Reservewiel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reservewiel achterop de auto
Vervanging van een autoband met een "thuiskomertje"

Een reservewiel (ook wel reserveband) is een bijkomend wiel met autoband voor een motorvoertuig. Het is in sommige landen een wettelijk verplicht mee te voeren auto-onderdeel. Het is bedoeld als vervanging voor een autoband wanneer deze onderweg lekraakt. Eigenlijk zou men kunnen volstaan met alleen een band, maar omdat het om de velg heen leggen van een autoband in de open lucht en zonder goede steunpunten voor de gemiddelde automobilist een niet uit te voeren karwei is, zijn personenauto's veelal uitgerust met een wiel dat tamelijk eenvoudig vervangen kan worden. Dit kan zich op verschillende plaatsen in en aan de auto bevinden, die elk hun voor- en nadelen hebben. De plek waar het wiel het best wordt bewaard en het minst toegankelijk is, is onderin de kofferbak. De plek waar het wiel het best bereikbaar en het minst beschermd is, is achterop of onderaan de auto.

In de loop der jaren hebben diverse autofabrikanten in Nederland ervoor gepleit het reservewiel uit de lijst met verplichte onderdelen te schrappen. Dit zou tot gewichtsbesparing leiden en daarmee energie besparen. Ook zou het in een aantal landen een besparing in wegenbelasting kunnen opleveren. Een ander argument is de verbetering van de kwaliteit van de wegen en de betrouwbaarheid van de hedendaagse banden. In plaats van een reservewiel wordt dan een bandenreparatiekit meegeleverd. Een andere optie is een eenvoudig uitgevoerd, alleen tijdelijk te gebruiken wiel, het zogenaamde "thuiskomertje". Hiermee mag men in Nederland maximaal niet sneller rijden dan 80 km per uur.

Volgens VAB zouden in België vier op de vijf wagens tegenwoordig zonder volwaardig reservewiel afgeleverd worden, tegenover twee op de vijf in 2009. Desondanks zou 51% van de wagens wel met een volwaardig reservewiel kunnen geleverd worden al dan niet in optie. [1]Vervangproducten zijn een klein reservewiel, ook thuiskomertje genoemd (actieradius 3000 km), een bandenreparatiekit (actieradius 50 km en slecht in één op de twee gevallen bruikbaar) en runflatbanden (actieradius 80 tot 200 km). Deze beperken alle de snelheid tot 80 km/u. [2]

Men moet bij het controleren van de bandenspanning nooit vergeten ook het reservewiel te controleren.

Bronnen, noten en/of referenties