Regia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Forum of Roma before Caesar.svg

De Regia (τὸ βασίλειον, Appianus, Cassius Dio; τὸ βασίλειον οἴκημα, Plutarchus; ῾Ρήγια, Plutarchus, Cassius Dio) was de ambtswoning van het hoofd van de staatscultus, welke in het Romeinse Koninkrijk de rex was.

Het was een stenen gebouw dat samen met de Aedes Vestae (tempel van Vesta) en het atrium Vestae (huis van de Vestaalse maagden) een aantal grote hutten gelegen tussen de Veliaheuvel en het Forum Romanum moest vervangen[1]. Volgens de Romeinse legenden was Numa Pompilius degene die de Regia liet optrekken, ofwel als woning (Solin., I 21; Ovid., Trist. III 1.30, Fast. VI 263‑264, Servius, Verg. Aen. Comm. VIII 363, VII 153; Tac., Ann. XV 41.), ofwel als ambtswoning (Cass. Dio, frg. VI 2; Plut., Numa 14.). Er zijn archeologische sporen van een brand rond 550 v.Chr.[2] en rond 500 v.Chr., de periode waarin de laatste koning Lucius Tarquinius Superbus verdreven werd. Hierna zou de driehoekige vorm en indeling ongewijzigd blijven tot 36 v.Chr.

Nu de rex verdreven was moesten anderen zijn functie als hoofd van de staatscultus opvangen. Dit was oorspronkelijk de rex sacrorum, die voortaan de offers die de rex geacht werd te brengen bracht, maar aan het eind van de 4e eeuw v.Chr. nam de pontifex maximus diens plaats aan het hoofd van de staatscultus én in de protocollaire rangschikking over. In de regia hielden de pontifices maximi waarschijnlijk de annales maximi bij, want ze stelden een wit bord op voor de regia waarop de belangrijkste gebeurtenissen jaar na jaar waren weergegeven (Cic., De leg. I 2.6; Gell., II 28.6; Dionys., I 76.3.). Dit deze totdat de pontifex maximus Publius Mucius Scaevola (130-115 v.Chr.) dit gebruik afschafte. De ruimte werd ook als vergaderzaal gebruikt door het college van de pontifices[3](Plin., Ep. IV 11.6; Cic., ad Att. X 3a, 1.) en soms ook de fratres Arvales (CIL VI 2023.9.).

Het gebouw werd mogelijk verwoest tijdens de belegering door de Galliërs in 390 v.Chr. (Mem., Am. Acad. II 59‑60.). Het was afgebrand en herbouwd in 148 v.Chr. (Obseq., 19; Liv., Epit. Oxyrh. 127‑129.)[4] alsook in 36 v.Chr. Het werd toen door Gnaius Domitius Calvinus in marmer terug opgetrokken en hij zou beelden - waaronder twee standbeelden die het paviljoen van Alexander de Grote hadden ondersteund - die hij van Gaius Iulius Caesar Octavianus geleend had, maar dewelke deze laatste niet meer durfde terughalen uit deze gewijde plaats (Cass. Dio, XLVIII 42; cf. Plin., NH XXXIV 48; CIL VI 1301; Ephemeris Epigraphica III 266.). De inwijding viel waarschijnlijk op 17 juli 36 v.Chr., toen Clavinus een triomftocht hield om zijn overwinning op de bergstammen van de Pyreneeën te vieren.

De Regia huisde twee sacraria (schrijnen, kapeletjes): het sacrarium Martis waar de hastae (speren) en ancilia (achtvormige schilden) werden bewaard (Serv., Aen. VII 188, 603; VIII 3; Gell., IV 6.1, 2; Cass. Dio, XLIV 17; Iul. Obs. 6, 36, 44, 44a, 47, 50 (ed. Rossbach)) en het sacrarium Opis Consivae (Varro, LL VI 21; Fest., 186, 249; Fast. Arv. a. d. VIII Kal. Sept. VI 32482.). De ancilia die de Salii Palatini, gewijd aan Mars gradivius, en de Salii Collini, gewijd aan Quirinus, gebruikten bij hun dansen (Liv., I 20.4; Plut., Numa 13.1-2,4.). De hastae werden door de veldheer met de woorden "Mars vigila" ("Mars, wees waakzaam") bewogen alvorens op veldtocht te vertrekken. Het sacrarium Martis was ook het enige heiligdom van Mars dat zich binnen het pomerium bevond, totdat Augustus de tempel van Mars Ultor liet bouwen. In het sacrarium Opis Consivae, gewijd aan Ops Consiva, werd op Opiconsivia (25 augustus) aan haar geofferd door de pontifex maximus en de sacerdotes Vestales.

Dumézil zag in de Regia een uiting van de Indo-Europese godentrias Jupiter (Regia, als "koning") - Mars (sacrarium Martis) - Quirinus (sacrarium Opis Consivae; ook een godheid ivm. landbouw). In de Regia zouden alle aspecten van de Indo-Europese samenleving samenkomen.

Voetnoten[bewerken]

  1. Mogelijk sloeg de naam regia oorspronkelijk op het gehele "complex" dat in die periode gebouwd werd.
  2. Deze brand is mogelijk vereeuwigd in een verhaal over gevechten bij de troonsbestijging van Servius Tullius, dat we bij Titus Livius (I 41.) aantreffen.
  3. Dit college, voorgezeten door de pontifex maximus, bestond uit de drie, later 16 pontifices, de rex sacrorum, de zes sacerdotes Vestales en vijftien flamines, die de controle uitoefende over de Romeinse kalender, het - later vooral sacraal - recht en de staatsreligie; zie voor de vergadering ook G. Wissowa, Religion und Kultus der Römer, München, 1912², p. 503.
  4. Zie ook O. Gilbert, Geschichte und Topographie der Stadt Rom in Altertum, III, Leipzig, 1890, p. 407.

Referenties[bewerken]