Pieter Tesch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Pieter Tesch (Den Haag, 2 januari 1879 - Haarlem, 19 september 1961) was een Nederlandse geoloog, die bekend is om zijn werk voor het opsporen van aardolie en steenkool in Nederland. Hij was directeur van de Rijks Geologische Dienst. Zijn broer was de zoöloog Johan Jacob Tesch.

Biografie[bewerken]

Tesch' vader was leraar wiskunde, maar zelf bleek hij een grotere interesse in de natuur te hebben. Van 1897 tot 1902 studeerde hij aan het Polytechnisch College van Delft geologie en mijnbouwkunde, waar hij een leerling was van J.L.C. Schroeder van der Kolk, S.J. Vermaes en C.J. van Loon. In 1908 promoveerde hij op een proefschrift over de afzettingen van de Nederlandse rivieren.[1]

Vanaf 1904 werkte Tesch bij de Rijksdienst der Opsporing van Delfstoffen, die onder leiding van W.A.J.M. van Waterschoot van der Gracht op zoek was naar steenkool in de Nederlandse bodem. Het was duidelijk geworden dat aan weerszijden van de Peelrandbreuk de Carbone steenkoollagen op sommige plekken veel dieper lagen dan elders. Tesch bepaalde door de dikte en lithologie van ondiepe afzettingen of men op een bepaalde plek op een "horst" of in een "slenk" zat. Op horsten zit de steenkool ondiep, in slenken dieper.

Van 1918 tot 1944 was Tesch de eerste directeur van de Rijks Geologische Dienst. In deze periode werd o.a. olie in de Nederlandse bodem gevonden, ook werd het steenzout in Twente ontdekt. Zijn belangrijkste werk was het maken van een nieuwe geologische kaart van Nederland, die veel beter was dan de oude kaart van Winand Carel Hugo Staring. In de oorlog kon hij veel studenten en jonge geologen die door de bezetting geen werk meer hadden in het project betrekken, wat hen tewerkstelling in Duitsland heeft bespaard (Dit werd gefinancierd door de Bataafsche Petroleum Maatschappij).[2][3] De meesten van hen hebben aan de grote molluskencollecties uit het Tertiair en het Vroeg Pleistoceen gewerkt die door Tesch uit onderzoeksboringen bij elkaar waren gebracht. Tesch zag al vroeg het belang van mollusken voor de stratigrafie van Nederland in. Hij heeft veel gepubliceerd over de mariene fossiele mollusken uit het Plioceen van Nederland en had een bijzondere belangstelling voor de Pleistocene fossiele land- en zoetwatermollusken. Hij heeft daarvan twee molluskenbiozones beschreven (Horizon van Viviparus glacialis en Horizon van Viviparus diluvianus). Uit het voorkomen van de zoetwaterslak Viviparus glacialis in Engelse Vroeg Pleistocene afzettingen concludeerde hij dat de Rijn tijdens die periode door het Noordzeeland naar Engeland stroomde. Tijdens de oorlogsjaren publiceerde hij in een jaarverslag van de Geologische Dienst over de relatie van het stratigrafische voorkomen van de zoetwaterschelp Corbicula fluminalis met de curve van Milanković.[4] Hij was hiermee zijn tijd ver vooruit.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (de) Tesch, P., 1908. Der niederländische Boden und die Ablagerungen des Rheines und der Maas aus der jüngeren Tertiär- und der älteren Diluvialzeit. Proefschrift Delft; Mitteilungen der Staatlichen Bohrverwaltung in den Niederlanden, 1: 1-74.
  2. (nl) Anoniem, 1941. Jaarverslag Geologische Stichting 1940, Afdeeling Geologische Kaart.
  3. (nl) Anoniem, 1943. Jaarverslag Geologische Stichting 1941, Afdeeling Geologische Kaart.
  4. (nl) Tesch, P., 1943. Corbicula fluminalis als gidsfossiel. Jaarverslag Geologische Stichting, 1941: 31-33.

Over Tesch:

  • (nl) Faasse, P.E., 2002. De ontdekking van de ondergrond. Anderhalve eeuw toegepast geowetenschappelijk onderzoek in Nederland. Geologie van Nederland, 6: 152 pp. Geologie van Nederland, 6: 152 pp.; Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO (NITG-TNO), Delft/Utrecht. ISBN 90-6743-942-8.
  • (nl) Anoniem, 1941. Jaarverslag Geologische Stichting 1940, Afdeeling Geologische Kaart.
  • (nl) Anoniem, 1943. Jaarverslag Geologische Stichting 1941, Afdeeling Geologische Kaart.
  • (nl) Panhuis, C.E.W. van, 1944. Vijf-en-twintig jaar geologische kaart, naar aanleiding van de werkzaamheid van Dr. Ir. P.Tesch. Verhandelingen Koninklijk Nederlands Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap, Geologische Serie, XIV: 7-11.

Publicaties van Tesch (kleine selectie):

  • (de) Tesch, P., 1908. Der niederländische Boden und die Ablagerungen des Rheines und der Maas aus der jüngeren Tertiär- und der älteren Diluvialzeit. Proefschrift Delft; Mitteilungen der Staatlichen Bohrverwaltung in den Niederlanden, 1: 1-74.
  • (de) Tesch, P., 1912. Beiträge zur Kenntnis der marinen Mollusken im west-Europäischen Pliocänbecken. Mededeelingen van de Rijksopsporing van Delfstoffen, 4: 1-96.
  • (de) Tesch, P., 1926. Die Steinkohlenlager in Holland und deren Ausbeutung. Intern. Bergwirtschaft, I-7/8: 8 pp.
  • (nl) Tesch, P., 1929. Lijst der land- en zoetwatermolluscen aangetroffen in de Kwartaire lagen in Nederland Mededelingen Rijks Geologische Dienst (Haarlem), A(3): V + 32 pp.
  • (nl) Tesch, P., 1930. Eenige toelichting bij de geologische kaart van Nederland 1:50 000. Tijdschrift Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, (2) XLVII-4: 12 pp.
  • (fr) Tesch, P., 1930. La séparation stratigraphique Pliocène-Plistocène en Europe. Compte rendu de la réunion géologique internationale a Copenhague 1928: 183-188.
  • (nl) Tesch, P., 1931. Opmerkingen aangaande de mate van nauwkeurigheid, die bij de vaststelling van de omgrenzingen der vormingen op de geologische kaart bereikt is. Tijdschrift Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, XLVIII: 2 pp.
  • (nl) Tesch, P., 1932. Tektonische lijnen in Nederland. Geologie en Mijnbouw, 10: 231-234.
  • (nl) Tesch, P., 1935. Gegevens betreffende den bodem van de zuidelijke Noordzee en het Kanaal. Handelingen Nederlands Natuurkundig en Geneeskundig Congres, 308-311.
  • (nl) Tesch, P., 1935. De vorming van de Nederlandsche duinkust. Wolters, Groningen [Uitgave Nederlandse Natuurhistische Vereniging 4]. 86 pp.
  • (nl) Tesch, P., 1937. Het voetstuk van Nederland. Tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, 54: 7-16.
  • (nl) Tesch, P., 1937. De jongste onderzoekingen in het Nauw van Calais en langs de Nederlandsche kust. Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, LIV: 364-371, 375-376.
  • (nl) Tesch, P., 1939. De schiervlakte van Eifel en Ardennen tijdens Neogeen en Oudplistoceen. Geologie en Mijnbouw, 1(11): 273-277.
  • (nl) Tesch, P., 1940. In hoeverre is de recente niveauverandering aan de Noordzeekust van tektonischen aard. Geologie en Mijnbouw, 2 (12): 302-304.
  • (nl) Tesch, P., 1942. Toelichtingen bij de geologische kaart van Nederland. De geologische kaart van Nederland en hare beteekenis voor verschillende doeleinden. Mededeelingen van de Geologische Stichting, Serie D Nr. 1. Algemene Landsdrukkerij, ‘s Gravenhage.
  • (nl) Tesch, P., 1942. De Noordzee van historisch-geologisch standpunt. Mededelingen Rijks Geologische Dienst, A.9: 1-23.
  • (nl) Tesch, P., 1943. Corbicula fluminalis als gidsfossiel. Jaarverslag Geologische Stichting, 1941: 31-33.
  • (nl) Tesch, P., 1944. Nieuwe lijst der Kwartaire land- en zoetwatermollusken in Nederland. Mededelingen Rijks Geologische Dienst, A(10): 24 pp.
  • (nl) Tesch, P., 1947. De niveauveranderingen en de oudheidkundige verschijnselen. Gedenkboek A.E. van Giffen, Een kwart eeuw Oudheidkundig Bodemonderzoek in Nederland. 43-55: 3-4 (Meppel).
  • (fr) Tesch, P., 1947. Stratigraphie du Pléistocène prérissien dans le Nord-Ouest de l'Europe. "La Géologie des Terrains récents dans l'Ouest de l'Europe", Session extraordinaire des Sociétés belges de Géolologie (19-26 septembre 1946), Comptes Rendues: 289-293, 1 tab., 2 pls.