Prikken
| Prikken | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Zeeprikken in een aquarium |
|||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||
|
|||||||||
| Familie | |||||||||
| Petromyzontidae |
|||||||||
| Onderfamilies | |||||||||
| Prikken op |
|||||||||
|
|||||||||
De prikken, lampreien of negenogen (Petromyzonidae) vormen één familie met drie onderfamilies[1] van kaakloze vissen (Agnatha). Er zijn ongeveer dertig soorten, waarvan de meeste in zoet water leven. De mond is rond (zie afbeelding) en volwassen dieren hebben een rasptong met tandjes. Sommige soorten zuigen bloed bij andere vissen.
De soorten van de Lage Landen zijn:
- Rivierprik (Lampetra fluviatilis)
- Zeeprik (Petromyzon marinus)
- Beekprik (Lampetra planeri)
Naast de familie (orde en klasse) waartoe de prikken behoren, bestaat de naam prikken in slijmprikken. Dit is een andere klasse binnen de gewervelden, die wel behoren tot de schedeldieren (craniata), maar niet tot de gewervelden.
De benaming negenoog voor prikken is te danken aan de rij gaten bij de kop, waarvan er zeven voor de ademhaling dienen, de achtste een echt oog is, en het negende de neusopening.
[bewerken] Prikken als aas
Het is opmerkelijk dat de rivierprik, door de auteur A. Hoogendijk Jz. in zijn boek De Grootvisscherij op de Noordzee aangeduid als Petromyzon fluviatillus (nu: Lampetra fluviatilis), eeuwenlang is gebruikt als aas bij een vorm van hoekwantvisserij - de zogeheten beugvisserij - op kabeljauw, schelvis en bot.
In zijn inmiddels vermaarde Visboeck meldt de 16e eeuwse auteur Adriaen Coenen reeds het gebruik van dergelijke prikken. De toenmalige vissersschepen, de hoekers en later de daaropvolgende sloepen, voerden deze, dan nog in leven zijnde, prikken mee in twee speciale, met water gevulde, prikkenbakken. Het was zowel hoofd- als noodzaak, deze prikken tijdens de meerdere weken durende reis in leven te houden; daartoe moest men met regelmaat het water in de prikkenbakken handmatig in beweging houden. Direct voorafgaand aan de visserij van die dag werden de prikken door de schipper, de gezagvoerder van het vissersvaartuig, in stukken gesneden om hun delen vervolgens aan van haken voorziene lijnen te bevestigen. Deze lijnen gingen vervolgens in een bepaalde samenhang overboord.
Een nogal macabere bijkomstigheid berustte als taak bij het jongste bemanningslid, de speeljongen: een kind nog. Deze jongen moest de nog levende prik met zijn tanden, met name met zijn hoektanden, doodbijten alvorens de schipper kon beginnen met het snijden van zo'n prik; het aas moest namelijk zo levend mogelijk zijn. Een kleine, zoete beloning viel aan zo'n speeljongen ten deel teneinde de bittere nasmaak van het bloed en van het vocht van de prik kwijt te raken.
[bewerken] Taxonomie [1]
Familie: Petromyzontidae (Prikken)
- Onderfamilie:Geotriinae
- Geslacht: Geotria Gray, 1851
- Onderfamilie:Mordaciinae
- Geslacht:Mordacia Gray, 1851
- Onderfamilie:Petromyzontinae
- zeven geslachten:
- Caspiomyzon Berg, 1906
- Eudontomyzon Regan, 1911
- Ichthyomyzon Girard, 1858
- Lampetra Bonnaterre, 1788
- Lethenteron Creaser and Hubbs, 1922
- Petromyzon Linnaeus, 1758
- Tetrapleurodon Creaser and Hubbs, 1922
- zeven geslachten:
Bronnen, noten en/of referenties:
- Petromyzontidae. FishBase. Ed. Ranier Froese and Daniel Pauly. okt. 2010 version. N.p.: FishBase, 2010.