Vetje (vis)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vetje
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Vrouwtje
Vrouwtje
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde: Cypriniformes (Karperachtigen)
Familie: Cyprinidae (Eigenlijke karpers)
Onderfamilie: Leuciscinae
Geslacht: Leucaspius
Soort
Leucaspius delineatus
(Heckel, 1843)
Mannetje
Mannetje
Afbeeldingen Vetje op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Vetje op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vissen

Het vetje (Leucaspius delineatus) is een kleinblijvende karperachtige vissoort.

Herkenning[bewerken]

Het vetje is een spoelvormig visje met een brede bovenstandige bek en een vrij stompe kop. De vinnen zijn afgerond. De zijlijn is onvolledig en hij heeft grove schubben die vrij gemakkelijk loslaten. Ze zijn zilverachtig, maar als er veel daphnia in het water zitten soms ook wat lila.
De visjes kunnen maximaal 12 cm groot worden, maar zijn meestal zo'n 6 tot 8 cm lang. Jonge vetjes zijn moeilijk van alvers te onderscheiden. De stompe kop en de bek die aan een shovel doet denken zijn duidelijke kenmerken van het vetje.
In de paaitijd kan het mannetje aan de paaiuitslag in de vorm van kleine witte puntjes over het hele lichaam herkend worden. Het vrouwtje heeft een wittige wat gezwollen genitaalpapil.

Levenswijze[bewerken]

Vetjes komen in heel ondiep water voor. Vaak zitten ze in kleine slootjes onder stuwtjes. Ze koloniseren vaak nieuw water en kunnen ook in visvijvers voorkomen waar roofvissen ontbreken. In dat soort omstandigheden is het vetje vaak massaal aanwezig. Het vetje eet alleen levende ongewervelden, zoals muggelarven, haften en watervlooien.

Voortplanting[bewerken]

Het vetje doet aan broedzorg, de wijfjes zetten de eitjes af als een spiraalvormige band die aan harde oppervlakten of waterplanten kleeft. Het mannetje voorziet de eitjes van zuurstof door met de borstvinnen vers water toe te voeren. Door met de kop langs de eitjes te wrijven voorkomt hij met zijn huidslijm dat de eitjes verschimmelen.

Europese verspreiding[bewerken]

Het verspreidingsgebied van het vetje en de bittervoorn is bijna identiek. Beide soorten zijn in West-Europa geïntroduceerd, de bittervoorn rond AD 1100[2], het vetje aan het eind van de negentiende eeuw. Het verspreidingsgebied heeft een zwaartepunt in Centraal-Europa en Rusland. Het vetje komt voor in Nederland, België, een klein stukje Frankrijk, Duitsland,Polen, en Oost-Europa met uitzondering van de voormalig Joegoslavische staten. Recentelijk is de soort ook in Engeland geïntroduceerd.[3]

Verspreiding in Nederland[bewerken]

Het vetje is een karperachtig visje dat leeft in stilstaande en langzaam stromende wateren. Onderwaterplanten en begroeide oevers zijn belangrijk voor deze vis. Sinds 1921 is het vetje bekend, daarvoor werd hij over het hoofd gezien, of beschouwd als jong ‘witvisje’. Dit staat echter niet vast omdat bekend is dat het vetje in die tijd zijn areaal naar het westen uitbreidde. In Vlaanderen is het vetje bekend sinds 1890 waarbij de aanleg van kanalen waarschijnlijk een rol heeft gespeeld. Het is mogelijk dat de vis via de karperteelt als een begeleidend "onkruidvisje" meekwam. Redeke vermeldt dat het vetje in Friesland niet voorkwam. Dit is nu echter wel het geval, wat wijst op areaaluitbreiding in plaats van onvolledige inventarisatie of onbekendheid met de soort.
Uit de periode 1941 tot 1980 zijn 39 vijf bij vijf kilometerhokken met vetjes bekend. In veertien (36%) van deze hokken zijn ook waarnemingen van na 1980. Dit kan wijzen op een achteruitgang van 64%, maar mogelijk valt dit mee, omdat niet alle hokken systematisch zijn bemonsterd op de aanwezigheid van deze vissoort. Bovendien is het vetje na 1980 in een aanzienlijk aantal nieuwe hokken aangetroffen, in totaal 197.[4] In Limburg bleek bij systematische bemonstering van beken dat de soort niet zo zeldzaam is. Soms komt het vetje massaal voor.[5]

Knelpunten[bewerken]

Het verdwijnen van onderwaterplanten door vermesting en vervuiling van stilstaande wateren. Bij veldonderzoek in de Gelderse Rassenbeek bleek dat vetjes zich maar één generatie lang konden handhaven[6]. Ecologische kennis over het vetje in Nederland is beperkt.
Een ander probleem is de introductie van een nieuwe parasiet die bij de oorspronkelijke gastheer, de Blauwband (Pseudorasbora parva) nauwelijks problemen geeft, maar de stand van het vetje kan decimeren.[7]

Maatregelen en wettelijke status[bewerken]

Zuivering van afvalwater, diffuse lozingen op het oppervlaktewater voorkomen.
Het vetje staat in de Visserijwet (zonder beperkingen) en als 'kwetsbare' soort op de Nederlandserode lijst. Verder staat de soort op bijlage 3 van de Conventie van Bern.[8]

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Vetje op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. [1] Van Damme ea. , 2007
  3. Wheeeler, Cox 2008
  4. de Nie, H.W. 1997. Bedreigde en kwetsbare zoetwatervissen in Nederland. Basisrapport, voorstel voor een rode lijst. Stichting Atlas verspreiding zoetwatervissen, Nieuwegein
  5. Crombaghs et al. 2000. Vissen in Limburgse beken. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht ISBN 907450809x
  6. Dirkse, G.M. 1992. Vissen in Arkemhen en omgeving. Arkemheen te Velde, KNNV, Utrecht.
  7. Rodolphe E. Gozlan, Sophie St-Hilaire, Stephen W. Feist, Paul Martin, Michael L. Kent: "Disease threat to European fish", Nature, Vol. 435, p. 1046, 23 juni 2005
  8. van Emmerik, W.A.M. & de Nie, H.W. 2006. De zoetwatervissen van Nederland. Ecologisch bekeken. Sportvisserij Nederland, Bilthoven, ISBN 9081029517.