Lee Harvey Oswald

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oswald (politiefoto 1963)

Lee Harvey Oswald (New Orleans, Louisiana, 18 oktober 1939Dallas, Texas, 24 november 1963) is de vermoedelijke moordenaar van de Amerikaanse president John F. Kennedy, hoewel er nooit een rechtszaak kon worden aangespannen om zijn schuld te bewijzen. Of hij daadwerkelijk schuldig was, is een onderwerp van voortdurende discussie, controverse en complottheorieën. Er bestaat discussie of het tegen hem verzamelde bewijsmateriaal wel voldoende zou zijn geweest voor een veroordeling.

De na de moord op de president benoemde officiële onderzoekscommissie, de Commissie-Warren, wees hem als enige dader aan. Deze conclusie werd later van verschillende kanten aangevochten. Twee dagen na de moord op Kennedy werd Oswald op het politiebureau van Dallas vermoord door nachtclubeigenaar Jack Ruby, waardoor hij niet meer kon worden voorgeleid en er geen proces tegen hem werd gevoerd.

Levensloop[bewerken]

Lee en Marina

Oswald werd geboren in New Orleans in de staat Louisiana. Hij had een zeer onrustige jeugd: zijn vader stierf voor zijn geboorte en zijn moeder was twistziek, hoewel ze hem ook adoreerde. Het gezin, met nog een oudere broer en een halfbroer, was voor Oswalds achttiende verjaardag al 22 maal verhuisd, en Lee had 12 verschillende scholen bezocht.

Na zijn achttiende verjaardag kwam hij bij het korps mariniers (USMC), waar hij een vreemde eend in de bijt was vanwege zijn leesmanie en zijn interesse in het communisme. Desondanks kreeg hij een training als radarspecialist (waar een hoge veiligheidsklassering voor nodig was). Hij werd gestationeerd op de mariniers luchtvaartbasis El Toro in het Californische Irvine, later op een luchtvaartonderdeel voor de marine in het Japanse Atsugi. Dit was een basis voor spionagevluchten boven de Sovjet-Unie. Hij was in deze tijd geabonneerd op het communistische blad "The Worker"[bron?] en leerde vloeiend Russisch, onder onopgehelderde omstandigheden. Blijkens getuigenissen van zijn medemariniers was hij geen beste schutter.

Hierna verliet hij het korps mariniers, en verbleef hij twee jaar in de Sovjet-Unie, waar hij op 30 april 1961 trouwde met de twee jaar jongere Marina Proesakova, een studente farmacie. Hun eerste dochter werd daar geboren in februari 1962. Maar uiteindelijk beviel het hem er niet, en na het vervullen van de vele formaliteiten keerde hij met zijn vrouw terug naar de Verenigde Staten, waar hij diverse baantjes had in het gebied rond Dallas en Fort Worth in Texas. Hij bewoog zich in kringen van anticommunistische Russen, waarvan de belangrijkste de aristocraat CIA-agent George de Mohrenschildt was. Eind oktober 1963 werd hun tweede dochter geboren.

Moord op Kennedy[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Moord op president Kennedy voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Volgens de Commissie-Warren kocht hij in maart 1963 via een postorderbedrijf een uit de Tweede Wereldoorlog stammend geweer en een revolver onder het alias Alek J. Hiddell. Deze werden later in verband gebracht met de moord op de president, die plaatsvond op 22 november 1963. Oswald werd enkele uren na de moord aangehouden, maar ontkende de schoten op de president te hebben afgevuurd of iets tegen Kennedy te hebben. Tijdens zijn ondervraging door de politie, die deels met een leugendetector plaatsvond, ontkende Oswald het geweer gekocht te hebben: de handtekening onder het bestelformulier voor het geweer ontkende hij te hebben geplaatst. Politiek was hij niet gemotiveerd, noch zei hij lid te zijn van de Communistische Partij. Tegen journalisten zei hij later: I didn't shoot anyone en I'm just a patsy ("Ik heb niemand neergeschoten" en "Ik ben slechts een zondebok").

Onschuldig?[bewerken]

De onschuld van Oswald werd later ondersteund door tal van critici van het officiële onderzoek naar de moord op de president; de belangrijkste van hen was Jim Garrison, officier van justitie te New Orleans, waar Oswald in de tijd voor de moord ook regelmatig te vinden was, en waar hij vele ontmoetingen had in het anticommunistische circuit. Op Garrisons boek Op het spoor van de moordenaars baseerde de cineast Oliver Stone zijn geruchtmakende film JFK uit 1991, waarin de vermoedelijke moordenaars van de president worden gezocht in kringen van de CIA, en Oswald als geheim agent bezig is om door te dringen in een ogenschijnlijk communistisch complot, in het geloof de moord op de president van communistische zijde te voorkomen. Ook recentelijk werd zijn onschuld bevestigd door de voormalige CIA-man James Files, die beweert dat hijzelf het dodelijke schot op de president heeft afgevuurd. Bij zijn arrestatie beschikte Oswald over het telefoonnummer van FBI-agent James Hosty, zowel privé als op diens kantoor. Getuigen beweren dat Oswald dagen voor zijn dood nog met deze FBI-agent had gesproken. Hij had ook bij het FBI-kantoor een briefje afgeleverd voor Hosty, maar die is door de FBI-leidinggevende door de wc gespoeld. Documenten waaruit definitief zou kunnen blijken of Oswald inderdaad een geheim agent was, zijn echter tot het jaar 2029 officieel staatsgeheim.

Moord op Oswald[bewerken]

Oswald werd twee dagen na de moord op de president neergeschoten door nachtclubeigenaar Jack Ruby in Dallas te Texas, toen hij op het punt stond om te worden overgebracht naar de lokale gevangenis. Het gebeurde voor de draaiende camera van de Amerikaanse televisie, zodat miljoenen Amerikanen de moord op Oswald rechtstreeks op het scherm konden zien. Oswald werd dodelijk getroffen. De kogel doorboorde zijn lever, milt en aorta. In hetzelfde Parklandziekenhuis te Dallas, waar artsen twee dagen eerder hadden gepoogd om president Kennedy te redden, vochten deze nu voor het leven van Oswald, eveneens tevergeefs. Hierdoor kon hij niet aan de rechter worden voorgeleid.

Onderzoek[bewerken]

Door de nieuwe president Lyndon B. Johnson werd op 29 november 1963 de officiële Commissie-Warren opgericht om de moord op de president te onderzoeken. De conclusie van de Commissie luidde dat Oswald Kennedy had vermoord, en dat hij alleen had gehandeld. Deze bevinding van de Commissie-Warren zou later de geschiedenis ingaan als de lone nut theory (theorie van de eenzame gek). In een later onderzoek door de speciale Enquêtecommissie van het Huis van Afgevaardigden aan het eind van de jaren zeventig echter werd de conclusie getrokken dat het wel degelijk om een mogelijke samenzwering ging, waarbij Lee Harvey Oswald was betrokken.

Volgens dit tweede onderzoek had Oswald drie schoten op Kennedy gevuurd en had hij Kennedy vermoord en Connally verwond, maar er was een vierde schot richting de limousine afgevuurd, en dat was van voren gekomen maar had niets geraakt. De conclusie over het vierde schot was gebaseerd op geluidsmateriaal. De betrouwbaarheid van dat materiaal werd later echter aangevochten. In het tweede onderzoek werd aandacht besteed aan diverse samenzweringstheorieën, waarbij geen duidelijke keuze werd gemaakt voor de ene of de andere theorie. Wel is sindsdien het officiële standpunt van de Amerikaanse overheid over de moord op de president niet langer gelijkluidend met de conclusies van de Commissie-Warren.

Over de vraag wie precies verantwoordelijk is of zijn voor de moord op president Kennedy, wat Oswald daarmee te maken had, en in wiens opdracht Oswald vervolgens vermoord werd, bestaan inmiddels tal van theorieën.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Logo Wikisource
Bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Lee Harvey Oswald diary op de Engelstalige Wikisource.