Station Maastricht Noord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
    Maastricht Noord   
Opening Onbekend
Perrons 2
Perronsporen 2
Lijn(en) Aken - Maastricht (Heuvellandlijn)
Vervoerder(s) Veolia Logo Veolia.jpg
Coördinaten 50°52′17″N 5°43′7″E
Station Maastricht Noord
Station Maastricht Noord
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer

Station Maastricht Noord is een nieuw spoorwegstation in aanbouw in Maastricht, gelegen in de wijk Beatrixhaven, ten noorden van Limmel en Nazareth, tegenover het landgoed Mariënwaard. Het station komt te liggen aan de lijn Maastricht-Kerkrade, die sinds eind 2006 door Veolia Transport Nederland wordt geëxploiteerd. In 2010 werd bekendgemaakt dat onderzocht wordt of het station ook gebruikt kan worden als halte voor de sprintertreinen van NS tussen Maastricht Randwyck en Roermond.

Voorzieningen [bewerken]

Bij het nieuwe station is een P&R-voorziening met 500 parkeerplaatsen gepland, zodat bezoekers die per auto via de A2 of A79 naar Maastricht komen, een alternatief wordt geboden om het centrum van de stad te bereiken. Bij het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie Limburg, de gemeente Maastricht en ProRail op 1 april 2010 werd tevens afgesproken dat onder het spoor een onderdoorgang voor voetgangers en fietsers zal worden gerealiseerd, die ook zorgt voor een betere ontsluiting van het bedrijventerrein Beatrixhaven en de woonwijken aan de andere kant van het spoor.

Bouw en oplevering [bewerken]

De voorbereiding voor de bouw zijn in maart 2011 begonnen. De feitelijke eerste spade ging in februari 2012 de grond in.[1]. De oplevering stond gepland voor juni 2013, maar door problemen met de grondwaterspiegel ter plaatse en het faillissement van aannemer Martens Infra[2] zal deze datum ook niet worden gehaald en zal de opening (voor de vierde keer) moet worden uitgesteld.[3]

Referenties [bewerken]

  1. Start bouw Station Maastricht-Noord, 12 januari 2012.
  2. Station Maastricht Noord later open Treinreiziger.nl
  3. Op de Rails, oktober 2012, blz. 466.