Pinot noir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pinot Noir in de Bourgogne

Pinot Noir (Frans), ook wel Spätburgunder (Duits), is een blauw druivenras met een compacte tros en druiven met een dunne schil. Het is daarom over het algemeen een druif die moeilijk te cultiveren is, want ze is gevoelig voor rot en schimmelziekten. Daarnaast heeft de pinot noir de neiging tot mutatie, waardoor er verschillende klonen Pinot Noir zijn ontstaan.

Aanplant[bewerken]

De oorsprong van de Pinot Noir ligt in de Côte de Nuits in Bourgogne, waar hij al tweeduizend jaar groeit. Buiten Bourgogne blijkt het niet altijd eenvoudig om dit ras te verbouwen waardoor hij een veel geringere verspreiding kent dan bijvoorbeeld de Cabernet Sauvignon. Toch planten steeds meer wijnstreken deze druivenstok aan.

In Frankrijk wordt deze druif het meest aangeplant. De Bourgogne is nog steeds het belangrijkste gebied, maar in de Champagne is de druif meer aangeplant. In de Elzas levert de pinot noir een cépagewijn. Ook in Duitsland doet de druif het goed. Daar beslaat de druif 11,1% (2012) van de aanplant en dat is 14,3% van de wereldwijde aanplant. In Zwitserland is het de meest aangeplante druif. Ook in Noord-Italië komt de druif veel voor.

Buiten Europa is de Verenigde Staten het belangrijkste gebied. Daar worden de kwalitatief de mooiste wijnen gemaakt in Oregon, maar in Californië is de grootste aanplant. Ook in Nieuw Zeeland is het de meest aangeplante blauwe druif.

Terroir[bewerken]

  • Klimaat: De druif rijpt tamelijk vroeg m.n. in warme klimaten. Daarom gedijt de druif het best in streken met een getemperd klimaat, waar het groeiseizoen langer is en dus aromavorming in de vruchten wordt bevordert.
  • Bodem: Haar favoriete grond is kalksteen, al dan niet vermengd met ijzerhoudende klei. Dit is het geval in de Bourgogne. In de Ahr en de Rheingau doet ze het echter ook heel goed op een leisteenbodem.

Oogst[bewerken]

In de Bourgogne oogst men gemiddeld rond half september. In de Ahr in Duitsland, dat nog noordelijker ligt, wordt ze rond medio oktober geoogst.

Kenmerken[bewerken]

Rode wijnen van pinot noir hebben gewoonlijk niet zo’n heel donkere kleur, maar wel een aantrekkelijke geur. Ook kenmerkend is de fijne smaak die de wijn vanaf zijn jeugd al heel toegankelijk maakt. Ondanks die zachtheid en soepelheid kunnen de betere pinot noirs een lange flesrijping ondergaan. De druif wordt ook gebruikt voor mousserende wijn met als bekendste voorbeeld Champagne. Soms ook wel rosé.

Een bekende cuvée wijn - een wijn die gemaakt is van een mix van pinot- en gamaydruiven - is de bourgogne passetoutgrain.

Synoniemen[bewerken]

De Pinot Noir kent 265 synoniemen, waaronder Auvernat Noir, Blauburgunder (Oostenrijk en Alto Adige), Pineau, Pinot Nero (rest van Italië) en Spätburgunder (Duitsland).