Meisje van Yde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vrouwelijk veenlijk
Archeologische vondst
Plaats Het Stijfveen bij Yde
Datering tussen 54 v.Chr. en 128 n. Chr.
Periode Late ijzertijd
Cultuur Vroegste bewoners van het Saksische gebied
Bord bij natuurgebied De Hondstongen

Het meisje van Yde is een op 12 mei 1897 bij Yde gevonden veenlijk. Het bevindt zich nu in het Drents Museum in Assen.

Inhoud

[bewerken] Vindplaats

In mei 2006 werd bekend gemaakt dat de vindplaats, natuurgebied De Hondstongen dicht bij Yde, niet de originele vindplaats is geweest. De twee ontdekkers, turfstekers, waren aan het werk in het Stijfveen tussen Yde en Vries. Omdat hun werkzaamheden daar illegaal waren, want niet op gebied van de eigen marke, besloten ze daarom het lijk te verplaatsen. Nazaten van de turfstekers hielden het verhaal lange tijd geheim uit angst de naam van hun voorvaderen te besmeuren.

[bewerken] Ooggetuigenverslag

In maart 2009 werd in het Dagblad van het Noorden een artikel geplaatst waaruit blijkt dat er mogelijk van de vondst een ooggetuigenverslag is gemaakt. De beide veenarbeiders die de vondst deden, Hendrik Barkhof en Willem Emmens, vertelden in het huis van eerstgenoemde hun verhaal aan wie het maar wilde horen. Daarbij aanwezig was de twaalfjarige buurjongen Bennink. Deze zou het verhaal in een opstel voor school hebben geschreven. Zijn zoon Piet openbaarde dit werkstuk in 2009. In het opstel wordt het verhaal als volgt verteld: Het paard van de twee arbeiders was die dag op hol geslagen, de kar raakte te water en ze moesten het water van een pingoruïne in om hun gereedschap uit die kar te redden. Daar stuitten ze op iets wat op het eerste gezicht leek op een stuk leer of een jute zak, maar het geconserveerde lijk van het meisje bleek te zijn.[1]

Uit later onderzoek bleek het te gaan om een vervalsing. Het woord 'pingoruïne' in het opstel was eind 19e eeuw niet ingeburgerd en past ook niet in het taalgebruik van een schoolkind. Ook was er in het opstel sprake van een vuilstort die ten tijde van de vondst van het veenlijk nog niet bestond, maar pas in de jaren 20 (onderzoek gedaan door W. van der Sanden, provinciaal archeoloog en veenlijkenexpert). Het Stijfveen is waarschijnlijk toch de vindplaats geweest.

[bewerken] Datering

Uit C14-datering blijkt dat het meisje van Yde tussen 54 v.Chr. en 128 n. Chr. is gestorven. Zij was op dat moment 1,40 m groot en ongeveer 16 jaar oud. Verder had ze een afwijking aan haar ruggenwervels (scoliose) waardoor ze waarschijnlijk wat krom was en vermoedelijk ook mank liep.

[bewerken] Doodsoorzaak

Haar hoofd is voor de helft kaalgeschoren en zij heeft een bandje met schuifknoop om haar hals. Dit bandje was oorspronkelijk een tailleband en is niet geweven, maar gemaakt in de sprangtechniek, een zeer oude vlechttechniek. Het is drie maal om haar hals gewonden en de knoop is onder haar linkeroor aangetrokken[2]. Ook heeft zij een opening boven haar linker sleutelbeen. Dit kan een gevolg zijn van een messteek. Onduidelijk is de reden van haar gewelddadige dood. Dit kan een straf zijn geweest, maar ook kan ze geofferd zijn.

[bewerken] Reconstructie

  • Het meisje van Yde is bekend vanwege de reconstructie die van haar gezicht is gemaakt en die te zien is in het Drents Museum in Assen.

[bewerken] Zie ook

  • Paar van Weerdinge, twee veenlijken uit dezelfde periode als waarin het Meisje van Yde leefde.

[bewerken] Literatuurverwijzingen

  • Wijnand Antonius Bernardus van der Sanden: Het meisje van Yde. Drents Museum, Assen 1994, ISBN 90-70884-61-5

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Opstel uit 1897 werpt nieuw licht op veenlijk, Nieuwsblad van het Noorden, 19 maart 2009
  2. Bergen C., Niekus, M.J.L.Th., Vilsteren van, V.T. (2002). Schatten uit het Veen. Zwolle: Waanders. ISBN 9040096627
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen