Psalm 46

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Psalm 46 is een bekende psalm, waarin het thema "Een vaste burcht is onze God" voorkomt. Artistiek wordt de psalm doorgaans als een hymne ingedeeld. Het is een van de vijf psalmen die "Liederen van Sion" worden genoemd.

De directe aanleiding voor het schrijven van psalm 46 is onbekend; er zijn meerdere gelegenheden in de historie van Juda, die aanleiding zouden kunnen hebben gegeven tot het maken van de psalm. Mogelijke bronnen van inspiratie zijn de doortocht door de Rode Zee, de oorlog van Pekah en Rezin of de Syrisch-Efraïmietische oorlog van -734.

Men kan de boodschap van de auteur samenvatten als 'Bij God kun je terecht, hij is sterk en een hulp in nood, daarom hoef je niet bang te zijn, wat er ook gebeurt.' Dergelijke boodschappen zijn gebruikelijk ook in andere psalmen en de rest van de Hebreeuwse Bijbel. Het vertrouwen op God in Psalm 46 was voor Maarten Luther een bron van inspiratie in zijn lied "Een vaste burcht is onze God".

Vertalingen[bewerken]

Een fragment uit Psalm 46 in het Hebreeuws

Hieronder volgen verschillende vertalingen van Psalm 46 naar het Nederlands. Origineel is de psalm geschreven in het Hebreeuws. Waar voor veel joden geldt dat ze zonder problemen de Hebreeuwse tekst kunnen lezen, kunnen christenen in principe niet zonder vertaling. Theologen die de tekst onderzoeken en interpreteren, zullen wel naar de Hebreeuwse tekst kijken.

Statenvertaling[bewerken]

  1. Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.
  2. God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.
  3. Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeën;
  4. Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela.
  5. De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.
  6. God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.
  7. De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt.
  8. De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.
  9. Komt, aanschouwt de daden des HEEREN, Die verwoestingen op aarde aanricht.
  10. Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, den boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt.
  11. Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde.
  12. De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.

Luthervertaling[bewerken]

  1. Een lied voor de kinderen van Korach, om voor te zingen. Van de jeugd.
  2. God is onze toeverlaat en sterkte, ene hulp in de grote noden, die ons getroffen hebben.
  3. Daarom vrezen wij niet, ofschoon de wereld onderging, en de bergen midden in de zee verzonken;
  4. ofschoon de zee raasde en bruiste, en door hare onstuimigheid de bergen invielen. Sela.
  5. Nochtans zal de stad Gods zich verblijden in hare fonteinen, waar de heilige woningen des Allerhoogsten zijn.
  6. God is in haar midden, daarom zal zij vast blijven; God helpt haar, eer de morgen aanbreekt.
  7. Volken moeten versagen en koninkrijken vallen; het aardrijk moet vergaan, wanneer Hij zich laat horen.
  8. De Heer Zebaoth is met ons, de God Jakobs is onze beschutting. Sela.
  9. Komt herwaarts en aanschouwt de daden des Heren, die op de aarde zulke verwoestingen aanricht;
  10. die de oorlogen stuit in de gehele wereld, die den boog verbreekt, de spies in stukken slaat, en de wagens met vuur verbrandt.
  11. Weest stil, en erkent, dat Ik God ben; Ik wil eer behalen onder de volken, Ik wil eer behalen op de aarde.
  12. De Heer Zebaoth is met ons, de God Jakobs is onze beschutting. Sela.

Leidse vertaling[bewerken]

  1. Voor den orkestmeester. Van de Korahieten. Op de wijze van jonge vrouwen. Een lied.
  2. God is ons een toevlucht en sterkte, een die in hooge mate bevonden is een hulp in nood.
  3. Daarom vrezen wij niet, al raakte de aarde uit haar voegen, al wankelden de bergen en stortten zij in het hart der zee.
  4. Laat bruisen, schuimen haar wateren, laat trillen de bergen bij haar overmoedig geweld, de Heer der heirscharen is met ons, een toevluchtsoord is voor ons de God Jakobs.
  5. De armen ener rivier brengen der Godsstad vreugde, waar de Allerhoogste zijn woning geheiligd heeft.
  6. God is in haar midden: zij zal niet wankelen; God zal haar helpen bij het aanbreken van den morgen.
  7. Toen de volken bruisten, de koninkrijken wankelden, deed hij zijn stem horen, werd de aarde verbijsterd.
  8. De Heer der heirscharen is met ons, een toevluchtsoord is voor ons de God Jakobs.
  9. Komt, aanschouwt de daden van den Heer, die wonderen verricht op aarde,
  10. die tot het einde der aarde de oorlogen doet ophouden, den boog breekt, de lans stukslaat, strijdwagens verbrandt.
  11. Laat af en erkent dat ik God ben; ik wil hoog zijn onder de volken, hoog op de aarde.
  12. De Heer der heirscharen is met ons, een toevluchtsoord is voor ons de God Jakobs.

Nieuwe Bijbelvertaling[bewerken]

  1. Voor de koorleider. Van de Korachieten. Op de wijs van De jonge vrouwen. Een lied.
  2. God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood.
  3. Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee.
  4. Laat de watervloed maar kolken en koken, de hoge golven de bergen doen beven. sela
  5. Een rivier, wijd vertakt, verblijdt de stad van God, de heilige woning van de Allerhoogste.
  6. Met God in haar midden stort zij niet in, vroeg in de morgen komt God haar te hulp.
  7. Volken roeren zich, rijken storten ineen, zijn donderstem klinkt – de aarde siddert.
  8. De HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob. sela
  9. Kom en zie wat de HEER heeft gedaan, verbijsterend is wat hij op aarde verricht:
  10. wereldwijd bant hij oorlogen uit, bogen breekt hij, lansen verbrijzelt hij, wagens verbrandt hij in het vuur.
  11. ‘Staak de strijd, en erken dat ik God ben, verheven boven de volken, verheven boven de aarde.’
  12. De HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob. sela

Indeling[bewerken]

Psalm 46 bestaat uit drie refreinen. Hier een kort overzicht:

  • Refrein 1: Vs. 1-4
  • Refrein 2: Vs. 5-8
  • Refrein 3: Vs. 9-12

Het is opvallend dat achter het 4de vers niet de woorden "de Heere der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek" staan. Dat is achter die andere refreinen wel zo.

Achtergrondinformatie[bewerken]

  • De opperzangmeester was de bekwaamste muziekmeester. Hij was verantwoordelijk voor een goede uitvoering van dit lied.
  • Bij een toevlucht en sterkte kan de psalmist aan een burcht hebben gedacht. Zo'n burcht in Israël is niet een kasteel waar de burchtheer zich veilig weet, maar het is vooral een versterkte plaats met een heel groot plein met muren eromheen. En als de boerenmensen in de omgeving geteisterd werden door de Filistijnen of de Midianieten die het land kwamen kaalscheren, dan was die burcht heel letterlijk een toevlucht: een plaats waar je naartoe kon vluchten om het vege lijf te redden. Vaak was hun land dan evengoed platgebrand en de schade enorm. Maar je had een plaats om naar toe te vluchten, een plaats waar je de veiligheid van de koning kon vinden.
  • In de oud-oosterse voorstelling rustte de aarde op de zee. De zee werd als anti-goddelijke macht beschouwd.

Externe links[bewerken]