Mary Wortley Montagu

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mary Wortley Montagu, door Charles Jervas

Lady Mary Wortley Montagu (Thoresby Hall, Nottinghamshire, 15 mei 1689Londen, 21 augustus 1762) was een Engels schrijfster.

Biografie[bewerken]

Zij was een dochter van Evelyn Pierrepont, destijds graaf van Kingston, later markies van Dorchester en hertog van Kingston. Haar moeder was lady Mary Feilding, een dochter van William Feilding, graaf van Denbigh. Deze overleed in 1694 en haar vader, die niet zou hertrouwen, verzorgde zelf haar opleiding.

Mary was bevriend met Mary Astell, die wordt gezien als de eerste actieve voorvechtster voor vrouwenrechten in Engeland, en met Anne Wortley Montagu en haar broer Edward. Met deze laatste trouwde zij, tegen haar vaders wil, in 1712. Edward Mortley Montagu was op dat moment parlementslid en vervulde na de troonsbestijging van George I diverse functies. Mary en Edward raakten goed bekend in hofkringen. Hij was bevriend met Joseph Addison, waardoor lady Mary ook in aanraking kwam met de literaire kringen. Zij raakte zelf bevriend met Alexander Pope.

In 1716 werd Edward benoemd tot Engels ambassadeur in Constantinopel en hoewel hij in 1717 werd teruggeroepen, bleven Mary in Turkije tot 1718. Mary leerde zichzelf Turks en schreef vele brieven naar diverse mensen met wie zij correspondeerde. Haar bekendheid berust vooral op de uitgave van deze brieven, waarin een levendig beeld wordt geschetst van het leven in de Oriënt en aan het Ottomaanse hof. Zij merkte ook het gebruik van inenting tegen pokken op en introduceerde deze methode in Engeland, ondanks aanvankelijke tegenstand van medici. Na haar terugkeer in Engeland werd zij een prominent figuur in literaire en intellectuele kringen. Er ontstond echter om onduidelijke redenen een ruzie met Alexander Pope, mogelijk omdat hij zich door haar aangevallen voelde in een satirisch gedicht, waarop hij zich keer op keer op scherpe wijze tegen haar uitliet. Zij bleef een uitgebreide correspondentie voeren, vooral met haar zuster, Lady Mar, in Parijs. In 1738 verliet zij Engeland en haar man, met wie zij overigens nog steeds op goede voet stond. Zij woonde vervolgens op diverse plaatsen in Frankrijk en Italië, onder ander in Avignon, Brescia en aan het Iseomeer. Zij werd ernstig ziek en keerde op verzoek van haar dochter in 1762 terug naar Engeland, waar zij korte tijd later overleed.

Oeuvre[bewerken]

Haar literaire werk bestaat uit de genoemde brieven en omvat verder gedichten en essays. In 1716 verschenen Town Eclogues en Court Poems by a Lady of Quality. Haar Letters during Mr Wortley's Embassy to Constantiople verscheen een jaar na haar dood. In 1767 volgde een tweede deel.

Externe links[bewerken]