Pausin Johanna
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Pausin Johanna is een legendarische figuur die in de 9e eeuw (rond 855) ofwel in de 11e eeuw het pausambt zou hebben bekleed. In sommige middeleeuwse geschriften wordt zij ook Agnes genoemd. De legende werd voor het eerst in het midden van de 13e eeuw op schrift gesteld door Jean de Mailly in zijn Chronica universalis Mettensis. Het verhaal vond verspreiding door heel Europa omdat het aan het eind van de 13e eeuw door de dominicaan Martinus Polanus (in het Duits Martinus von Troppau) werd opgenomen in zijn kroniek Chronicon pontificum et imperatorum. Deze kroniek is bewaard gebleven in vele afschriften.
Inhoud |
[bewerk] Legende
Johanna zou in Engeland of in Ingelheim zijn geboren. Zij zou later gestudeerd hebben in Athene en daarna verkleed als man naar Rome zijn vertrokken. Door haar kennis maakte zij daar grote indruk en zou vervolgens na de dood van paus Leo IV in 855 als paus gekozen zijn. Meer dan twee jaar lang zou zij geregeerd hebben, tot zij tijdens een processie zou zijn bevallen van een kind en onmiddellijk zijn bezweken, hoewel sommige verhalen gaan dat men haar liet doodbloeden. Men zou het kind gewurgd hebben en beide ter plekke begraven hebben.
[bewerk] Varianten
- De oudste versie van de Johannalegende meent dat Johanna eerst als curiekardinaal dienst deed alvorens tot paus gekozen te worden. Tijdens de bestijging van een paard zou zij van een zoon bevallen zijn, waarna zij door de omstanders aan het paard vastgebonden en door de straten gesleept zou zijn. Uiteindelijk werd zij gestenigd.
- Een andere latere versie verhaalt dat Johanna na haar bevalling slechts afgezet en een boetvaardig leven zou zijn gaan voeren. Na haar dood werd zij in de kathedrale kerk van Ostia bijgezet. Haar zoon zou het tot bisschop van Ostia gebracht hebben.
[bewerk] Oorsprong en geloofwaardigheid
Een eerste vermelding van pausin Johanna zou bij Anastasius Bibliothecarius uit de 9e eeuw te vinden zijn. De authenticiteit van de vermelding wordt betwist, bovendien zou Anastasius er als tegenpaus politieke bedoelingen mee hebben gehad. Al tijdens de opkomst van het humanisme werd twijfel geuit over het waarheidsgehalte van de Johannalegende. In de 15e eeuw door Enea Silvio Piccolomini, de latere Paus Pius II, in de 16e eeuw door Johannes Aventinus en in de 17e eeuw door David Blondel. Blondel heeft als eerste door kritisch onderzoek vastgesteld dat pausin Johanna een niet-bestaande figuur was. In zijn kritische bronnenonderzoek bewees hij bijvoorbeeld dat de vermelding van Johanna in de reeks 9e-eeuwse pausen in het Liber Pontificalis een 14e-eeuwse toevoeging was. Daarentegen werd de geloofwaardigheid van de legende in de 16e eeuw door de reformatoren juist verdedigd.
[bewerk] Volksvertelling
In het onderzoek naar de Johannalegende is een van de meest voorkomende thesen dat de legende is gebaseerd op een oud volksverhaal van de stad Rome. In de binnenstad bevond zich een beeld uit de oudheid, vermoedelijk een afbeelding van een mithraspriester en een jongeling. Deze jongen werd aangezien voor een vrouwelijke figuur. De bijbehorende inscriptie zou zijn geïnterpreteerd als grafschrift van Johanna. In deze verklaring is het een oude pendant van het broodjeaapverhaal.
[bewerk] Johannes VIII
Ook wordt de legende als een satirische aanval op paus Johannes VIII beschouwd (Pontificaat van 872-882), die een zwakke paus zou zijn geweest en door sommigen als wekeling of een vrouwelijke figuur wordt voorgesteld.
[bewerk] Theofylactische Pornocratie
Een andere verklaring voor de legenda kan in de Theofylactische pornocratie uit de tweede helft van de 10e eeuw liggen. Die periode wordt gekenmerkt door een reeks zwakke pausen, die allen feitelijk afhankelijk waren van de Romeinse aristocratie. In die lokale aristocratie speelde de familie van de Theofylacten een belangrijke rol; het wordt nauwelijks betwist, dat Theodora II van Tusculum en haar dochter Marozia machtsbeluste corrupte vrouwen waren, die in die tijd de belangrijkste machthebbers in Rome zijn geweest. In de 17de eeuw wordt voor die periode de term pornocratie geïntroduceerd, waarin de corruptie van de Theofylacten wordt verbonden met seksuele intrige als machtsmiddel. Deze stelling is echter uitsluitend gebaseerd op het werk van de bisschop Liudprand van Cremona uit de 10e eeuw. Omdat deze bisschop met zijn geschriften kerkpolitieke bedoelingen had, is kritische terughoudendheid bij de waardering ervan op zijn plaats.
[bewerk] Pseudo-Isidorische Decretalen
Sommige critici plaatsen de Johannalegende in de discussie over de Pseudo-isidorische decretalen, een naar later bleek vervalst document, waarin de kerkelijke autoriteit boven de wereldlijke gesteld wordt. Het verhaal van pausin Johanna zou een allegorische kritiek van deze decretalen bevatten.
[bewerk] Johannalegende als strijdmiddel
De Johannalegende is vanaf het begin gebruikt als argument in de discussie over kerkhervormingen. Het meest frequent werd de legende gebruikt door voorstanders van de reformatie, om het verval van de Heilige Stoel aan te tonen.
[bewerk] Reformatie
Met name de Tsjech Jan Hus deed in de 15e eeuw een beroep op het verhaal van pausin Johanna. Zijn verdediging van zijn aanval op de pausen op het Concilie van Konstanz berustte voornamelijk op de Johannalegende. Deze lijn werd later gewijzigd voortgezet door de 16e-eeuwse reformatoren.
[bewerk] Hervormingen
De tijd van ontstaan van de legende werd bepaald door een zwak pausdom, dat moreel in verval was. De vertelling van Johanna wordt door sommigen gezien als een steun voor hen, die kerkelijke hervormingen tegen simonie, nepotisme en voor meer contemplatie nastreven. Het is mogelijk dat het verhaal in omloop is gebracht om de noodzaak tot die vroege hervormingen te benadrukken.
[bewerk] Vrouwen als bron van kwaad
Ook is het mogelijk in de legende een instrument te zien om de ontplooiing van vrouwen tegen te gaan. Vrouwen werden in de Middeleeuwen in toenemende mate gezien als een gevaar voor de kerk, omdat hun 'wellust' hen ertoe zou verleiden met de duivel in zee te gaan. De legende past uitstekend in dat beeld.
[bewerk] Literaire fictie
De legende rond "pausin Johanna" is uiteraard een dankbaar thema voor schrijvers. Zij steunen daarbij op historisch materiaal, waarin de pausin figureert zonder te reflecteren over latere resultaten van wetenschappelijk onderzoek ten aanzien van die bronnen. Een voorbeeld is de roman Pausin Johanna van Emmanuel Rhoidis uit de 19e eeuw, die in het Nederlandse taalgebied opnieuw uitkwam in een vertaling van Gerrit Komrij. ISBN 902953535 1978
Cees van der Pluijm schreef in 1995 de monoloog Pausin Johanna, die in 1996 en 1997 in het theater werd gespeeld door Xander Straat onder regie van Anny van Hoof
Petrus • Linus • Anacletus I • Clemens I • Evaristus • Alexander I • Sixtus I • Telesforus • Hyginus • Pius I • Anicetus • Soter • Eleuterus • Victor I • Zefyrinus • Calixtus I • Urbanus I • Pontianus • Anterus • Fabianus • Cornelius • Lucius I • Stefanus I • Sixtus II • Dionysius • Felix I • Eutychianus • Caius • Marcellinus • Marcellus I • Eusebius • Miltiades • Silvester I • Marcus • Julius I • Liberius • Damasus I • Siricius • Anastasius I • Innocentius I • Zosimus • Bonifatius I • Celestinus I • Sixtus III • Leo I • Hilarius • Simplicius • Felix II (III) • Gelasius I • Anastasius II • Symmachus • Hormisdas • Johannes I • Felix III (IV) • Bonifatius II • Johannes II • Agapitus I • Silverius • Vigilius • Pelagius I • Johannes III • Benedictus I • Pelagius II • Gregorius I • Sabinianus • Bonifatius III • Bonifatius IV • Adeodatus I • Bonifatius V • Honorius I • Severinus • Johannes IV • Theodorus I • Martinus I • Eugenius I • Vitalianus • Adeodatus II • Donus • Agatho • Leo II • Benedictus II • Johannes V • Conon • Sergius I • Johannes VI • Johannes VII • Sisinnius • Constantinus • Gregorius II • Gregorius III • Zacharias • Paulus I • Stefanus III (IV) • Adrianus I • Leo III • Stefanus IV (V) • Paschalis I • Eugenius II • Valentinus • Gregorius IV • Sergius II • Leo IV • Benedictus III • Nicolaas I • Adrianus II • Johannes VIII • Marinus I • Adrianus III • Stefanus V (VI) • Formosus • Bonifatius VI • Stefanus VI (VII) • Romanus • Theodorus II • Johannes IX • Benedictus IV • Leo V • Sergius III • Anastasius III • Lando • Johannes X • Leo VI • Stefanus VII (VIII) • Johannes XI • Leo VII • Stefanus VIII (IX) • Marinus II • Agapitus II • Johannes XII • Leo VIII • Benedictus V • Johannes XIII • Benedictus VI • Benedictus VII • Johannes XIV • Johannes XV • Gregorius V • Silvester II • Johannes XVII • Johannes XVIII • Sergius IV • Benedictus VIII • Johannes XIX • Benedictus IX • Silvester III • Benedictus IX • Gregorius VI • Clemens II • Benedictus IX • Damasus II • Leo IX • Victor II • Stefanus IX (X) • Nicolaas II • Alexander II • Gregorius VII • Victor III • Urbanus II • Paschalis II • Gelasius II • Calixtus II • Honorius II • Innocentius II • Celestinus II • Lucius II • Eugenius III • Anastasius IV • Adrianus IV • Alexander III • Lucius III • Urbanus III • Gregorius VIII • Clemens III • Celestinus III • Innocentius III • Honorius III • Gregorius IX • Celestinus IV • Innocentius IV • Alexander IV • Urbanus IV • Clemens IV • Gregorius X • Innocentius V • Adrianus V • Johannes XXI • Nicolaas III • Martinus IV • Honorius IV • Nicolaas IV • Celestinus V • Bonifatius VIII • Benedictus XI • Clemens V • Johannes XXII • Benedictus XII • Clemens VI • Innocentius VI • Urbanus V • Gregorius XI • Urbanus VI • Bonifatius IX • Innocentius VII • Gregorius XII • Martinus V • Eugenius IV • Nicolaas V • Calixtus III • Pius II • Paulus II • Sixtus IV • Innocentius VIII • Alexander VI • Pius III • Julius II • Leo X • Adrianus VI • Clemens VII • Paulus III • Julius III • Marcellus II • Paulus IV • Pius IV • Pius V • Gregorius XIII • Sixtus V • Urbanus VII • Gregorius XIV • Innocentius IX • Clemens VIII • Leo XI • Paulus V • Gregorius XV • Urbanus VIII • Innocentius X • Alexander VII • Clemens IX • Clemens X • Innocentius XI • Alexander VIII • Innocentius XII • Clemens XI • Innocentius XIII • Benedictus XIII • Clemens XII • Benedictus XIV • Clemens XIII • Clemens XIV • Pius VI • Pius VII • Leo XII • Pius VIII • Gregorius XVI • Pius IX • Leo XIII • Pius X • Benedictus XV • Pius XI • Pius XII • Johannes XXIII • Paulus VI • Johannes Paulus I • Johannes Paulus II • Benedictus XVI
Tegenpausen
Hippolytus • Novatianus • Felix II • Ursinus • Eulalius • Laurentius • Dioscurus • Eugenius I • Theodorus II • Paschalis I • Constantinus II • Filippus • Johannes VIII • Anastasius III • Sergius III • Christoforus • Bonifatius VII • Johannes XVI • Gregorius VI • Benedictus X • Honorius II • Clemens III • Theodoricus • Albertus • Silvester IV • Gregorius VIII • Celestinus II • Anacletus II • Victor IV (Gregorius) • Victor IV (Octavianus) • Paschalis III • Calixtus III • Innocentius III • Nicolaas V • Clemens VII • Benedictus XIII • Alexander V • Johannes XXIII • Clemens VIII • Benedictus XIV • Felix V
Geschrapt
Stefanus (II)


