt op de markt gebracht.
  • 1918: de eerste Röntgenbuis voor medische toepassingen wordt op de markt gebracht
  • 1920: de productie van radio-onderdelen begint, deze zijn aanvankelijk bedoeld voor radioamateurs
  • 1923: de Miniwatt radiolamp wordt geïntroduceerd
  • 1925: N.V. Philips Radio wordt opgericht
  • 1925: De eerste experimenten met televisie vangen aan
  • 1926: de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek wordt overgenomen
  • 1926: een zeer felle superhogedruk kwikdamplamp wordt ontwikkeld
  • 1926: de 'Philigraph', de voorloper van de bandrecorder, verschijnt op de markt
  • 1927: de divisie Philips Medical Systems wordt opgericht.
  • 1927: de pentode, een geavanceerde radiobuis, verschijnt op de markt
  • 1927: de eerste radioverbinding met het toenmalige Nederlands-Indië
  • 1927: Philips start de verkoop van complete radio-apparaten
  • 1928: de eerste Philips televisie wordt aan het grote publiek getoond (nog niet verkocht).
  • 1931: de 'Philora' natriumlamp wordt op de markt gebracht
  • 1932: Philips filmstudio wordt geopend
  • 1933: een bruikbare röntgeninstallatie komt op de markt
  • 1933: onderzoek naar ferrieten start onder leiding van J.L. Snoek en E.J.W. Verwey
  • 1934: begin productie van filmprojectoren
  • 1936: Philips Technisch Tijdschrift wordt opgericht, het bevolkingsonderzoek ('doorlichten') komt op gang
  • 1939: de Philishave komt op de markt
  • 1939: de Britse Philips komt met een televisietoestel op de markt
  • 1948: de tl-buizen komen op de markt
  • 1948: begin experimentele tv-uitzendingen
  • 1950: begin met de productie van transistoren te Nijmegen
  • 1955: experimentele kleurentelevisie via kabel
  • 1959: uitvinding Integrated Circuits (ICs)
  • 1963: de door Philips ontwikkelde Compact cassette komt op de markt
  • 1965: de plumbicon-televisiecamera wordt uitgebracht, waarmee met veel lagere lichtniveaus beelden geregistreerd kunnen worden
  • 1965: toepassing Integrated Circuits (ICs) in gehoorapparaten
  • 1967: eerste reguliere uitzendingen in Nederland van kleurentelevisie
  • 1967: Philips betreedt de markt voor koffiezetmachines
  • 1972: de eerste Video Cassette Recorder (VCR) voor thuisgebruik komt op de markt in Engeland
  • 1972: PolyGram wordt opgericht
  • 1974: op 1 januari wordt het Philips PM5544-testbeeld door de Nederlandse tv in gebruik genomen
  • 1978: Philips introduceert met de Amerikaanse firma MCA de vlp-videoplaat in Amerika. Het is een technische en commerciële mislukking. Na enige jaren trekt Philips zich terug. De Japanse firma Pioneer brengt met succes het herdoopte LaserVision aan de man
  • 1979: Philips introduceert het Video 2000-systeem, een technisch superieur ontwerp, maar een commerciële mislukking.
  • 1983: Philips lanceert in samenwerking met Sony de uitermate succesvolle Compact disc (cd).
  • 1991: Philips introduceert de weinig succesvolle cd-i, de Compact Disc Interactive. In hetzelfde jaar wordt Philips Electronics N.V. de enige aandeelhouder van N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken, wat de opmaat is voor een juridische fusie tussen de twee en een naamsverandering in 1994
  • 1992: Philips lanceert wederom een commerciële mislukking: het digital compact cassette-formaat
  • 1994: N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken verandert van naam, de nieuwe naam is Philips Electronics N.V.
  • 1995: Philips en Sony ontwikkelen de blu-ray Disc, deze wordt door de hoge prijs en gebrek aan belangstelling pas tien jaar later geïntroduceerd
  • 1997: De dvd wordt op de markt gebracht
  • 1998: Philips Electronics N.V. verandert van naam, de nieuwe naam is Koninklijke Philips Electronics N.V. Tevens wordt het muziekconcern PolyGram verkocht aan het Canadese Seagram Company
  • 1999: Philips en Sony brengen de super audio compact disc uit. Ook dit systeem is niet direct een overweldigend commercieel succes. Tevens ontwikkelt Philips samen met Sony een standaard voor digitale geluidsoverdracht, S/PDIF (Sony Philips Digital InterFace)
  • 1999: Philips en LG starten de joint venture LG.Philips LCD
  • 2001: Philips en LG starten de joint venture LG.Philips Displays. Productie van "oude" Beeldbuis.
  • 2001: Philips introduceert in samenwerking met Douwe Egberts het succesvolle Senseo koffiezetsysteem in Nederland. Vanaf 2002 volgt de introductie in andere landen
  • 2002: er vindt een gijzeling plaats in de Rembrandttoren in Amsterdam. De gijzelnemer vermoedt een complot rond breedbeeldtelevisies. Nadat de man maandenlang verschillende media had bestookt, gijzelt hij uiteindelijk werknemers van het kantoorpand, waar tot enkele maanden voor de gijzelingsactie Philips zetelde. Tijdens de actie pleegt de man zelfmoord, maar er raken verder geen mensen gewond
  • 2004: Philips introduceert ambilight, een achtergrondverlichtingssysteem dat de waargenomen beeldkwaliteit versterkt.
  • 2004: Philips ruilt de 10 jaar oude slogan Let's make things better in voor Sense and simplicity. Hiermee wil Philips aangeven dat zijn producten slim van binnen zijn en eenvoudig in gebruik.
  • 2005: Dochteronderneming Polymer Vision presenteert een zakcomputer met oprolbaar elektronisch scherm, de Readius.
  • 2006: Philips verkoopt divisie Semiconducters met behoud van een belang van 19,9%, de nieuwe onderneming gaat verder als NXP Semiconductors, founded by Philips
  • 2007: Philips maakt bekend de divisies Consumentenelektronica en Huishoudelijke Apparaten samen te voegen tot de divisie Consumer Lifestyle, daarmee voortgaand op de weg van technologiebedrijf naar een bedrijf dat Gezondheid en Leefstijl ('Health and Lifestyle') als productfilosofie heeft. Philips heeft dan nog drie sectoren: 'Lighting', 'Consumer Lifestyle', en 'Healthcare'
  • 2008: in dit jaar introduceerde Philips flatscreen-televisies met WOWvx-technologie op de markt
  • 2009: Philips neemt de Italiaanse koffiemachinefabrikant Saeco over
  • 2012: Philips sluit een joint venture met het Chinese TPV Technology onder de naam TP Vision voor het ontwerp, en de productie, distributie, marketing en verkoop van Philips-televisies met uitzondering van China, India, de Verenigde Staten, Canada, Mexico en enkele landen in Zuid-Amerika
  • 2013: Philips verkoop van haar Lifestyle Entertainment groep, bestaande uit de onderdelen Audio, Video, Multimedia en Accessories, gaat niet door. Met de verkoop zouden 2000 medewerkers over gaan naar de Japanse koper Funai Electric. Koninklijke Philips Electronics N.V. verandert van naam, de nieuwe naam is Koninklijke Philips N.V.[5]
  • 2014: Philips gaat zich opsplitsen in twee aparte zelfstandige bedrijven, één voor verlichting en één voor gezondheid en consumenten

Bestuursvoorzitters[bewerken]

President-commissarissen[bewerken]

Beeldmerk[bewerken]

Radiotoestel uit 1931, met een oude versie van het beeldmerk

Het beeldmerk van Philips is omstreeks 1930 ontstaan. Het bestaat uit een cirkel (die de aarde symboliseert), waarin drie horizontale golflijnen (die de radiogolven symboliseren). Linksboven en rechtsonder staan twee vierpuntige sterretjes (zoals sterren vaak verschijnen als ze door een vierkant diafragma gefotografeerd worden). Deze sterren symboliseren het licht.

Boven het cirkelvormige beeldmerk staat vaak de naam PHILIPS, met het geheel in een kader dat de vorm heeft van een wapenschild.

Het beeldmerk werd in 1994 afgeschaft en in 2013 opnieuw ingevoerd. Het beeldmerk werd iets gemoderniseerd, er zijn nu slechts twee golflijnen en de golflengte is langer. Daarnaast kent de bovenkant van het schild sinds de modernisering een lichte bolling.

De sterretjes uit het beeldmerk sieren de klokken van de Philips-beiaard bij het Evoluon.

Trivia[bewerken]

  • Philips was in vroeger jaren niet alleen paternalistisch, maar ook bijzonder ambtelijk. Zo had men niet alleen fabriekskantoren, maar ook kantoor-kantoren, een typische term uit de Philips-woordenschat.
  • Philips is voorstander van de invoering van octrooi op computergeïmplementeerde uitvindingen in de Europese Unie, maar weigert de term "software patent" te gebruiken.[6]
  • In 2013/14 wijdde Museum Boerhaave een tentoonstelling aan 100 jaar onderzoek van Philips.

Zie ook[bewerken]

Publicaties over Philips[bewerken]

  • Dirk van Delft & Ad Maas: Philips Research. 100 jaar uitvindingen die ertoe doen. Zwolle, WBooks, 2013. ISBN 978-90-6630-571-7
  • A. Heerding: Het ontstaan van de Nederlandse gloeilampenindustrie. Leiden, Nijhoff, 1980. (Deel 1 van de Geschiedenis van Philips Electronics NV). ISBN 90-247-9033-6
  • A. Heerding: Een onderneming van vele markten thuis. (1891-1922). Leiden, Nijhoff, 1986. (Deel 2 van de Geschiedenis van Philips Electronics NV). ISBN 90-6890-072-2
  • I.J. Blanken: De ontwikkeling van de N.V. Philips' gloeilampenfabrieken tot elektrotechnisch concern. (1922-1934). Leiden, Martinus Nijhoff, 1992. (Deel 3 van de Geschiedenis van Philips Electronics NV). ISBN 90-6890-440-X
  • I.J. Blanken: Onder Duits beheer. (1935-1950). Zaltbommel, Europese bibliotheek, 1997. (Deel 4 van de Geschiedenis van Philips Electronics NV). ISBN 90-288-6450-4
  • I.J. Blanken: Een industriële wereldfederatie. (1950-1970). Zaltbommel, Europese Bibliotheek, 2002. (Deel 5 van de Geschiedenis van Koninklijke Philips Electronics N.V..) ISBN 90-288-3638-1

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties