Klonen (biologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reproductief en therapeutisch klonen

Klonen of kloneren is een kunstmatige wijze van reproductie, waarbij een identieke genetische kopie van een organisme wordt geproduceerd. Een kloon is een genetisch identieke nakomeling van één ouder. In deze betekenis is klonen altijd menselijk ingrijpen; hoewel vele planten zich spontaan ongeslachtelijk vermeerderen met genetisch identiek nageslacht wordt dit meestal niet klonen (werkwoord) genoemd; wel is een zo ontstaan organisme een kloon (zelfstandig naamwoord) van de ouder. Sommige lagere organismen, zoals eencelligen, planten zich uitsluitend voort via celdeling waarbij twee identieke klonen ontstaan, ook hier wordt het werkwoord klonen niet gebruikt.

Soorten klonen[bewerken]

Natuurlijk klonen[bewerken]

Klonen wordt al eeuwen gedaan bij planten. Het gaat dan om planten of gewassen die vegetatief vermeerderd worden door het stekken, enten of oculeren. Ook het vermeerderen van bolgewassen of stengel- en wortelknollen, zoals bij narcissen en aardappelen, is te beschouwen als het klonen van een gewas.

Reproductief klonen[bewerken]

Reproductief klonen is het klonen met de bedoeling om een identieke kloon te creëren, die kan uitgroeien tot een volwaardig organisme. De meest klassieke methode van reproductief klonen is embryosplitsing. Daarbij wordt een embryo fysiek in twee gesplitst en is het resultaat net hetzelfde als bij een identieke tweeling. De grondlegger van deze techniek is de Duitse embryoloog en Nobelprijswinnaar Hans Spemann.

De moderne techniek om te klonen is kerntransplantatie. Deze techniek wordt ook wel ‘Somatic cell nucleus transfer’ (SCNT) genoemd. Daarbij wordt de kern van een volwassen cel van de genetische moeder in vitro ingebracht in een ontkernde eicel, die vervolgens wordt ingebracht in de baarmoeder van een draagmoeder. Op deze manier is de voortplanting via geslachtscellen omzeild. Al het erfelijke materiaal van de kloon is afkomstig van één ouder. De eerste die deze techniek voorstelde was Hans Spemann, hoewel hij ze zelf nooit heeft uitgevoerd.

Het eerste zoogdier dat gekloond werd via deze techniek was het schaap Dolly in 1996. Na Dolly werden onder meer ratten, muizen, geiten, koeien, varkens, konijnen, poezen, honden en apen gekloond. Dit verliep zeker niet probleemloos. De kloontechniek is inefficiënt, de meeste gekloonde embryo's en foetussen sterven tijdens de zwangerschap. Veel van de gekloonde dieren bleken niet gezond te zijn. Ze leden onder andere aan defecten aan het afweersysteem, problemen met de vruchtbaarheid, overgewicht, ademhalings- en bloedcirculatieproblemen, nier- en hersenafwijkingen, diabetes, vergrote tongen, vervormde gezichten en poten, vroegtijdig sterven door longontsteking, leveraandoeningen en kanker. Een mogelijke verklaring schuilt in het feit, dat ze bij geboorte al kortere telomeren hebben. Klonen gaat dan ook gepaard met veel dierenleed.

Tot op heden is de belangrijkste praktische toepassing van het klonen van dieren de vermenigvuldiging van dieren die hierbij tegelijkertijd door middel van genetische technologie genetisch worden gemodificeerd. Een combinatie van gentechnologie en klonen maakt het mogelijk om heel precies een gen uit te schakelen of toe te voegen, waardoor snel transgene dieren kunnen worden gemaakt. Zo zijn er bijvoorbeeld varkens gemaakt die beter geschikt zijn voor xenotransplantatie en runderen die geen gekkekoeienziekte kunnen krijgen. Inmiddels beginnen in de VS de eerste producten afkomstig van gekloonde dieren op de markt te komen, waaronder vlees dat wel kloonvlees wordt genoemd.

Het klonen van organismen wordt vaak verward met het exact kopiëren van deze organismen. Dit is echter niet hetzelfde. Een kloon is geen exacte kopie, maar een genetische kopie van het origineel. Bij klonen worden stamcellen uit het moederorganisme gehaald, die daarna weer verder ontwikkelen in een pleegmoeder. Als men bijvoorbeeld als celdonor een dier gebruikt van 10 jaar zal de kloon bij de geboorte net zo ontwikkeld zijn als een "normaal" jong dier dat net is geboren. De kloon is dus niet meteen 10 jaar oud.

In Nederland lopen van de hengst Jazz de klonen Jazz 1, Jazz 2 en Jazz 3 rond. De drie klonen zijn gemaakt in Amerika, omdat klonen in Nederland verboden is.

Therapeutisch klonen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Therapeutisch klonen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Therapeutisch klonen is klonen met de bedoeling om lichaamscellen te produceren die kunnen bijdragen aan de genezing van bepaalde ziekten. Dit is dan vooral bedoeld om mensen te genezen. Therapeutisch klonen is vooralsnog een experimentele techniek.

Bij therapeutisch klonen wordt met behulp van kerntransplantatie een embryo gekweekt dat genetisch identiek is aan de patiënt. Als het embryo ongeveer honderd cellen groot is dan worden stamcellen verwijderd en in kweek gebracht. Door de kweekomstandigheden te manipuleren kunnen de stamcellen uitgroeien tot ieder gewenst celtype. Deze nieuw ontstane weefsels worden vervolgens bij de patiënt geïmplanteerd om deze te genezen van zijn ziekte (Stamceltherapie). Het voordeel van deze techniek is dat de patiënt cellen ontvangt die genetisch identiek zijn aan zijn eigen lichaamscellen, waardoor een afweerreactie van het lichaam wordt voorkomen (in tegenstelling tot xenotransplantatie)

De beschikbaarheid van menselijke eicellen, mede omdat ze relatief moeilijk te isoleren zijn, vormt hierbij een groot probleem. Ook bleek uit proefdieronderzoek dat het embryo een grote kans maakt op misvormingen, aangezien de kern van de eicel toch significant verschillend is aan deze van een somatische cel. Het tekort aan menselijke eicellen kan opgevangen worden door inschakeling van ontkernde dierlijke eicellen. Maar aangezien mitochondriaal DNA nog aanwezig blijft, kan dit later voor problemen zorgen tijdens de aanmaak van mitochondriën. Dit probleem kan eventueel opgevangen worden door co-transplantatie van mitochondriën van de donor. De Nederlandse Embryowet staat toe dat embryo’s die overblijven na een IVF-behandeling gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van therapeutisch klonen. De Nederlandse wet verbiedt echter het klonen van menselijke cellen, zowel voor therapeutisch als voor reproductief gebruik.

Reproductief klonen van mensen[bewerken]

Het klonen van mensen is volgens de heersende wetenschappelijke inzichten nog niet mogelijk, maar lijkt slechts een kwestie van tijd.

Het klonen van mensen is in veel landen verboden vanwege medisch-ethische bezwaren. In Nederland zegt de Embryowet van 20 juni 2002 hierover: "Het is verboden handelingen met geslachtscellen of embryo's te verrichten met het oogmerk van de geboorte van genetisch identieke menselijke individuen" (artikel 24, lid f).

In het ethische debat over het klonen van mensen gaat het onder meer over het welzijn en de gezondheid van de kloon. Bij klonen van dieren is er al een groot risico op spontane abortussen en misvormingen. Dus bij klonen van mensen (een techniek die nog veel moeilijker is en tot op heden zelfs nog niet mogelijk) zou het logisch zijn dat er ook veel kans is op spontane abortussen en misvormingen. En bovendien zijn er niet enkel risico’s voor de kloon zelf, maar zijn er ook risico’s aan verbonden voor de draagmoeder.[1]

Maar zelfs als alle medische problemen van de baan zouden zijn, blijven er toch nog heel wat ethische problemen over. De bemerkingen die hierbij gemaakt kunnen worden (en die voor discussie vatbaar zijn) zijn[2]:

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: In mensentaal: Klonen.