Victoria van Saksen-Coburg-Saalfeld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Victoria, Hertogin van Kent
geschilderd door Richard Rothwell in 1832

Marie Louise Victoria van Saksen-Coburg-Saalfeld (Coburg, 17 augustus 1786 - (Windsor Castle, 16 maart 1861) was een Duitse prinses.

Zij was de dochter van hertog Frans van Saksen-Coburg-Saalfeld en diens tweede vrouw Augusta. Zij was een zuster van de Belgische koning Leopold I.

Op 21 december 1803 trouwde ze in Coburg met vorst Karel Emich van Leiningen, die eerder getrouwd was geweest met haar tante Henriette (van Reuss-Ebersdorf en Lobenstein), een zus van haar moeder.

Het paar kreeg twee kinderen:

Na het overlijden van Karel in 1814 hertrouwde Victoria op 29 mei 1818 met Eduard August, hertog van Kent. Zij kregen alleen een dochter:

  • Victoria, de latere koningin van Engeland.

Toen haar tweede echtgenoot ook al snel overleed, in 1820, leek er objectief gezien weinig reden voor haar te zijn om in Engeland te blijven. Ze sprak de taal niet en had bovendien nog een kasteel in Coburg, waar ze had kunnen wonen. Dat ze toch in Engeland bleef, kwam doordat de Britse monarchie in een opvolgingscrisis verkeerde. Noch koning George IV noch zijn latere opvolger Willem IV hadden nakomelingen en de kleine Victoria stond derhalve hoog in de lijn van troonopvolging. Niettemin weigerde het Engelse parlement aan de beide Victoria's een uitkering te verschaffen.

Victoria was muzikaal getalenteerd en componeerde onder anderen in 1836 de Artillery Slow March, ook bekend als Duchess of Kent March. Verder wordt zij als auteur van de Grand March for the 1st Life Guards Regiment aangezien.

Victoria leunde zwaar op haar persoonlijk secretaris, John Conroy. Zozeer zelfs dat de geruchten gingen dat Conroy de vader van Victoria was. Hier zijn nooit bewijzen voor gevonden. Victoria en haar dochter zouden, totdat de laatste koningin geworden was, een slaapkamer delen, daarna kregen ze elk verschillende appartementen. Dat zou het begin inluiden van een periode van bekoeling tussen moeder en dochter, die later pas enigszins hersteld zou worden.