Langlevend meer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Prespameer
Endemische zoetwaterslakken (Tiphobia horei (E. A. Smith, 1880)) uit het Tanganyikameer afgebeeld door Bourguignat (1890)[1]

Een langlevend meer (Engels: ancient lake, long-lived lake) is een meer dat meer dan honderdduizend tot miljoenen jaren bestaat of heeft bestaan. Dergelijke meren onderscheiden zich van gewone, kortlevende meren die niet langer bestaan dan enkele tientallen tot maximaal honderdduizend jaar, dat wil zeggen niet ouder dan het Vroeg-Weichselien. Door hun langdurig bestaan heeft er zich meestal een endemische flora en fauna in ontwikkeld. In veel opzichten vertonen langlevende meren en hun ecosystemen grote verwantschap met geïsoleerde eilanden die vaak eveneens een hoge graad van endemisme kennen.[2]

Veel meren zijn gekenmerkt door een grote diepte (honderden tot meer dan duizend meter) en een grote isolatie. De isolatie kan geografisch zijn, maar is ook fysisch (watertemperatuur en watersamenstelling) van aard. De endemische flora en fauna is al afwezig in in- en uitstromende rivieren of in poeltjes die slechts door een geringe barrière zoals een zandbank van het eigenlijke meer afgescheiden zijn. In dergelijke randwateren leeft de gewone flora en fauna uit het gebied waarin het meer ligt. Op haar beurt dringt die 'gewone' flora en fauna vaak niet het meer binnen, zelfs niet bij fysiek contact van beide watersoorten.

Hoewel flora en fauna endemisch zijn, en dus slechts in één meer aanwezig zijn, tonen soorten uit langlevende meren wereldwijd vaak convergente evolutie in de vorm van gemeenschappelijke uiterlijke kenmerken. Die duiden niet op nauwe verwantschap maar op langdurige aanpassing aan overeenkomstige biotopen en een vaak hoge selectiedruk, onder andere veroorzaakt door (eveneens endemische) predatoren. Vaak zijn geslachten door een lange evolutie gesplitst in veel soorten die elk een heel specifieke habitat bewonen.[3] In veel meren is het aantal soorten dan ook hoog.

Langlevende meren zijn uiterst gevoelig voor verstoring van het ecologische evenwicht dat in vaak miljoenen jaren tot stand gekomen is. Introductie van soorten die van elders komen of waterverontreiniging door riool of industrie leiden vaak tot ernstige verstoring van flora en fauna.[4]

Langlevende meren zijn ook fossiel bekend. Zij worden door hun kenmerkende fossiele fauna herkend. Voorbeelden zijn het meer bij Steinheim (Duitsland)[5] en het Pebasmeer in Zuid-Amerika, beide van Miocene ouderdom. De meeste aandacht is altijd uitgegaan naar de fossiele weekdieren die vaak heel algemeen zijn. Het viel al vroeg op dat schelpen die in de opvolgende lagen werden aangetroffen langzaam in vorm veranderden. Er is veel over dergelijke afstammingsreeksen geschreven.[6] Van Steinheim is een van de eerste evolutionaire stambomen gepubliceerd.[7][8][9][10]

Langlevende meren hebben vaak een bijzondere ontstaanswijze wat hun vaak grote diepte, isolatie en langdurig bestaan veroorzaakt. Meestal betreft het een combinatie van langdurige en permanente daling van de meerbodem in combinatie met geringe aanvoer van sediment waardoor het meer niet kan dichtslibben. Vaak bestaat het enige sediment uit kalkslib en klei. Veel voorkomende oorzaken zijn tektoniek zoals bij de Oost-Afrikaanse meren, het Baikalmeer en het Meer van Ohrid, en vulkanisme zoals bij het Tobameer op Sumatra. Ook restanten van grote zeeën zoals de Kaspische Zee kunnen kenmerken van langlevende meren hebben. In diepe op het land gelegen bekkens zonder tektonische of vulkanische oorsprong kunnen ook langlevende meren ontstaan als er weinig afzetting is van grof klastisch sediment. Een bekend voorbeeld is het al genoemde meer van Steinheim dat in een oude meteorietkrater lag.

Door hun lange levensduur en vaak continue afzetting van fijne sedimenten zijn langlevende meren zeer geschikt voor klimaatonderzoek. Lange secties geven informatie over een zeer lange periode. Gegevens over het klimaat verschaffen de sedimentologie met jaargelaagdheid, de pollen en diatomeeënanalyse en het stabiele isotopen onderzoek.[11][12] Voor dergelijk onderzoek worden in internationaal verband grote boorprojecten opgezet.[13] Incidenteel werden ook gegevens door middel van weekdierfossielen verkregen.[14]

De belangrijkste langlevende meren[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen en verwijzingen
  1. Bourguignat, J.-R., 1890. Histoire malacologique du Lac Tanganika (Afrique équatoriale). Annales des sciences naturelles de Paris. Zoologie, 10: 1-267, 17 pls. (pdf)
  2. Gorthner, A., Martens, K., Goddeeris, B., Coulter, G., 1994. What is an ancient lake? In: Martens, K, Goddeeris, B, Coulter, G (eds), Speciation in ancient lakes. Schweizerbart’sche, Stuttgart, pp 97–100.
  3. Michel, E., 1994. Why snails radiate: A review of gastropod evolution in long-lived lakes, both recent and fossil. Archiv für Hydrobiologie, 44: 285-317. (pdf).
  4. Matzinger, A., Schmid, M., Veljanoska-Sarafiloska, E., Patceva, S., Guseska, D., Wagner, B., Müller, B., Sturm, M., Wüest, A., 2007. Eutrophication of ancient Lake Ohrid: Global warming amplifies detrimental effects of increased nutrient inputs. Limnology and Oceanography, 52(1), 2007, 338–353. (pdf)
  5. Adam, K.-D., 1980. Das Steinheimer Becken. - eine Fundstätte von Weltgeltung. Monumenta geologica et palaeontologica, Stuttgart 1980, 124 pp.
  6. Wesselingh, F.P., 2006. Miocene long-lived lake Pebas as a stage of mollusc radiations with implications for landscape evolution in western Amazonia. Scripta Geologica, 133: 1-458. (pdf's)
  7. Hilgendorf, F., 1867. Über Planorbis multiformis im Steinheimer Süßwasserkalk. Monatsberichte königliche preussische Akademie für Wissenschaften, Berlin 1866: 474-504.
  8. Reif, W. -E., 1983. Hilgendorf's (1863) dissertation on the Steinheim planorbids (Gastropoda; Miocene): The development of a phylogenetic research program for Paleontology. Paläontologisches Zeitschrift, 57(1/2): 7-20.
  9. Reif, W. -E., 1983. The Steinheim snails (Miocene, Schwäbische Alb) from a Neo-darwinian point of view: A discussion. Paläontologisches Zeitschrift, 57(1/2): 21-26.
  10. Glaubrecht, M., 2012. Franz Hilgendorf’s dissertation “Beiträge zur Kenntnis des Süßwasserkalks von Steinheim” from 1863: Transcription and description of the first Darwinian interpretation of transmutation. Zoosystematics and Evolution, 88(2): 2012, 231–259 / DOI 10.1002/zoos.201200020. (pdf)
  11. Tzedakis, P.C., Frogley, M.R., Heaton, T.H.E., 2003. Last Interglacial conditions in southern Europe: evidence from Ioannina, northwest Greece. Global and Planetary Change, 36: 157-170.
  12. Prokopenko, A.A., Bezrukova, E.V., Khursevich, G.K., Solotchina, E.P., Kuzmin, M.I., 2009. Climate in continental interior Asia during the longest interglacial of the past 500 000 years: the new MIS 11 records from Lake Baikal, SE Siberia. Climate of the Past Discussions, 5: 1951–1988. (pdf)
  13. Williams, D.F., 1995. The Baikal Drilling Project; extracting global change signals from lacustrine sediments of Lake Baikal, southeastern Siberia. In: Hine and Halley (Prefs.), Linked Earth systems; congress program and abstracts. SEPM: Tulsa, p.27
  14. Lueger, J.P., 1978. Klimaentwicklung im Pannon und Pont des Wiener Beckens aufgrund von Landschneckenfaunen. Sitzungsberichte Anzeiger - Österreichische Akademie der Wissenschaften, Mathematisch - Naturwissenschaftliche Klasse, 6: 137-149.

Verwijzingen en overige literatuur (beperkte selectie)

  • Adam, K.-D., 1980. Das Steinheimer Becken. - eine Fundstätte von Weltgeltung. Monumenta geologica et palaeontologica, Stuttgart 1980, 124 pp.
  • Alexandrowicz, S.W., 1993. Biometrical study of Choanomphalus maacki Gersfeldt, 1859, from the Baikal Lake. Folia Malacologica, 5: 97-107, Kraków.
  • Bandel, K., 2000. Speciation among Melanopsidae (Caenogastropoda) – Special emphasis to the Melanopsidae of the Pannonian Lake at Pontian time (Late Miocene) and the Pleistocene and Recent of Jordan. Mitteilungen des Geologisch-Paläontologischen Institutes der Universität Hamburg, 84: 131-208, Hamburg.
  • Bourguignat, J.-R., 1890. Histoire malacologique du Lac Tanganika (Afrique équatoriale). Annales des sciences naturelles de Paris. Zoologie, 10: 1-267, 17 pls. (pdf)
  • Bright, B., 2009. Ostracode endemism in Bear Lake, Utah and Idaho. pp 197-216. In: Rosenbaum, J.G., Kaufman, D.S. (eds), 2009. Paleoenvironments of Bear Lake, Utah and Idaho, and Its Catchment. Special Paper 450, The Geological Society of America, ISBN 978-0-8137-2450-8 (abstract).
  • Cziczer, I., Magyar, I., Pipík, R., Böhme, M., Coric, S., Bakrac, K., Sütö-Szentai, M., Lantos, M., Babinszki, E., Müller, P., 2008. Life in the sublittoral zone of long-lived Lake Pannon: paleontological analysis of the Upper Miocene Szák Formation, Hungary. International Journal of Earth Sciences (Geologische Rundschau), DOI 10.1007/s00531-008-0322-3, 26 pp. (pdf)
  • Frogley, M.R., 1998. The biostratigraphy, palaeoecology and geochemistry of a long lacustrine sequence from NW Greece. Unpublished PhD Thesis, University of Cambridge, Cambridge.
  • Frogley, M.R., Tzedakis, P.C. & Heaton, T.H.E., 1999. Climate variability in northwest Greece during the last interglacial. Science, 285: 1886-1889.
  • Frogley, M.R., H.I. Griffiths and T.H.E. Heaton, 2001. Historical biogeography and Late Quaternary environmental change of Lake Pamvotis, Ioannina (north-western Greece): evidence from ostracods. Journal of Biogeography, 28: 745-756.
  • Glaubrecht, M., 2012. Franz Hilgendorf’s dissertation “Beiträge zur Kenntnis des Süßwasserkalks von Steinheim” from 1863: Transcription and description of the first Darwinian interpretation of transmutation. Zoosystematics and Evolution, 88(2): 2012, 231–259 / DOI 10.1002/zoos.201200020. (pdf)
  • Gorthner, A., 1984. Gyraulus (Gastropoda; Planorbidae) im Steinheimer Becken und Ochridsee -- ein Vergleich als Beitrag zur Kenntnis der Ökologie und Evolutionsbedingungen. Dipl.Arb. (Biologie, Tübingen: 1-138.
  • Gorthner, A., Meier-Brook, C., 1985. The Steinheim Basin as a paleo-ancient lake. pp. 322-334, In: U. Bayer & A. Seilacher (Eds), Sedimentary and Evolutionary Cycles. Springer Verlag.
  • Gorthner, A., 1992. Bau, Funktion und Evolution komplexer Gastropodenschalen in Langzeit-Seen. Mit einem Beitrag zur Paläobiologie von Gyraulus ‘multiformis’ im Steinheimer Becken. Stuttgarter Beiträge zur naturkunde B 190: 173 pp.
  • Gorthner, A., Martens, K., Goddeeris, B., Coulter, G., 1994. What is an ancient lake? In: Martens, K, Goddeeris, B, Coulter, G (eds), Speciation in ancient lakes. Schweizerbart’sche, Stuttgart, pp 97–100.
  • Gulyas, S. Jr. 2001. The Palaeogeography of Lake Pannon During Deposition of the Congeria rhomboidea Beds. Geologia Croatica, 54/1: 15-26.
  • Hilgendorf, F., 1867. Über Planorbis multiformis im Steinheimer Süßwasserkalk. Monatsberichte königliche preussische Akademie für Wissenschaften, Berlin 1866: 474-504.
  • Kozhov, M., 1963. Lake Baikal and its life. Monographiae Biologicae, XI: 1-344; Uitg. W. Junk, Den Haag.
  • Lueger, J.P., 1978. Klimaentwicklung im Pannon und Pont des Wiener Beckens aufgrund von Landschneckenfaunen. Sitzungsberichte Anzeiger - Österreichische Akademie der Wissenschaften, Mathematisch - Naturwissenschaftliche Klasse, 6: 137-149.
  • Martens, K., Goddeeris, B. & Coulter, G. (eds), 1994. Speciation in ancient lakes. Ergebnisse der Limnologie, 44: 1-508.
  • Matzinger, A., Schmid, M., Veljanoska-Sarafiloska, E., Patceva, S., Guseska, D., Wagner, B., Müller, B., Sturm, M., Wüest, A., 2007. Eutrophication of ancient Lake Ohrid: Global warming amplifies detrimental effects of increased nutrient inputs. Limnology and Oceanography, 52(1), 2007, 338–353. (pdf).
  • Mensink, H., 1984. Die Entwicklung der Gastropoden im miozänen See des Steinheimer Beckens (Süddeutschland). Palaeontographica, A, 183: 1-63; Stuttgart.
  • Michel, E., 1994. Why snails radiate: A review of gastropod evolution in long-lived lakes, both recent and fossil. Archiv für Hydrobiologie, 44: 285-317. (pdf).
  • Mueller, P. & Magyar, I., 1991. Continuous record of the evolution of lacustrina cardiid bivalves in the late Pannonian lake. Acta Palaeontologica Polonica, 36(4): 353-372.
  • Prokopenko, A.A., Bezrukova, E.V., Khursevich, G.K., Solotchina, E.P., Kuzmin, M.I., 2009. Climate in continental interior Asia during the longest interglacial of the past 500 000 years: the new MIS 11 records from Lake Baikal, SE Siberia. Climate of the Past Discussions, 5: 1951–1988. (pdf)
  • Reif, W. -E., 1983. Hilgendorf's (1863) dissertation on the Steinheim planorbids (Gastropoda; Miocene): The development of a phylogenetic research program for Paleontology. Paläontologisches Zeitschrift, 57(1/2): 7-20.
  • Reif, W. -E., 1983. The Steinheim snails (Miocene, Schwäbische Alb) from a Neo-darwinian point of view: A discussion. Paläontologisches Zeitschrift, 57(1/2): 21-26.
  • Rintelen, T. von, Rintelen, K. von, Glaubrecht, M., 2010. The Species Flocks of the Viviparous Freshwater Gastropod Tylomelania (Mollusca: Cerithioidea: Pachychilidae) in the Ancient Lakes of Sulawesi, Indonesia: The Role of Geography, Trophic Morphology and Color as Driving Forces in Adaptive Radiation. pp. 485-512, In: M. Glaubrecht (ed.), Evolution in Action, DOI 10.1007/978-3-642-12425-9_23, Springer-Verlag Berlin Heidelberg. (pdf)
  • Ropstorf, P., Riedel, F., 2004. Deep-water gastropods endemic to Lake Baikal - a SEM study on protoconchs and radulae. Journal of Conchology, 38: 253-282.
  • Stankovic, S., 1931. Die Fauna des Ohridsees und ihre Herkunft. Archiv für Hydrobiologie, 23: 557-617.
  • Stankovic, S., 1931. Sur les particularités limnologiques des lacs égéens. Verhandlungen der Internationale Vereinigung für Theoretische und Angewandte Limnologie, 5: 158-190.
  • Stankovic, S., 1960. The Balkan Lake Ohrid and its living world. Monographiae Biologicae 9: 1-357; Uitg. Dr W. Junk, Den Haag.
  • Tzedakis, P.C., Frogley, M.R., Heaton, T.H.E., 2003. Last Interglacial conditions in southern Europe: evidence from Ioannina, northwest Greece. Global and Planetary Change, 36: 157-170.
  • Wenz, W., 1922. Die Entwicklung der Steinheimer Planorben und ihre Bedeutung für die Descendenzlehre. Berichte der senkenbergische naturforschende Gesellschaft, 52: 135-158.
  • Wesselingh, F.P., 2006. Miocene long-lived lake Pebas as a stage of mollusc radiations with implications for landscape evolution in western Amazonia. Scripta Geologica, 133: 1-458. (pdf)
  • Williams, D.F., 1995. The Baikal Drilling Project; extracting global change signals from lacustrine sediments of Lake Baikal, southeastern Siberia. In: Hine and Halley (Prefs.), Linked Earth systems; congress program and abstracts. SEPM: Tulsa, p.27