Stoptrein
Een lokale trein (L-trein) (België) of een stoptrein (Nederland), in de volksmond ook wel omnibus of boemel genoemd, is een passagierstrein die tijdens het afleggen van een traject naar een eindpunt in principe stopt op alle tussengelegen stations. Vanaf 2011 worden alle stoptreinen van de Nederlandse Spoorwegen in Nederland 'sprinter' genoemd. Tot 1984 werd een stoptrein in België aangegeven als 'omnibus'. In 2014 zal men opnieuw een soortgelijke benaming invoeren: 'omnirail'.
Hierop bestaan wel uitzonderingen, op enkele minder belangrijke stations stoppen niet alle L- of stoptreinen.
Op trajecten waarop zowel stoptreinen als IC-treinen rijden vertrekt de stoptrein meestal kort nadat de IC-trein vertrokken is, en dit over een relatief kort traject.
Inhoud |
België[bewerken]
In België worden meestal het klassiek motorstel en de reeksen AM75 en AM86 als L-trein ingezet. Op niet-geëlektrificeerde trajecten rijden enkel MW41-dieseltreinen.
Nederland[bewerken]
De Nederlandse Spoorwegen (NS) hanteert de term stoptrein als treinsoort niet meer. Voor de treinen die overal stoppen wordt de term Sprinter gehanteerd. De andere vervoerders gebruiken de naam Sprinter niet, de meeste treinen zijn daar van de treinsoort stoptrein.
Vóór de invoering van het Stadsgewestelijk Materieel werden voor de treinsoort stoptrein voornamelijk treinen van het type Mat '64 of DD-AR ingezet. Tussen Zwolle en Emmen werd tot december 2005 de Railhopper ingezet, maar deze treinen zijn toen buiten dienst gegaan, hier rijdt nu nog Mat '64. De Mat '64-treinstellen die tussen Zwolle en Emmen rijden zijn voorzien van een krachtiger aandrijving. Dit zorgt ervoor dat de treinstellen volgens hetzelfde schema kunnen rijden als de Railhopper. Connexxion rijdt op de Valleilijn met de Protos en Veolia op de Heuvellandlijn met de Velios/spurt.
Op trajecten met dieseltractie zijn voor de stoptreinen verschillende vervoerders actief, namelijk NS, Syntus, Arriva, Veolia en Connexxion. De NS zet op de overgebleven dieseltrajecten treinstellen van het type Buffel in, Syntus heeft de LINT 41 en de Buffel, Arriva de Spurt en Veolia de Velios.
Sinds 2003 wordt op een aantal trajecten in de Randstad de naam Sprinter gebruikt in plaats van stoptrein. Op deze trajecten rijden treinen van de gemoderniseerde variant van het type Stadsgewestelijk Materieel, maar ook de SLT. Vanaf 2006 zou deze verandering optreden door de inzet van nieuw materieel, maar liet op zich wachten tot 2008. Vanaf 2009 is het inzetgebied van de SLT flink uitgebreid, ten koste van de Mat '64-treinstellen. Alleen de verbindingen waar Sprinter-materieel voor beschikbaar is werden Sprinter genoemd. De afgelopen jaren is er, door aanschaf van nieuwe treinen en modernisering van bestaande, meer Sprinter-materieel beschikbaar gekomen. Sinds de NS-dienstregeling 2013 heten bij NS alle stoptreinen Sprinters, ook als er (nog) niet met sprintermaterieel gereden wordt.
Nederlandse stoptreinverbindingen zijn te vinden in de lijst van treinseries in Nederland.
Duitsland[bewerken]
De Regionalbahn is de Duitse variant van de stoptrein. Sommige S-Bahnsystemen kunnen ook als stoptreinsysteem gezien worden, hoewel het systeem per stad sterk verschilt. In sommige steden heeft het S-Bahnsysteem weer meer weg van een metrosysteem.
Werking op hetzelfde spoor[bewerken]
Bij de operatie van stoptreinen en IC-treinen op hetzelfde spoor, kunnen enkele problemen optreden:
- Als de stoptrein vertraagd is, kan hij de IC-trein ophouden (die sneller wil rijden). Hierdoor kan de IC-trein vertraging oplopen.
- Als de IC-trein vertraagd is, kan het gebeuren dat de IC-trein achter de stoptrein moet gaan rijden, die wel op tijd vertrokken is van het vertrekstation of het inhaalstation. Hierdoor wordt de IC-trein nog meer vertraagd.