Noorse lundehond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Noorse lundehond
Hondenras
Lundehund-2003.jpg
Basisinformatie
Andere namen Noorse lundehond
Oorsprong Noorwegen
Classificatie FCI: Groep 5 Sectie 2 #265
Zie ook de lijst van FCI-nummers
Lijst van hondenrassen

De Noorse lundehond (betekent Noorse papegaaiduikerhond) is een hond die van nature voorkomt op de Lofoten, een ruige eilandengroep nabij Noorwegen. Daar werden ze ingezet voor de jacht op papegaaiduikers. Ten gevolge hiervan ontwikkelden ze uiterst speciale anatomische kenmerken. Sinds de jacht op de papegaaiduiker verboden is, is de Noorse lundehund een bedreigd ras geworden.

Levenswijze[bewerken]

Thans worden Noorse lundehonden vrijwel uitsluitend als gezelschapshonden gehouden, maar oorspronkelijk dienden ze om papegaaiduikers mee te vangen. Daarvoor moesten de honden op steile, glibberige rotswanden klauteren en door nauwe spleten kruipen en daarvoor zijn onder meer hun poten, ruggengraat en oren aangepast (zie verder). Ooit was een Noorse lundehond meer waard dan een melkkoe. Ze werden al zeker in 1600 gebruikt voor de jacht op de papegaaiduiker.

Lichaamskenmerken[bewerken]

Hoogte & massa[bewerken]

  • reu = 35-38cm, 7kg.
  • teef = 32-35cm, 6kg.

Vacht[bewerken]

De Noorse lundehond is altijd (licht)bruin en wit (soms ook een beetje zwart) gekleurd en heeft een dikke vacht tegen de kou. De zwarte en grijze variant (met witte tekening) is uitgestorven.

Poten[bewerken]

De poten van de Noorse lundehond zijn uiterst speciaal en volledig aangepast aan het leven op steile kliffen en rotswanden. Aan elke poot heeft de lundehund 6 tenen (uniek), waardoor het oppervlak van de poot dus groter is en de hond meer grip heeft. De duim is ook zeer beweeglijk en kan in elke richting gedraaid worden. Ook dat zorgt voor extra grip.

Om door nauwe gangen te kunnen kruipen, kan de hond de voorpoten ook volledig zijdelings strekken. Dit zorgt ervoor dat de hond een eigenaardige manier van lopen heeft.

Ruggengraat[bewerken]

De ruggengraat van de hond is uitermate soepel om zich beter door nauwe doorgangen te kunnen wurmen. Het is ook de enige hond waarvan men de kop naar achteren kan plooien zonder zijn nek te breken.

Oren[bewerken]

Doordat het kraakbeen in de oren van de Noorse lundehond niet hard is, kunnen ze hun gehoorgangen afsluiten, zodat er geen vuiligheid in kan. Ze kunnen hun linker- en rechteroor ook apart sluiten, zodat ze toch nog kunnen horen waar hun prooi zich bevindt.

Tanden[bewerken]

Een Noorse lundehond heeft slechts 38 tanden, waar de meeste andere honden er 42 hebben.

Toekomst[bewerken]

Vanwege het verbod op de papegaaiduikerjacht zijn deze honden niet meer nodig voor dat doeleinde en waren er rond 1945 nog maar 6 van over. Omdat het toch om een uniek ras gaat, hebben liefhebbers ingegrepen en zijn ze de honden weer gaan fokken, deze keer niet als jachthond, maar als gezelschapshond en ondertussen is hun aantal weer gestegen tot een 2000-tal. In Nederland is het getal van 6 honden, in het jaar 1999, gestegen tot 75 in 2010.[bron?]

Door de hoge graad van verwantschap van alle honden (alle huidige lundehonden stammen af van een klein aantal ouderdieren die ook nauw aan elkaar verwant waren) komen bij 10-15% van alle dieren ernstige stofwisselingsziekten voor (het zgn. 'Lundehond-syndroom').