Rechiar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rechiar
 ?-456
Koning van de Sueben
Periode 448-456
Voorganger Rechila
Opvolger Aioulf / Framta
Uitbreiding van het rijk onder Rechiar

Rechiar (of Rechir I; in Galicisch, Requiario) was koning van de Sueven in Galicië, (Spanje) tussen 448 en 456. Zijn jongere broer Ricimer behaalde later de hoge positie van opperbevelhebber van het Romeinse leger in Italië.

Onder Rechiar werden de Sueven teruggedrongen door een Visigotisch expeditieleger onder leiding van Theodorik II, dat in opdracht van de energieke Romeinse keizer Avitus de Romeinse heerschappij in Spanje moest doen terugkeren. In de veldslag aan de Urbicus op 5 oktober 456 dolven de Sueven het onderspit. Koning Rechiar werd later gevangengenomen bij Portuscale (nu Porto) en in december van dat jaar terechtgesteld.

Oorlogen[bewerken]

Rechiar staat bekend als in oorlogszuchtig heerser die oorlogen voerde met al zijn buren. Daarmee evenaarde hij zijn vader Rechila. In 448, aan het begin van zijn regering, laat hij de gouverneur van Spanje Censorius in Sevilla vermoorden. Hij vernieuwt het verbond met de Bagauden en teistert de Ebro vallei. In februari 449 voert hij een veldtocht tegen de Basken in de Pyreneeën. Deze expeditie kan gezien worden als zijn eerste poging voet te krijgen in de Ebro-vallei. Hij bezoekt zijn schoonvader in Gallië in 449 en op de terugreis naar Galysje, verenigt hij zich met Basilius, aanvoerder van de Bagauden, en doet in aanval op Zaragoza in de Ebrovallei. Daarmee maakt hij veel gevangenen, maar slaat er niet in de regio te veroveren en heel Spanje in bezit te krijgen. De omgeving van Tarragona, de provinciale hoofdstad van Spanje blijft Romeins.

Na de moord op generaal ​​Flavius Aëtius en de keizers Valentinianus III en Petronius Maximus in 455, overmeesterde Rechiar de stad Cartagena (Spanje). Later dat jaar valt hij Tarraconensis binnen, de laatste Spaanse provincie die nog in handen is van de Romeinen. Het lukt hem echter niet om dat gebied te veroveren. Volgens Jordanes leefde Rechiar in de veronderstelling dat hij zijn gang kon gaan omdat zijn familieband met het Visigotische koningshuis hem beschermde tegen de Romeinen. Bovendien was zijn jonger broer Ricimer een vooraanstaande generaal in het Romeinse leger. Rechiar maakt hiermee een grote misrekening die hij uiteindelijk met de dood moest bekopen, want het Romeinse Rijk zond datzelfde jaar nog een groot leger op hem af welke bestond uit Goten, Franken, en Bourgonden. De Sueben worden verdreven en in de slag bij 'Campus Paramus' (de Slag aan de Urbicus) twaalf mijl van Astorga bij de Urbicus (Órbigo) verslagen. In de slag raakt Rechiar ernstig verwond en vlucht naar Porto in het hart van zijn koninkrijk. Daar wordt hij gevangengenomen en vermoord in december 456. Na de dood van Rechiar valt het Suevische rijk uiteen in elkaar bestrijdende partijen.