Tabakswet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Tabakswet is een Nederlandse wet waarmee de overheid in staat is om maatregelen te nemen ter beperking van het tabaksgebruik zoals vooral het roken van tabak. De wet bepaalt:

  • Werknemers hebben recht op een rookvrije werkplek.
  • Het personenvervoer moet rookvrij zijn.
  • Tabaksreclame en –sponsoring is verboden.
  • Verkoop van tabaksartikelen aan jongeren onder de 18 jaar is verboden.
  • Verkoop van tabaksartikelen is op bepaalde locaties verboden.

Bij overtreding kunnen bestuurlijke boetes worden opgelegd.

Geschiedenis[bewerken]

De wet is sinds 1990 van kracht. Op 16 april 2002 is een wijziging goedgekeurd door het parlement. Deze wijziging houdt in dat het recht op een rookvrije werkplek is uitgebreid van alleen de publieke sector naar alle organisaties. De gewijzigde Tabakswet is van kracht sinds 17 juli 2002, maar de minister heeft besloten de wet in stappen in te voeren om de uitvoerders van de wet extra voorbereidingstijd te geven. Sinds 1 januari 2004 moeten werkplekken rookvrij zijn, maar dit gold eerst nog niet in de horeca; sinds 1 juli 2008 wèl.

Enkele andere wijzigingen:

  • een bijna algeheel verbod op tabaksreclame en –sponsoring (van kracht op 7 november 2002, uitgebreid met reclameverbod voor kranten en tijdschriften op 1 januari 2003);
  • een verkoopverbod van tabaksartikelen op bepaalde locaties en aan jongeren onder de 18 jaar (1 januari 2014);
  • het opleggen van bestuurlijke boetes bij overtreding (1 januari 2004).

De Tabakswet stelt al sinds 1990 een rookverbod voor gebouwen die door de overheid (Rijk, provincie en gemeente) beheerd of gesubsidieerd worden. Daarnaast geldt de wet ook voor instellingen voor gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening, sport, sociaal-cultureel werk en onderwijs.

Roken is verboden in ruimtes die toegankelijk zijn voor het publiek en in ruimtes voor gemeenschappelijk gebruik zoals trappen, gangen, liften, recepties, vergaderzalen, leslokalen, toiletten, kantines en recreatieruimten. Er is een uitzondering: als er op één verdieping meer wachtruimten, recreatieruimten of kantines zijn, mag in de kleinste van de twee (of meerderen) gerookt worden. Het maken van zo’n rookruimte is niet verplicht.

Rookvrije werkplek wettelijk recht[bewerken]

De gewijzigde Tabakswet heeft per 1 januari 2004 de regels voor het roken in bedrijven aangescherpt. De wet regelt dat werknemers een rookvrije werkplek kunnen opeisen bij hun werkgever. In januari 2004 besluit minister Hoogervorst van Volksgezondheid dat verzorgings- en verpleeghuizen pas in 2005 aan deze verscherpte regels hoeven te voldoen. Hiermee geeft de minister de instellingen meer tijd om aparte rookruimten te maken zodat ouderen, zieken en gehandicapten toch nog kunnen roken zonder de niet-rokers tot last te zijn. Er bestaan twee soorten rookruimten: de binnen- en de buitenoplossing. In de binnenvariant wordt de rook in de kamer afgezogen. De buitenvariant heet een rokersabri.

Boetes[bewerken]

Nieuw is het opleggen van bestuurlijke boetes bij overtreding. Het bedrijf kan krachtens de wet een boete krijgen. Intern kan elke organisatie bij overtreding van de huisregels zelf sancties vaststellen. Als het rookbeleid met zorg is ingevoerd en zowel rokers als niet-rokers gehoord zijn bij het vinden van oplossingen voor mogelijke knelpunten, bestaat er meestal voldoende draagvlak voor een goede naleving van de regels.

Handhaving[bewerken]

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) is belast met het toezicht op de naleving van de Tabakswet. Bij overtreding van de wet kan een betrokkene daar een klacht indienen.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • De tekst op deze pagina of een eerdere versie daarvan is afkomstig van de website van Postbus 51.