Meester van de zwarte molen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Meester van de zwarte molen (oorspronkelijke titel: Krabat)[1] is een jeugdboek uit 1971 van de Duitse kinderboekenschrijver Otfried Preußler. Het verhaal speelt zich vermoedelijk af in de 17e eeuw, in de nabije omgeving van Schwarzkollm (een klein dorp dat tegenwoordig een deel van de gemeente Hoyerswerda is) in het toenmalige Keurvorstendom Saksen. Het is een bewerking van een oude Sorbische sage.[2] Er wordt een duidelijke afbakening gemaakt tussen Goed (Krabat, Tonda, Michal, Juro en de Kantorka) en Kwaad (de Meester, Peetoom en misschien ook Lyschko).

Het verhaal[bewerken]

Standbeeld van hoofdpersonage Krabat in het dorp Schwarzkollm, waar het verhaal zich afspeelt.
Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De hoofdpersoon is de 14-jarige Krabat, die nadat hij zijn beide ouders heeft verloren samen met enkele andere jongens als bedelmuzikant rondtrekt. Na een droom te hebben gehad waarin elf raven voorkwamen die hem opriepen om naar de molen aan het Koselmoeras te gaan, besluit hij dit te doen. Hij vindt de molen en treft binnen de molenaar aan die hem aanneemt als leerjongen, nadat hij eerst aan Krabat heeft gevraagd of die alleen voor het molenaarsvak of ook voor "al het andere" wil gaan.

De molen blijkt als snel een vermomde school voor zwarte kunst te zijn. De molenaar is zelf de meester in de zwarte kunst. Zijn elf "knechten" zijn eigenlijk zijn tovenaarsleerlingen. Elke vrijdag moet iedereen zich in raven veranderen, waarna de Meester teksten voorleest uit een toverboek dat de Koraktor heet, die de leerlingen dan moeten nazeggen. Ze kunnen niet weglopen van de molen, want de toverkracht van de Meester zorgt ervoor dat je aan het eind van de dag altijd weer bij de molen terug bent. Slechts met toestemming van de Meester kan men plaatsen bereiken, maar dat heeft dan wel een bepaald doel.

Nadat Krabat op de molen is gekomen en de kleren van iemand anders - die er om onduidelijke redenen niet meer is - heeft gekregen, moet hij als leerjongen de eerste paar maanden op de molen alle zeer zware vervelende klusjes opknappen, totdat hij dankzij de zwarte kunst heeft geleerd zijn werk lichter te maken. De meesterknecht, Tonda, is vanaf de eerste dag bevriend met Krabat en helpt Krabat stilletjes als de Meester of de verklikker Lyschko het niet ziet.

Op Goede Vrijdag woont Krabat zijn eerste les in de zwarte kunst bij. De volgende avond is het Paasnacht en moeten de jongens in paren van twee de nacht doorbrengen op de plaats waar ooit iemand een bijzondere dood gestorven is. Krabat en Tonda houden de wacht bij "Boomers Dood" en horen dan de meisjes uit het nabijgelegen dorp zingend de Paasnacht intrekken om paaswater te halen. Krabat raakt betoverd door de stem van voorzangeres, de Kantorka, al is hij die even daarna wel weer vergeten.[noten 1]

Er blijken gaandeweg nog meer vreemde dingen aan de hand op de molen. Iedere Nieuwe Maan rijdt een kar voor met een vreemdeling op de bok. Hij is gehuld in een mantel, draagt een hoed met een hanenveer en wordt alleen "Peetoom" genoemd. Tijdens Nieuwe Maan moet iedereen zwijgen, de vreemdeling spreekt tijdens al deze nachten slechts één keer en zijn stem als "krakende vorst en laaiend vuur tegelijk". Hij laat de jongens zware zakken met een onbekende substantie[noten 2] malen op de "Dode Gang", die anders nooit gebruikt wordt. Zelfs de Meester lijkt bang voor Peetoom.

Dat jaar komt Tonda precies op Oudejaarsavond om. Alles wijst op een ongeluk, maar de weken ervoor waren alle jongens op de molen duidelijk bang omdat ze wisten dat er iets stond te gebeuren. Tonda wordt haastig en zonder enig omhaal of gedenkteken begraven op een plek die bekendstaat als de Woestenij. Krabat is kapot van verdriet, hij is zijn enige vriend op de molen kwijt. Wanneer Krabat het Onze Vader voor Tonda wil bidden, blijkt hij de tekst hiervan helemaal vergeten te zijn.

Begin januari arriveert er een nieuwe leerjongen, Witko. Hoewel die nota bene de kleren van Tonda krijgt wordt er door iedereen gedaan alsof Tonda nooit heeft bestaan. Michal neemt min of meer diens plaats in. Hij is nu de beste in de zwarte kunst en beschermt Witko tegen de pesterijen van de Meester en sommige van de leerjongens zoals Lyschko.

Krabat wordt benoemd tot gezel en merkt dat hij in het ene jaar op de molen drie jaar ouder is geworden. De Paasnacht van dat jaar treedt Krabat uit zichzelf en ziet voor het eerst zijn Kantorka in het echt. Hij wordt maar net op tijd door Juro teruggehaald, voordat de nieuwe dag aanbreekt en Krabat niet meer naar zijn lichaam terug zou hebben gekund. Vanaf dat moment is Krabat helemaal verliefd op de Kantorka. Inmiddels blijkt dat de Meester zich in zijn vrije tijd bezig houdt met het manipuleren van de Saksische keurvorst, die in oorlog is met Zweden.

Michal is degene die op de tweede Oudejaarsavond dat Krabat op de molen is sterft. Vanaf dat moment is duidelijk dat de twee sterfgevallen onmogelijk toeval kunnen zijn.

Het derde jaar is Krabat zelf de beste geworden in de zwarte kunst. Hij beschermt de nieuwe leerjongen die in de plaats van Michal is gekomen, Lobosch, die vroeger ook een van zijn metgezellen op straat was. Krabat lijkt hierin zelf nu enigszins op Tonda. Na een ontmoeting met de Kantorka besluit Krabat extra hard op de zwarte kunst te studeren teneinde zich te bevrijden van de tirannie van de Meester. Juro, de "sufferd" van de molen, waarschuwt hem echter dat de Meester met zijn eigen wapens proberen te verslaan niet de goede manier is. Ieder jaar moet er immers een jongen sterven en Krabat zal de volgende zijn als hij zo doorgaat; de Meester kiest bij iedere jaarwisseling de beste leerling uit om op te offeren. Dit staat in de Koraktor: in ruil voor het jaarlijks offer en de hulp aan Peetoom verkrijgt de Meester zijn krachten. Het heeft geen enkele zin zich door middel van zwarte kunst tegen de Meester te verzetten: dat is kwaad met kwaad vergelden en de Meester is hoe dan ook te machtig. Slechts de liefde van een meisje kan hem bevrijden. Anderen zoals Tonda hadden het al op die manier geprobeerd, maar hadden gefaald. Het meisje moet namelijk op Oudejaarsnacht haar jongen opeisen, maar dient hem uit de andere jongens te herkennen. De Meester kan hierbij echter smokkelen, door de jongens bijvoorbeeld te dwingen zich in raven te veranderen, of het meisje te blinddoeken. Ook heeft hij bij Tonda achterhaald wie zijn geliefde was en dreef haar door haar boze dromen te sturen tot zelfmoord. Krabat en Juro werken een plan uit om de wil van de Meester te weerstaan en bij de confrontatie Krabat herkenbaar te houden voor zijn meisje, bijvoorbeeld door als raaf de kop onder de rechtervleugel te houden in plaats van de linker. Ook moet Krabat ervoor oppassen dat de Meester er niet achterkomt dat er een meisje is dat van hem houdt. Juro's domme houding blijkt geheel gespeeld en hij ontpopt zich dan ook tot een mentor voor Krabat. Ook blijkt nu dat Juro de enige is die al eerder de aangeleerde toverkracht voor het goede heeft aangewend; hij heeft zonder dat de Meester het wist tijdens een sneeuwloze winter alsnog voor sneeuw gezorgd, waardoor de oogst van de omwonende boeren niet verloren ging.

Inmiddels heeft Merten, een van de andere gezellen en Michals volle neef, sinds de laatste jaarwisseling geen woord meer gezegd. Na een paar mislukte vluchtpogingen probeert Merten zich in uiterste wanhoop van het leven te beroven door zich op te hangen. De poging mislukt omdat de Meester op de molen nu eenmaal over leven en dood beschikt, maar Merten houdt er voor de rest van zijn leven een scheve nek aan over.

De Meester houdt Krabat inmiddels al een tijdje nauwlettend in de gaten. Hij laat Karabat een paar keer op een zondag de stad in gaan, zogenaamd om wat plezier te hebben maar in werkelijkheid zodat de Meester hem kan bespioneren. Met Kerstmis van het derde jaar doet de Meester Krabat een voorstel: als Krabat de molen en de bijbehorende school voor zwarte kunst overneemt, kan hij zelf de nieuwe Meester worden. Na verloop van tijd zou hij als machtig tovenaar een van de machtigste mannen ter wereld worden. In plaats van Krabat zou dan iemand anders, Lyschko bijvoorbeeld, met de jaarwisseling omgebracht kunnen worden. Krabat weigert zijn kameraden te verraden en wacht op zijn meisje. Hierop neemt de Meester Krabat zijn toverkracht af en tracht Krabat opnieuw te beïnvloeden door hem net als helemaal aan het begin van het verhaal boze dromen te sturen. Als Krabat op de dag voor Oudjaar nogmaals het aanbod van de Meester weigert, laat de Meester hem een graf delven op de Woestenij.

Met Oudejaarsnacht komt de Kantorka Krabat opeisen. De Meester blinddoekt haar en laat haar dan haar jongen uitkiezen. Hier hadden Krabat en Juro niet op gerekend, maar tegen hun verwachting in kiest het meisje toch Krabat uit omdat ze hem instinctief herkent.[noten 3] De liefde van het meisje heeft de macht van de Meester dus gebroken. De Meester zal sterven om middernacht, waarna de molen in vlammen opgaat. Krabat en met hem alle andere nog levende jongens zijn hiermee bevrijd van de verderfelijke invloed van de zwarte kunst, terwijl ook de dood van Tonda, Michal en iedereen die eerder door de Meester werd geofferd is gewroken.

Personen[bewerken]

  • Krabat: De hoofdpersoon.
  • De Kantorka: Het meisje van wie Krabat houdt. Ze wordt niet bij haar echte naam genoemd, maar simpelweg aangeduid als "de Kantorka" (voorzangeres);
  • Tonda: De meesterknecht in het eerste jaar op de molen. Hij komt om in de eerste Oudejaarsnacht;
  • Michal: Michal is leerjongen en neemt na Tonda diens leidende rol over. Hij komt om in de tweede Oudejaarsnacht;
  • Lobosch: Lobosch komt het derde jaar bij de molen en Krabat, die hem van vroeger kent, neemt hem in bescherming;
  • Juro: De "sufferd" . Hij weet meer van de zwarte kunst dan alle andere jongens bij elkaar, inclusief Krabat, maar laat dit niet blijken aan de Meester omdat hij anders de volgende is die in Oudejaarsnacht sterft. Juro helpt Krabat zich te wapenen voor de confrontatie met de meester als hij naar de naam van Krabat's meisje vraagt;
  • Lyschko: De klikspaan die voortdurend een wit voetje bij de Meester probeert te halen. Dit haalt weinig uit: iedereen heeft een hekel aan hem en de Meester stelt Krabat zelfs voor om Lyschko om te brengen als Krabat hem wil opvolgen;
  • Kito: Een stille, enigszins norse jongen;
  • Kubo: Een heel stille jongen, waar ook weinig over verteld wordt;
  • Andrusch: Een vrolijke jongen die altijd voor een lolletje in is;
  • Witko: Hij komt in Krabats tweede jaar op de molen. Witko is een tengere roodharige jongen, en wordt dan ook enigszins ontzien;
  • Merten: Merten is Michals neef. Na diens dood wordt hij stil en tracht te ontsnappen door weg te lopen en later via een zelfmoordpoging;
  • Petar: Snijdt graag houten lepels in zijn vrije tijd;
  • Hanzo: Hij volgt Tonda op als meesterknecht;
  • Staschko: De meest technische leerjongen, heeft de leiding bij het technische werk;
  • Peetoom: De meerdere van de Meester. Iedere Nieuwe Maan laat hij zakken met botten malen in de molen, voor wie weet welke duistere doeleinden. Peetoom is betrokken bij het voorstel dat de Meester aan Krabat doet. De Meester moet ieder jaar een jongen aan hem offeren, anders wordt hij zelf opgeofferd. Peetoom zou wellicht zelfs de duivel kunnen zijn;
  • De Meester: De Meester is meester in zowel het molenaarsvak als de zwarte kunst. Hij is een forse kale man met een lapje voor zijn oog. Hij is bazig, arrogant en tiranniek, en reageert zijn frustraties zowel af via de fles als door de jongens te tiranniseren. Ondanks dit is hij een zeer listig persoon. Hij is echter bang voor Peetoom, en weet dat hij zelf zal moeten sterven indien een meisje een van zijn jongens weet op te eisen met haar liefde;
  • Hobbezak: Hobbezak is een zwervende molenaarsgezel die in werkelijkheid een van de machtigste tovenaars ter wereld is. In een confrontatie verslaat hij de Meester omdat deze zich ongastvrij opstelde. Resultaat is uiteindelijk echter dat de Meester zijn frustratie afreageert op de jongens.

Trivia[bewerken]

  • De naam Koraktor is afgeleid van het Griekse κοραξ, dat "raaf" betekent.

Verfilmingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Noten

  1. Dit is een flashforward; pas veel later verneemt Krabat via Juro dat alleen de liefde van een meisje hem kan bevrijden uit de macht van de Meester.
  2. Op een van de ochtenden na Nieuwe Maan vindt Krabat tanden en kleine stukjes bot naast de stortkoker
  3. Ze zegt Krabat achteraf dat het makkelijk was; Krabat was de enige die beefde.

Referenties