Prins Edwardeilanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Orthographic projection centered on the Prince Edward Island.png

De Prins Edwardeilanden zijn twee kleine eilanden in de Indische Oceaan tussen de continenten Afrika en Antarctica. De eilandjes horen bij Zuid-Afrika. De twee eilandjes heten Prins Edwardeiland en Marion-eiland. Marion-eiland is het grootste van de twee. Hier ligt ook het hoogste punt van het overzeese gebiedsdeel, de berg Mascarin Peak (tot 2003 Staatspresident Swart Piek genoemd) (1230 m). Beide eilanden zijn vulkanisch, waarbij Marion-eiland de top van een grote schildvulkaan is. Deze vulkaan is nog steeds actief. De eilandjes liggen zo'n 1770 kilometer verwijderd van de Zuid-Afrikaanse havenstad Port Elizabeth. De eilandjes beslaan samen een oppervlakte van 335 vierkante kilometer.

De eilandjes zijn ontdekt op 4 maart 1663 door de Nederlander Barend Barendszoon Lam die voer op het schip de Maerseveen op weg naar Batavia (Nederlands-Indië). Het noordelijk eiland (Prins Edwardeiland) noemde hij Dina en het meer zuidelijk gelegen eiland (Marion-eiland) gaf hij de naam van zijn schip. Omdat hij de positie verkeerd noteerde bleven ze lange tijd onvindbaar. In januari 1772 was het de Fransman Marc-Joseph Marion du Fresne die ze waarnam op weg naar Antarctica.

Ook James Cook bezocht de eilanden, maar hij kon niet aan land komen door de op dat moment zware zeegang. De eerste mensen die aan land kwamen waren jagers in 1803, die er zeeleeuwen zochten. In 1947 en 1948 annexeerde Zuid-Afrika de twee eilandjes en installeerde daar een meteorologisch station. Dit gebouw werd al snel vergroot en houdt zich nu bezig met de biologie op het eiland.

Op de eilanden leven verschillende vogels, zoals 30.000 albatrossen, een miljoen pinguïns en vele meeuwen en stormvogels.