Slag aan de Sabis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De slag aan de Sabis is een veldslag tussen de Romeinen onder leiding van Julius Caesar en de Nerviërs o.l.v. Boduognat. In deze slag wisselden de kansen enkele keren, maar uiteindelijk werden de Nerviërs verslagen.

Aanleiding[bewerken]

In 58 v Chr. vonden Caesars eerste militaire ingrepen in Gallië plaats. Dit betrof het tegenhouden van de Helvetii en de verdrijving van de Haedui op verzoek van inheemse stammen. Caesars beide expedities waren succesvol en hij legerde zes Romeinse legioenen in de streek Vesontio, die overeenkomt met het huidige Besançon. In het noorden van Gallië, waar de Belgae woonden, werd dit gewantrouwd en verenigden de Belgische stammen zich in een coalitie. Naar aanleiding daarvan trok Caesar in het daaropvolgende jaar naar het noorden.

In het zuiden van Belgica versloeg hij een eerste Belgische coalitieleger in de Slag bij de Aisne, in het land van de Remi (rond het huidige Reims). Daarna gaven ook de Suessiones (omgeving van Soissons), de Bellovaci (in de buurt van Beauvais) en de Ambiani (het latere Amiens) zich over.[1] Maar de Nerviërs waren helemaal niet van plan zich zonder slag of stoot over te geven. Samen met de Atrebates (omgeving van Artois) en de Viromandui (Vermandois) wachtten ze Caesar op aan de 'Sabis', op niet meer dan vijftien kilometer van zijn kamp[2]. Daarheen leidde Caesar de volgende dag zijn legioenen. Wellicht verwachtte hij een zoveelste, relatief makkelijk succes[3].

De Selle?[bewerken]

De plaats van het treffen lag bij een kleine rivier die Caesar 'de Sabis' noemt. Lang werd deze geïdentificeerd met de Samber, maar tegenwoordig wordt de Selle algemeen aanvaard.[4] De redenen voor de identificatie met de Selle zijn:

  • Een taalkundig verband tussen 'Sabis' en 'Selle' (via 'Sabim', 'Seba' en het verkleinwoord 'Sevelle') is veel logischer; de ontwikkeling is bovendien in middeleeuwse bronnen vastgelegd.
  • Op zijn tocht van de Bellovaci naar de Nerviërs zal Caesar zeker de Gallische weg heirbaan Boulogne-Keulen hebben genomen. Deze kruist de Selle en loopt hier bovendien door het grensgebied van het Nervische gebied. Het is aannemelijk dat de Belgae hem hier opwachtten.
  • Ten opzichte van de Samber loopt de weg evenwijdig, maar de Selle kruist ze loodrecht.
  • De Selle ligt centraal tussen de gebieden van de Belgische stammen die zich bij de Nerviërs hadden aangesloten. Dat gold niet voor de Atuatuci; zij kwamen dan ook te laat.
  • Bij Saulzoir komt het terrein overeen met de beschrijving van Caesar: er liggen twee tegenover liggende heuvels met aan de voet een vlak gebied dat wordt doorsneden door de Selle.

Aanvang[bewerken]

Caesar had intussen nog twee nieuwe legioenen geronseld. Hij beschikte in totaal nu over acht legioenen, dus 48.000 soldaten (er waren nog andere mensen die meetrokken met een legioen). Deze legioenen bestonden uit inheemse bewoners, waardoor Caesar hen nog niet vertrouwde en hen in de achterhoede zette[5]. Verder trokken de Romeinen op mars legioen per legioen, elk gescheiden door een legioentros, die de bagage meedroeg. Deze opstelling vernamen ook de Nerviërs van terug overgelopen Belgae[6]. Ze bedachten het plan de legioenen een voor een te verslaan, daar ze van elkaar waren gescheiden door de legioentros. Bovendien droegen de Romeinen tijdens hun tocht de 35 kg zware sarcinae, waardoor ze niet strijdvaardig waren. Daarom besloten de Nerviërs de Romeinen aan te vallen wanneer de eerste legioenstros zichtbaar was. Noodzakelijk hiervoor was een goede timing.

Maar die overgelopen Belgae waren nog niet lang genoeg bij de Romeinen om te weten dat, wanneer de Romeinen in vijandig gebied kwamen, ze hun opstelling veranderden. Dan verenigden de legioenen zich en verzamelden de legioenstrossen zich in een legertros, die achteraan trok. Caesar had verkenners uitgestuurd die als nieuwe kampplaats het gebied aan de Sabis gekozen hadden. Geduldig wachtten de Belgae totdat de legertros verscheen; dat was pas na 6 legioenen het gebied waren binnengetrokken. Maar toen beging Caesar een grote fout: hij liet zijn soldaten, zoals gewoonlijk, het kamp opslaan. De schuld steekt Caesar onder andere op de ruitersposten die hij aan de rivier had uitgezet, die hij laf noemt.

Verloop van de strijd[bewerken]

Opstelling in het midden van de veldslag.

Toen de eerste delen van de legertros aankwamen, vielen de Belgae, zoals afgesproken, aan[7]. In de befaamde Gallische stormloop stormden ze van de heuvel af en staken de rivier over. De Romeinen, die het kamp aan het bouwen waren en dus kwetsbaar waren, waren verward en moesten zich hergroeperen. Bovendien werden de legioenen gescheiden door de befaamde Nervische hagen, die volgens Caesar haaks op de rivier liepen. De Nerviërs, die de hoofdmacht vormden, vielen aan op de rechterflank. In het centrum en de linkervleugel vielen de Atrebates en de Viromandui aan.

Maar de Atrebaten, die het moesten opnemen tegen het IXe en Xe legioen onder Titus Labienus, werden verdreven tot over de rivier en sloegen op de vlucht. Labienus achtervolgde hen en nam het kamp van de Belgen in. Intussen vielen de Belgae het VIIe en XIIe legioen in het centrum aan en trokken de heuvel van de Romeinen op[8]. Vanop de hoogte zag Labienus dat de Nerviërs hen aan het insluiten waren; meteen stuurde hij het elite Xe legioen naar de overkant om hen bij te staan[9]. Bovendien kwamen de twee laatste legioenen, het XIIIe en het XIVe legioen, net aan in versnelde pas[10]; de Atuatuci waren nog niet gearriveerd[11]. Toen was het met de Belgae gedaan[12]. Volgens Caesar sneuvelden er ongeveer 60.000 Nervische krijgers, een hoogstwaarschijnlijk overdreven schatting.

Caesar schrijft dat na deze slag de stam zo goed als uitgeroeid was[13]. Toch waren de Nerviërs enkele jaren later talrijk genoeg om, alweer samen met andere Belgische stammen (de Eburonen en de Treveri) in opstand te komen en de Romeinse winterkampen aan te vallen (zie Gallische Opstand). Hierbij vielen de Nerviërs het winterkamp van Quintus Tullius Cicero. Ze belegerden dit kamp enkele weken en maakten er 90% doden en gewonden onder het Romeinse legioen, totdat een bode erin slaagde Caesar te verwittigen en die arriveerde.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Caesar, D.B.G.II 5-15.
  2. Caes., D.B.G II 16.
  3. Caes., D.B.G II 18.
  4. M.-A. Arnould
  5. Caes., D.B.G II 19.1-3.
  6. Caes., D.B.G II 17.2-3.
  7. Caes., D.B.G II 19.6.
  8. Caes., D.B.G II 23.4-5.
  9. Caes., D.B.G II 26.4-5.
  10. Caes., D.B.G II 26.1-3.
  11. Caes., D.B.G II 16.5.
  12. Caes., D.B.G II 27.
  13. Caes., D.B.G. II 28.1.

  • Pierre Turquin, "La Bataille de la Selle (du Sabis) en l' An 57 avant J.-C." in Les Études Classiques 23/2 (1955), 113-156