Wien Neêrlands bloed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wien Neêrlands bloed

Wien Neêrlands bloed, gecomponeerd door Johann Wilhelm Wilms (1772-1847) op een gedicht van Hendrik Tollens (1780-1856), was het officiële volkslied van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden tussen 1817 en 1832 en later van het Koninkrijk der Nederlanden tussen 1832 en 1933.

Geschiedenis[bewerken]

Bij het ontstaan van het koninkrijk in 1815 kwam er behoefte aan een nieuw volkslied. Het reeds bestaande Wilhelmus werd ongeschikt bevonden, omdat het in de 18e eeuw gediend had als partijlied van de Oranje-gezinden. Ook zouden Zuid-Nederlanders (Belgen) het Wilhelmus kunnen beschouwen als een lied dat van een calvinistische geest getuigt.

In een wedstrijd, in 1816 georganiseerd door admiraal in ruste Jan Hendrik van Kinsbergen, werd Tollens' inzending Wien Neêrlands bloed gekozen, die door Wilms op muziek werd gezet.

Het lied werd opgenomen in de populaire liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee.

Liedtekst[bewerken]

1. Wien Neerlandsch bloed door d'aderen vloeit,
    Van vreemde smetten vrij,
Wiens hart voor land en koning gloeit,
    Verheff' den zang als wij:
Hij stell' met ons, vereend van zin,
    Met onbeklemde borst,
Het godgevallig feestlied in
    Voor vaderland en vorst.

2. De Godheid, op haar hemeltroon,
    Bezongen en vereerd,
Houdt gunstig ook naar onzen toon
    Het heilig oor gekeerd:
Zij geeft het eerst, na 't zalig koor,
    Dat hooger snaren spant,
Het rond en hartig lied gehoor
    Voor vorst en vaderland.

3. Stort uit dan, broeders, eens van zin,
    Dien hoogverhoorden kreet;
Hij telt bij God een deugd te min,
    Die land en vorst vergeet;
Hij gloeit voor mensch en broeder niet
    In de onbewogen borst,
Die koel blijft bij gebed en lied
    Voor vaderland en vorst.

4. Ons klopt het hart, ons zwelt het bloed,
    Bij 't rijzen van dien toon:
Geen ander klinkt ons vol gemoed,
    Ons kloppend hart zoo schoon:
Hier smelt het eerst, het dierst belang
    Van allen staat en stand
Tot één gevoel in d'eigen zang
    Voor vorst en vaderland.

5. Bescherm, o God! bewaak den grond,
    Waarop onze adem gaat;
De plek, waar onze wieg op stond,
    Waar eens ons graf op staat.
Wij smeeken van uw vaderhand,
    Met diep geroerde borst,
Behoud voor 't lieve vaderland,
    Voor vaderland en vorst.

6. Bescherm hem, God! bewaak zijn troon,
    Op duurzaam regt gebouwd;
Blink' altoos in ons oog zijn kroon
    Nog meer door deugd dan goud!
Steun Gij den scepter, dien hij torscht,
    Bestier hem in zijn hand;
Beziel, o God! bewaar den vorst,
    Den vorst en 't vaderland.

7. Van hier, van hier wat wenschen smeedt
    Voor een van beide alleen:
Voor ons gevoel, in lief en leed,
    Zijn land en koning één.
Verhoor, o God! zijn aanroep niet,
    Wie ooit hen scheiden dorst,
Maar hoor het één, het eigen lied
    Voor vaderland en vorst.

8. Dring' luid, van uit ons feestgedruisch,
    Die beê uw hemel in:
Bewaar den vorst, bewaar zijn huis
    En ons, zijn huisgezin.
Doe nog ons laatst, ons jongst gezang
    Dien eigen wensch gestand:
Bewaar, o God! den koning lang
    En 't lieve vaderland.

(Volkslied, Hendrik Tollens)[1]


Receptie[bewerken]

Het lied is nooit goed aangeslagen. Het Wilhelmus werd tijdens de strubbelingen tussen het zuidelijke en noordelijke deel van de Nederlanden steeds populairder in het noorden, zodat het bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina zelfs officieel werd gespeeld.

Veel mensen voelen zich niet aangesproken door zinsnedes uit het Wilhelmus, zoals Van Duytschen Bloed en De Koning van Spanje, maar ook Wien Neêrlands bloed valt niet bij iedereen goed vanwege de zinsnede van vreemde smetten vrij. Deze zinsnede kan in de huidige samenleving als 'racistisch' geïnterpreteerd worden. In het lied, geschreven onder de Franse bezetting (1795-1813), wordt daarmee gedoeld op iedereen die zich als echte Nederlander gedraagt en niet met de vijand heult. Het betaamt een goed burger in de Nederlanden dus niet Frankrijk te dienen.

In Nederlands-Indië vielen de woorden "van vreemde smetten vrij" wel heel slecht, omdat ook de meeste "Europeanen" daar beslist geen volbloed Nederlanders waren. Dit werd opgevangen door een variant van de tekst, waarin de gewraakte woorden werden vervangen door "Wien 't hart klopt fier en vrij". Toch werd ook deze wijziging niet door iedereen gewaardeerd.[2]

Het Programma van de Zangscholen der Vereeniging tot Verbetering van de Volkszang van 1891-1992 en de uitgave van Kun je nog zingen van 1911 geven: "Wien 't hart klopt fier en vrij" en de uitgaven van 1938 en 1972 geven: "Van vreemde smetten vrij".

Variant liedtekst[bewerken]

1. Wien Neêrlandsch bloed door d'ad'ren vloeit,
    Wien 't hart klopt fier en vrij,
Wie voor zijn volk van liefde gloeit,
    Verheff' den zang als wij!
Hij roem' met allen, welgezind,
    Den onverbreekb'ren band,
Die Neêrland en Oranje bindt:
    — Vorstin en Vaderland. (2x)

2. Bescherm, o God! bewaak den grond,
    Waarop onze adem gaat,
De plek waar onze wieg op stond,
    Wellicht ons sterfuur slaat.
Wij smeken van Uw Vaderhand,
    Met blijden kinderzin,
Behoud voor 't lieve Vaderland,
    Voor land en Koningin! (2x)

3. Dring' luid, van uit ons feestgedruisch
    De beê Uw' hemel in:
„Blijv' met ons oud Oranjehuis
    „Het volk steeds één gezin!”
Vorstin en Prins prijze onze zang,
    En 't klinke aan allen kant:
„Bewaar het vorstlijk stamhuis lang
    „En 't lieve Vaderland!” (2x)

(Neêrlands Volkslied, bewerkt door J.W. van Dalfsen)[3]


Trivia[bewerken]

De Britse componist Henry Charles Litolff, die enige tijd in Nederland had doorgebracht, verwerkte de melodie van Wien Neêrlands bloed in 1846 in de finale van zijn Concerto symphonique nr. 3 in Es voor piano en orkest, opus 45.

De Deense componist Joachim Andersen componeerde een fantasie (opus 35) over Wien Neêrlands bloed.

Naar aanleiding van de installatie van het Kabinet-Rutte I in oktober 2010 schreef Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr het gedicht Mijn nieuwe vaderland. Uitgangspunt vormt Wien neerlandsch bloed in d’aders vloeit.

Bronnen, noten en/of referenties