Personal computer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moderne pc

Een personal computer, afgekort als pc, is de algemeen gebruikte naam voor een computer voor individueel gebruik. De pc wordt gebruikt voor het uitvoeren van diverse taken, zoals administratie, tekstverwerking, toegang tot het internet, programmeren, grafisch werk en spellen, met door de gebruiker kant-en-klaar verkregen programma's. Een computer wordt onder meer gebruikt bij werk, onderwijs, school en hobby's.

Geschiedenis[bewerken]

IBM Personal Computer, type 5150 uit 1981

De naam werd opgenomen in de taal aan het begin van de jaren 80, toen IBM zich aansloot bij de snel groeiende markt in kleine computers, toen nog vaak microcomputers- of homecomputers genoemd. Aanvankelijk was een computer een grote en dure machine die gebruikt werd door grote bedrijven. Individueel gebruik was eventueel mogelijk met timesharing. De trend naar individuele computers was al een aantal jaren gaande met onder andere de Altair 8800 en de Apple II. De term personal computer ontstond toen IBM zijn eerste kleine computer voor individueel gebruik uitbracht in 1981: de IBM Personal Computer. De gangbare naam van de tegenhanger voor de grote IBM (mainframe)-computers (voor kantoor- en industriële toepassingen) was destijds microcomputer, en IBM had een eigen label nodig. Tussen beide formaten in, bestond nog de tiny, die soms als voorloper van de pc wordt beschouwd.

Kenmerkend voor de IBM-PC was de modulaire opbouw en de openbaargemaakte hardware interface. Daardoor konden andere leveranciers ook onderdelen voor de pc aanbieden en later zelfs zogenaamde klonen.

Hoewel de term dus in het begin voornamelijk gebruikt werd voor IBM Personal Computers, en later voor IBM PC-compatibele computers, wordt de term tegenwoordig gebruikt voor alle computers voor individueel gebruik.

Software[bewerken]

De software voor een computer kan worden onderverdeeld in een aantal categorieën:

  • BIOS, Basic Input/Output System, bestaat uit de meest basale functies die het aansturen van hardware als geheugen, harddisk etc. mogelijk maken. Het BIOS wordt geleverd in een ROM-chip, en wordt gestart zodra de computer wordt aangezet.
  • Besturingssysteem, bestaat uit software die het mogelijk maakt om computerprogramma's uit te voeren. In het besturingssysteem zitten alle onderdelen die het mogelijk maken om gebruik te maken van BIOS functies, maar ook voor het aansturen van randapparatuur (via drivers), het beveiligen van de computer (door gebruikersprofielen te definiëren en autorisatie te verlenen), en de grafische omgeving die het mogelijk maakt met muis en/of toetsenbord de computer te bedienen. Als besturingssysteem van personal computers heeft Windows van Microsoft het grootste marktaandeel. Andere besturingssystemen zijn Linux (dat in diverse "distributies" ("distro's"), door diverse leveranciers wordt geleverd, zoals Red Hat, SuSE, Debian en Mandrake), en het besturingssysteem voor Apple's Apple Macintosh (Mac OS, of het actuelere Mac OS X).
  • Services (Windows) of Daemons (Unix) zijn processen die op de achtergrond draaien voor bepaalde zaken die voortdurend actief moeten zijn.
  • Applicaties (toepassingen) zijn programma's die met een bepaald doel worden ontwikkeld of aangeschaft. Voorbeelden hiervan zijn tekstverwerkers, beeldverwerkers, geluidsverwerkers, rekenprogramma's, webbrowsers en databaseprogramma's. Sommige applicatieprogramma's kunnen bij een besturingssysteem zijn inbegrepen.
  • Utilities of gereedschappen zijn hulpprogramma's voor bijvoorbeeld het zelf ontwikkelen van programma's (compilers, interpreters, IDE's, en dergelijke), webservers, mailservers, et cetera.

Onderdelen[bewerken]

Exploded view-tekening van een personal computer
Personal computer, exploded 5.svg
1. Beeldscherm 5. Uitbreidingskaarten (PCI) 9. Toetsenbord
2. Moederbord 6. Voeding 10. Muis
3. Processor (CPU) 7. Optische schijf (cd-rom, dvd, Blu-ray)
4. Werkgeheugen (RAM) 8. Harde schijf

Een typische pc-opstelling bestaat uit een systeemkast en randapparatuur, zoals beeldscherm, toetsenbord en muis.

De systeemkast (mogelijk met ingebouwd beeldscherm) bevat altijd:

Verder bevat de systeemkast zo goed als altijd:

  • een cd-romspeler en/of dvd-speler, cd-schrijver en/of dvd-schrijver
  • een netwerkkaart waarmee de pc aan een netwerk kan worden aangesloten, tegenwoordig vaak geïntegreerd op het moederbord.

Op de pc wordt ook externe randapparatuur aangesloten, veelal op een aansluitpoort, maar tegenwoordig ook draadloos aangestuurd, met wifi, infrarood of Bluetooth:

  • USB-aansluiting (Universal Serial Bus), een gestandaardiseerde aansluiting voor printers, scanners, toetsenbord, muis, memorycard lezers en allerlei andere apparatuur
  • DVI, VGA, ADC of HDMI voor het beeldscherm
  • Firewire, een door Apple ontwikkelde standaard welke de hoogste verbindingssnelheid heeft. FireWire wordt vooral gebruikt voor digitale camera's en voor camcorders.

Tijdbalk[bewerken]

  • In 1975 werd de Altair 8800 ontwikkeld. Deze computer voor thuis moest zelf in elkaar gezet worden. Deze computer had geen beeldscherm en geen toetsenbord, maar schakelaars en lampjes.
  • In 1977 introduceerde Apple de Apple II de eerste succesvolle pc met een monitor en toetsenbord om gegevens in te voeren. Door de komst van VisiCalc, het eerste spreadsheetprogramma, zag de zakelijke markt het nut van de pc.
  • Apple had het in zijn reclame-uitingen over de Apple II al over een "Personal Computer"; IBM was dus niet de eerste maar wel de bekendste.
  • 12 augustus 1981: De eerste IBM Personal Computer wordt voorgesteld op een persconferentie in het Waldorf-Astoria Hotel in New York.
  • In 1984 introduceerde Apple de Apple Macintosh, de eerste computer met een grafische gebruikersomgeving. Dit betekende een revolutie voor de computermarkt.
  • In 1985 introduceerde Microsoft de eerste versie van Windows. Dit was de eerste grafische gebruikersomgeving voor IBM-compatibele computers. In tegenstelling tot de Macintosh is deze op meerdere computers te gebruiken in plaats van alleen eigen producten, hieraan dankt Windows zijn succes. De eerste versie werd echter geen succes.
  • In 1992 bracht Microsoft Windows 3.1 uit. Vanaf Windows 3.1 kreeg Microsoft Windows grote bekendheid. Dit is vooral te danken aan de tekstverwerker Word, en door de opkomst van multimedia en internet.
  • In hetzelfde jaar brengt Linus Torvalds de eerste versie van Linux uit, een 32 bits-, opensource-, multiuser-, multitasking POSIX-besturingssysteem dat op een personal computer draait.
  • In 1995 bracht Microsoft Windows 95 uit. Deze kan multitasken en heeft als eerste Windowsversie de taakbalk met de startknop. Dit was ook de eerste 32 bitsversie van Windows. Voor thuisgebruik zou pas vanaf Windows XP in 2001 geen MS-DOS meer gebruikt worden.

Zie ook[bewerken]