Lucifer (voorwerp)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Brandende lucifer
Strijkvlak van luciferdoos uitvergroot
Ontbrandende lucifer
Luciferboekje
Luciferdoosje

Een lucifer is een klein houtje met een ontvlambare kop, waarmee vuur gemaakt kan worden.

Geschiedenis[bewerken]

De Chinezen vonden niet alleen het buskruit maar ook de lucifer uit. Volgens een tekst uit 950 werden staafjes dennenhout met zwavel geïmpregneerd. De uitvinding van deze 'lichtbrengende staaf' dateert uit het jaar 577. Ook de Romeinen zouden zich overigens van dergelijke staafjes hebben bediend, en omstreeks 1530 kwamen ze in Europa opnieuw in zwang. Dit waren de zwavelstokjes.

In 1805 werd door de Fransman Jean-Joseph-Louis Chancel de dompellucifer uitgevonden. De zogeheten allumettes oxygenéés bevatten zwavel en kaliumchloraat en moesten worden ondergedompeld in zwavelzuur om ze tot ontbranding te brengen, hetgeen de gebruiksvriendelijkheid niet ten goede kwam.

In 1827 ontdekte de Engelse scheikundige John Walker een mengsel van kaliumchloraat, antimoonsulfide en stijfsel (zie: slagsas) dat tot ontbranding kwam door het langs schuurpapier te wrijven.[1] Aanvankelijk aangebracht op een kartonnetje, werd dit al spoedig door een houtje vervangen. In 1828 werd voor het eerst het woord: lucifer gebruikt, door koopman Samuel Jones. Vervolgens werd in 1832 door Charles Sauria een lucifer ontwikkeld die een mengsel van witte fosfor, kaliumchloraat, zwavel en gom bevatte. Deze lucifer kon bij geringe wrijving al ontbranden, maar de productie was onveilig vanwege de fosfordampen die bij de productie ervan vrijkwamen. Men ontdekte dat witte fosfor bij verhitting in het veel minder schadelijke rode fosfor kon worden omgezet. Dit verbeterde de productieomstandigheden aanzienlijk, maar probleem was dat de lucifers bij geringe wrijving onbedoeld tot zelfontbranding konden overgaan, wat onveilig was voor de gebruiker.

De veiligheidslucifer (Zweeds: säkerhetständstickan) werd in 1844 uitgevonden door de Zweedse chemicus Gustaf Erik Pasch. Pasch ontwikkelde een kop die antimoonsulfide, mangaandioxide en kaliumchloraat bevat en welke op een speciaal geprepareerd strijkvlak tot ontbranding gebracht kon worden. Het strijkvlak bestaat uit glaspoeder en rode fosfor.

De Zweden J.E. Lundström en A. Sjöberg ontwikkelden een procedé om de lucifer industrieel te vervaardigen en patenteerden dat in 1855.

Samenstelling[bewerken]

De samenstelling van de ontvlambare kop is in de loop der tijd veranderd.

  1. Dompellucifers bevatten onder meer zwavel en kaliumchloraat; door de lucifer in zwavelzuur te dompelen ontbrandde deze.
  2. De strijklucifer bevat het fosfor dat bij veiligheidslucifers naar het strijkvlak verplaatst is, zodat strijken langs een ruw vlak al voldoende is voor ontbranding.
  3. Veiligheidslucifers werken door de reactie tussen kaliumchloraat, de sporen fosfor van het strijkvlak en de druk van de strijkbeweging. Daardoor komt de reactie tussen zwavel en kaliumchloraat op gang.
  4. Moderne, milieuvriendelijke lucifers bevatten geen zwavel meer, maar een ijzer-fosforverbinding die ontleedt tot ijzeroxide en fosfaat.

Vroeger werd de steel van lucifers gemaakt van dennenhout, tegenwoordig van populierenhout. Andere materialen, zoals karton en opgerolde wasplaatjes, komen ook voor.

Speciale lucifers[bewerken]

Stormlucifers worden gebruikt aan boord van reddingboten en in survival kits. Zij hebben behalve de strijkkop een watervaste coating of zijn geïmpregneerd met brandbare verbindingen waardoor ze ook nat en bij sterke wind blijven branden. Deze lucifers werden onder meer toegepast bij de eerste industrieel vervaardigde Molotov cocktails in Finland.

Verpakking[bewerken]

In Europa worden lucifers meestal geleverd als houten stokjes in een doosje. Aan weerszijden van het doosje bevindt zich een strijkvlak. In Amerika is deze uitvoering onbekend: men ziet er kartonnen lucifers die uit een boekje moeten worden gescheurd. Zo'n boekje is vaak voorzien van reclame - er staat zelfs reclame op de lucifers zelf, zolang ze niet zijn uitgescheurd. Een boekje bevat meestal 20 lucifers.

Etymologie[bewerken]

Het Zweedse tändstickor betekent niet tandenstokers (hoewel een lucifer voor dat doel bruikbaar is), maar aansteekstokjes.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek