Pontijnse moerassen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Pontijnse moerassen (Italiaans: Agro Pontino, Latijn: Ager Pontinus) vormden een moerasgebied in de Italiaanse regio Latium, dat in de jaren 1930 werd drooggelegd onder de regering van Benito Mussolini.

De moerassen besloegen een oppervlakte van ongeveer 775 km², en namen daarmee ongeveer een derde deel van de provincie Latina voor hun rekening. Het gebied is eeuwenlang een broedplaats van malaria geweest.

Omstreeks 500 v.Chr. hadden hetde Italische Volsken deze streek tot een vruchtbare landbouwstreek gemaakt, die omstreeks 350 v.Chr. door de Romeinen werd veroverd.

In de eerste en tweede eeuw hebben de Romeinen het noordoostelijk van dit gebied gelegen heuvelland op onverantwoorde wijze ontbost. Het hout diende als brandhout en bouwhout voor de stad Rome en werd ook gebruikt voor de bouw van de Romeinse vloot. Het gevolg was dat het debiet van de riviertjes en beekjes die vanuit deze heuvels naar het kustgebied stroomden nu veel onregelmatiger werd, omdat het water nu onmiddellijk na elke regenbui wegliep. De grond erodeerde en werd als slib meegevoerd in de stroompjes, zodat de monding van deze riviertjes dichtslibde. Het kustgebied, dat slechts enkele meters boven de zeespiegel lag en door een duinenrij van de zee afgesneden was, kon daardoor niet meer behoorlijk kon worden ontwaterd en veranderde in een groot moeras.

In deze moerassen tierde de malariamug welig en de malaria roeide de bevolking van het gebied uit of verdreef deze. Ook de aangrenzende gebieden werden door de malaria grotendeels ontvolkt. Het gevolg was dat een vroeger dichtbevolkt landbouwgebied op korte afstand ten zuidoosten van Rome nu een bijna onbewoonde wildernis werd, waar alleen enige extensieve veeteelt werd bedreven.

In de loop der eeuwen werd enkele malen geprobeerd de moerassen weer droog te leggen. Een eind 16e eeuw ondernomen poging mislukte, omdat men nog niet over de vereiste technische middelen beschikte. Een aan het eind van de 19e eeuw ontworpen plan liep vanwege politiek geruzie op niets uit.

De drooglegging van de Pontijnse moerassen kon in 1928 eindelijk haar beslag krijgen. Het plan was ontworpen door de ingenieur Natale Prampolini. De drooglegging was een van de grote successen van het fascistische regime, dat dit succes dan ook propagandistisch heeft gebruikt. Het unieke ecosysteem in de streek is echter vrijwel vernietigd. In 1934 gaf Mussolini opdracht tot instelling van het Parco nazionale del Circeo om de resterende natuurwaarden te beschermen. Dit is een van de oudste natuurreservaten van Italië, door de UNESCO erkend als biosfeerreservaat, en het heeft anno 2013 een oppervlakte van ruim 5600 hectare. Typerend voor de streek zijn de Eucalyptussen, vermeerderd uit geïmporteerde Australische bomen. Ze zijn aangeplant omdat ze grote hoeveelheden water kunnen vasthouden en om als windkering te dienen.

In het westen van de streek zijn er gebieden die tegenwoordig lager liggen dan de zeespiegel. De ontginning van dit kleinere westelijke deel (26.567 hectare) was daardoor complexer en is gedaan door het Consorzio di Bonificazione dell'Agro Pontino. Het grootste deel, (48.762 hectare) is ontgonnen door het Consorzio di Piscinara.

Vijf plaatsen werden op de Pontijnse vlakte gebouwd: Littoria (het huidige Latina), Sabaudia, Pontinia, Aprilia en Pomezia. Daarnaast werden een dozijn borghi[1] gebouwd voor de boeren op het platteland.

In 1943, na de Italiaanse capitulatie, gaven Erich Martini en Ernst Rodenwaldt van de Militaire Medische Academie te Berlijn, opdracht de Pontijnse moerassen opnieuw onder water te zetten door zeewater in de moerassen te pompen, en daarna de pompen te vernielen. Hierdoor keerde niet alleen de malaria terug, maar wist men ook zeker dat de vector van de ziekte, Anopheles lanei, de moerassen zou koloniseren, omdat de larven hiervan in zout water konden overleven. Bovendien werd de kininevoorraad naar een geheime locatie in het noorden verplaatst. Dit was derhalve een daad van biologische oorlogvoering om een geallieerde opmars door de moerassen te bemoeilijken. Bovendien was het een wraakactie tegen de Italiaanse bevolking wegens de capitulatie. Circa 100.000 mensen liepen de ziekte op, van wie een onbekend aantal overleed.

Na de Tweede Wereldoorlog is de schade hersteld en zijn de moerassen opnieuw drooggelegd. De provincie Latina is thans een bloeiend landbouwgebied met bijna 500.000 inwoners, waarvan ongeveer 100.000 inwoners in de stad Latina.

Voetnoten
  1. Borghi (enkelvoud: borgo) kan allerlei betekenissen hebben, maar duidt in elk geval vrij kleine plaatsen aan. In dit geval moet men het zien als 'nederzetting op het platteland'. Anno 2013 zijn de kleinste in Nederlandse ogen nauwelijks meer dan buurtschappen, de grotere zijn vergelijkbaar met een niet al te groot dorp, met maximaal ongeveer drieduizend inwoners.