Vergeltungswaffe 3

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De bunker van de V3
De V3

De V3 (ook: London Gun) was een Duits meerkamerkanon uit de Tweede Wereldoorlog. Nabij Calais werden twee batterijen van ieder 25 stuks gebouwd om Londen te kunnen treffen, maar de V3's zijn nooit gebruikt. Door de Duitsers werden ze Hochdruckpumpe (HDP), Fleissiges Lieschen of, naar het uiterlijk, Tausend Fussler (duizendpoot) genoemd.

De V3 had een 130 meter lange loop, met om de 3,65 meter korte zijtakken onder een hoek van 45 graden waarin zich een explosieve lading bevond. Deze nevenladingen werden elektrisch tot ontploffing gebracht zodra het projectiel in de hoofdbuis de zijtak was gepasseerd. De afnemende druk van de stuwgassen werd daardoor telkens weer verhoogd. Hierdoor ontstond een enorme versnelling.

De projectielen die met de V3 zouden worden afgevuurd waren drie meter lang en hadden een diameter van elf centimeter. Ze moesten een snelheid van 1500 meter per seconde (5400 km per uur) bereiken. Men kon dan het 160 kilometer verderop gelegen Londen beschieten, dat ook doelwit was van de V1 en V2 raketten. Deze raketten werden in een latere fase van de oorlog ook op Antwerpen afgevuurd omdat ze gericht konden worden. De V3 kanonnen konden echter niet gedraaid worden. Ze lagen in lange schachten in de krijtrotsen nabij Calais.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Het meerkamerkanon is in 1878 uitgevonden door de Franse ingenieur Louis-Guillaume Perreaux. Het idee was er misschien al eerder, maar dat is nooit bewezen. Het werd aan het einde van de Eerste Wereldoorlog weer opgepakt toen Krupp een 30 meter lang kanon ontwikkelde waarmee Parijs werd beschoten. Nadien raakte het idee weer in de vergetelheid. In 1942 werd het meerkamerkanon herontdekt door de Duitse ingenieur August Coenders, tijdens het doornemen van Franse patenten die door de Duitsers in beslag waren genomen na de Franse nederlaag in 1940.

Coenders deed in Wetzlar proeven met een miniatuur-meerkamerkanon. Deze leverden veelbelovende resultaten op en Coenders kreeg steun van Albert Speer. In januari 1943 werd het plan in Hitlers hoofdkwartier gepresenteerd. Op dat moment waren de V1 en V2 raketten nog niet operationeel. Hitler werd overtuigd dat de V3 geschikt was om Londen mee te bestoken en keurde het project goed. Het kreeg de codenaam Hochdruckpumpe. Via een complex van 50 meerkamerkanonnen zouden 600 projectielen per uur op Londen worden afgevuurd.

In september 1943 werd bij Mimoyecques (nabij Calais) begonnen met de bouw van een bunkercomplex met twee afdelingen die ieder 25 schachten zouden tellen. Er werd een spoorwegtunnel aangelegd en diverse personeelsverblijven. De bouw van het diep in de krijtrotsen gelegen complex werd uitgevoerd door de Organisation Todt. Duizenden dwangarbeiders waren er bij betrokken. De 50 schachten van 150 meter lengte werden onder een hoek van 50 graden in de rotsen uitgehakt. Deze schachten stonden in verbinding met een 600 meter lange centrale gang. Het gesteente dat bij de aanleg vrijkwam werd eerst donkergroen geverfd, en dan pas op treinwagons de tunnel uitgereden. Zo hoopten de Duitsers de aard van de werkzaamheden verborgen te kunnen houden. Het complex is voor 75% voltooid in minder dan 10 maanden tijd.

Geallieerde bombardementen[bewerken]

De Duitse aanvraag bij de Franse elektriciteitsmaatschappij voor een aansluiting van 5000 kilowatt voor het complex had echter al de aandacht van de Résistance getrokken. Verzetsmensen waarschuwden de Britse geheime dienst, en de Britten maakten in augustus 1943 de eerste luchtfoto's. Daaruit was op te maken dat er twee spoorlijnen in de rotsen verdwenen. De geallieerden wisten niets van de wapens die er werden ontwikkeld. Ze zagen alleen dat er een enorm complex lag en namen het zekere voor het onzekere. Op 5, 8 en 9 november 1943 werd het complex door het Amerikaanse 9e squadron gebombardeerd. Na het bombardement staakten de Duitsers de bouw van het westelijke bunkercomplex.

Pas op 6 juli 1944 werd weer een groot bombardement uitgevoerd, omdat Winston Churchill het complex als ernstige bedreiging zag. Die dag lanceerden 17 Avro Lancasters, een Mustang (als merker) en een Mosquito (merker) een aanval. Er werden verschillende Tallboy-bommen afgeworpen, de grootste in die tijd.[1]Ze wogen 5,4 ton. Drie daarvan doorboorden de krijtrotsen en het betonnen dak van het complex, één rolde door een lanceerschacht naar beneden en kwam op de tweede verdieping tot ontploffing.In tegenstelling tot een lang verspreide legende,bleek het verlies aan mensenlevens beperkt te zijn gebleven.De archieven melden 2 Duitsers en 9 "vreemdelingen" die om het leven kwamen. De schade was enorm. Doordat een watervoerende laag werd geraakt liep het complex vol water. De Amerikanen waren niet op de hoogte van dit succes omdat van buitenaf weinig schade was te zien. Ze deden op 12 augustus 1944 nog een poging het complex te vernielen. Een met explosieven volgeladen Liberator zou normaal opstijgen. In de buurt van het doel zou de bemanning echter uit het toestel springen en aan parachutes landen. De Liberator zou dan radiografisch bestuurd doorvliegen en moest tenslotte een duikvlucht op Mimoyecques uitvoeren. Het toestel explodeerde echter voortijdig terwijl het boven Suffolk vloog. De vliegers Joseph P. Kennedy jr. (de oudere broer van John F. Kennedy) en Wilford Willy kwamen hierbij om het leven. Wrakstukken van het toestel kwamen bij Blythburgh terecht.

Toen het Canadese leger in september 1944 oprukte naar het gebied werd Mimoyecques door de Duitsers ontruimd. Op 9 mei 1945 bliezen de Britten een deel van het complex op. In 1947 liet de Franse regering het hele complex afsluiten met beton omdat het onmogelijk was de stoffelijke overschotten van de dwangarbeiders te bergen. Op 7 juli 1985 werd er een gedenkteken onthuld.

Het complex is tegenwoordig een museum. In de ondergrondse basis kan men een reproductie aanschouwen van de door de Engelsen opgeblazen installaties. Alleen de centrale gang is nog toegankelijk, want de onderliggende verdiepingen zijn volgelopen met water.

Ardennenoffensief[bewerken]

Aan het eind van de oorlog bouwden de Duitsers twee kleinere V3's van 45 meter lang, waarmee het Ardennenoffensief moest worden ondersteund. Ze bleken echter onbetrouwbaar en er werden slechts enkele schoten mee afgevuurd. Volgens het National Museum of Military History in Diekirch, Luxemburg is er minstens 1 V3 installatie inbedrijf geweest waarmee de hoofdstad Luxemburg is beschoten. Volgens rapportages en documentatie is het kanon minstens 183 keer afgevuurd tijdens een periode van januari/februari 1945. Hierbij is minstens 1 burger om het leven gekomen nabij de huidige F.D. Roosevelt boulevard.

Bronnen, noten en/of referenties