Ruimteschroot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een door de computer gemaakt plaatje van ruimteschroot in lage banen (tot 2000km van het aardoppervlak)
Een door de computer gemaakt plaatje van ruimteschroot in de geostationaire baan (op 35 785 km hoogte)

Ruimteschroot is door mensen gemaakt afval, dat zich in de ruimte bevindt, buiten de dampkring van de aarde. Het kan variëren van verfschilfertjes of metaaldeeltjes, tot niet meer benodigde dekseltjes van satellietinstrumenten, boutjes of veertjes, tot een complete afgedankte kunstmaan of een rakettrap.

Dat een verfschilfertje al een probleem kan zijn, komt door de enorme snelheid die dat kan hebben, wat gemakkelijk enkele kilometers per seconde kan zijn. Buiten de dampkring is er vrijwel geen luchtweerstand die de snelheid doet afnemen. Een kunstmaan kan door een botsing met een klein voorwerp beschadigd raken. Ook ruimtewandelingen zijn daardoor gevaarlijk. Zonnepanelen van satellieten worden door de toenemende vraag naar energie steeds groter en de kans dat zo'n paneel door ruimteschroot beschadigd wordt, wordt ook steeds groter.

De Amerikaan Donald J. Kessler betoogde dat een object door een botsing in stukken geslagen kan worden, waardoor de hoeveelheid ruimteschroot verder toeneemt.

Tegenwoordig zijn de meeste kunstmanen daartegen beschermd met een pantser. Het is onmogelijk een zonnepaneel van een pantser te voorzien. In plaats daarvan wordt het paneel schadetolerant ontworpen, dat wil zeggen dat andere delen van het zonnepaneel gewoon hun werk kunnen blijven doen terwijl het beschadigde deel van het paneel uitgevallen is.

Alleen die stukken die in een baan rond de aarde blijven cirkelen vormen een probleem. Het meeste ruimteschroot bevindt zich in een lage baan rond de aarde. Er is daar nog een zeer geringe luchtweerstand, waardoor alle objecten langzamerhand snelheid verliezen en naar de aarde vallen. Een klein voorwerp verbrandt meestal bij terugkeer in de dampkring vanwege de snelheid en de wrijving met de lucht. Bij grote satellieten en ruimtestations kan er nog een stuk op aarde terechtkomen.

Bij ruimtewandelingen is in het verleden gereedschap verloren, dat nu ook in de ruimte rondzweeft. Zo is er een handschoen die astronaut Ed White verloor bij de eerste Amerikaanse ruimtewandeling. Michael Collins verloor een camera bij het ruimtevaartuig Gemini 10. Verder zijn afvalzakken, een schroevendraaier en een tandenborstel verloren. In november 2008 verloor Heidemarie Stefanyshyn-Piper tijdens missie STS-126 een tas met gereedschap.

China vernietigde in januari 2007 een oude weersatelliet met een ballistische raket. De Russen en Amerikanen doen zoiets sedert de jaren 80 niet meer. In februari 2009 botsten twee satellieten op elkaar. Beide gebeurtenissen leidden tot een enorme toename van de hoeveelheid ruimteschroot.

Er wordt nagedacht over een mogelijkheid om het ruimteschroot op te ruimen. Het eenvoudigste is echter om het te voorkomen, vandaar dat satellieten steeds vaker in een kerkhofbaan worden gebracht waar ze geen kwaad meer kunnen, als die satellieten niet meer nodig zijn. Nog liever stuurt men een afgedankte satelliet direct naar de aarde terug, voordat hij vanzelf terugvalt, zodat men invloed heeft op de plaats waar de brokstukken neerkomen.

De defensie van de Verenigde Staten houdt het meeste ruimteschroot bij, omdat er bij een raketaanval onderscheid moet kunnen worden gemaakt tussen een raket en ruimteafval. In 1987 waren waren er 7000 geregistreerde objecten groter dan 10 cm. Volgens het NASA Orbital Debris Program Office was dat aantal in 2012 gestegen naar meer dan 21.000. Zij schatten dat er zich ongeveer 500.000 stukjes van 1 to 10 cm grootte in een baan om de aarde bevinden en meer dan 100 miljoen stukjes kleiner dan 1 cm.

Wolken van zeer kleine deeltjes zijn niet zo schadelijk, maar kunnen erosie veroorzaken, vergelijkbaar met zandstralen.

Externe links[bewerken]