Vaas van Soissons

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deze 15e-eeuwse afbeelding toont de heilige Remigius, bisschop van Reims, die Clovis I smeekt om teruggave van de Vaas van Soissons. Twee belangrijke details kloppen niet met Gregorius' verslag: Remigius komt persoonlijk om de vaas vragen in plaats van twee boodschappers, en de Franken dragen allemaal laat-middeleeuwse slagzwaarden in plaats van vroeg-middeleeuwse strijdbijlen (een anachronisme).

De Vaas van Soissons was waarschijnlijk een kostbaarheid, behorend tot het liturgische vaatwerk van de bisschopskerk in Reims, die werd buitgemaakt door plunderende Frankische krijgers nadat de Frankische koning Clovis I in 486 de Romeinen had verslagen bij Soissons.

De belangrijkste bron over deze vaas komt van Gregorius van Tours, een Gallo-Romeinse bisschop, die erover schreef in zijn geschiedenis van de Frankische Merovingen, Decem Libri Historiae. Dit was echter een eeuw na de feiten, dus het is onzeker of de vaas ook echt heeft bestaan en de gebeurtenissen die door Gregorius zijn opgetekend ook echt hebben plaatsgevonden.

Na de vernietigende slag bij Soissons waarbij Clovis I de Romeinse generaal Syagrius overwon, trok Clovis op naar Châlons-sur-Marne en Troyes, om daar de resterende Romeinse legers te verjagen. Ofschoon Clovis nog heiden was, eerde hij de bisschoppen uit de streken van Bourgondië. Clovis trok om Reims en plunderde de stad niet, omdat hij bevriend was met de (later heilige) Remigius, bisschop van Reims.

Een muitende bende Frankische soldaten trok toch naar Reims en plunderde de stad. Zij namen per toeval de vaas van de bisschop mee en voegden zich weer bij Clovis' leger.

Twee monniken kwamen hun beklag maken bij de Frankische koning en vroegen hem de vaas terug te geven. Toen de Franken in Soissons terugkwamen, werd hun buit op een hoop gelegd. Op het ogenblik dat ze met de buitverdeling begonnen, vroeg Clovis de vaas te mogen nemen. Ofschoon de Frankische krijgslieden hun koning eerden, waren ze toch vrije mannen, die niemand rekenschap hoefden te geven, zelfs niet aan hun koning. Maar ze stemden toch toe dat Clovis de vaas kreeg.

Koning Clovis nam de grote vaas in zijn beide handen, maar een krijgsman die jaloers was op het gezag van zijn vorst, sprong naar voren en sloeg de vaas in Clovis' handen stuk met zijn eigen bijl. Tot grote verbazing van de Frankische krijgers deed hun koning niets tegen zijn opstandige krijger. Hij zei niets, maar zon op wraak.

Het jaar daarop, tijdens een wapeninspectie, schouwde koning Clovis zijn leger en trof dezelfde krijgsman, met slecht verzorgde wapens. Boos rukte Clovis hem de bijl uit de hand en wierp ze hem voor de voeten. De krijger bukte zich om de bijl weer op te rapen. Op dat ogenblik greep Clovis de bijl van de krijgsman en sloeg hem daarmee het hoofd in. De koning zou daarbij hebben gezegd: "Zo deed je ook met de vaas van Soissons!"