Witschouderkapucijnaap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Witschouderkapucijnaap
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2009)
Cebus capucinus, Costa Rica
Cebus capucinus, Costa Rica
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Primates (Primaten)
Familie: Cebidae
Geslacht: Cebus (Kapucijnapen)
Soort
Cebus capucinus
(Linnaeus, 1758)
Verspreidingsgebied van de witschouderkapucijnaap
Verspreidingsgebied van de witschouderkapucijnaap
White-faced capuchin monkey Manuel Antonio.JPG
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De witschouderkapucijnaap (Cebus capucinus) is een algemene Latijns-Amerikaanse apensoort, behorende tot het geslacht der kapucijnapen (Cebus). Hij wordt ook wel witkeelkapucijnaap of gewone kapucijnaap genoemd. De witschouderkapucijn is algemeen bekend als het aapje van de orgelman. Het is een vrij intelligente soort, die kan worden getraind tot assistent voor mensen met een dwarslaesie. Een bekende Witschouderkapucijnaap is het aapje jack, een personage in de Pirates of the Caribbean films.

Kenmerken[bewerken]

De witschouderkapucijnaap is een vrij kleine, slanke apensoort. Het gezicht, de keel, buik, schouders en voorarmen zijn roomkleurig tot wit, de rug, achterzijde van het hoofd en de uiterste delen van de ledematen zijn zwart. De haren op de kruin en het voorhoofd vormen bij oudere dieren soms een kuif. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes. Het vrouwtje wordt 32 tot 40,5 centimeter lang en 2,6 tot 4,1 kilogram zwaar, het mannetje 33 tot 46 centimeter lang en 3,2 tot 5,5 kilogram zwaar. De staart is bij vrouwtjes 42 tot 45,5 centimeter lang, bij mannetjes 40 tot 50 centimeter lang.

Leefwijze[bewerken]

De witschouderkapucijnaap leeft in gemengde troepen van tien tot vierentwintig dieren (soms tot veertig), geleid door het sterkste mannetje. Het is een dagdier. 's Nachts verblijft de witschouderkapucijnaap in een holle boom. Hij eet insecten, vruchten, noten, bladeren, bloemen, eieren en kleine gewervelde dieren als vogeltjes. Noten die de kapucijnaap niet open kan krijgen met zijn gebit, breekt hij open met werktuigen. De noot wordt gelegd op een grote, platte steen, waarna de kapucijnaap er op slaat met een andere zware steen, totdat de noot openbreekt. In Costa Rica zijn kapucijnaapjes aangetroffen die zich insmeerden met planten van de geslachten Clematis, Citrus, Piper en Sloanea, waarschijnlijk om gebruik te maken van de insectenafwerende en medicinale effecten van deze planten.

Voortplanting[bewerken]

De witschouder heeft waarschijnlijk geen vast paarseizoen. Op Barro Colorado, een eiland in het Panamakanaal, worden de meeste jongen echter geboren in het droge seizoen of vroeg in het regenseizoen. Na een draagtijd van 180 dagen worden één à twee jongen geboren. Het vrouwtje draagt de jongen op haar rug. Vrouwtjes zijn volgroeid en geslachtsrijp na vier jaar, mannetjes na acht jaar. De witschouderkapucijnaap kan vrij oud worden. Een dier is in gevangenschap ongeveer 55 jaar oud geworden.

Verspreiding[bewerken]

De witschouderkapucijnaap komt voor van Belize en Honduras in Midden-Amerika via Nicaragua, Costa Rica en Panama tot in Zuid-Amerika, waar hij leeft ten westen van de Andes, in Noord- en West-Colombia en Noordwest-Ecuador. Het is de enige kapucijnaap in Midden-Amerika. In de Andes leeft hij tot op 2100 meter hoogte. De witschouderkapucijnaap leeft in een grote verscheidenheid aan bostypen, als droog bos, dicht regenwoud en boomplantages. In Costa Rica is de soort zelfs waargenomen in mangroves en gebieden met vrij weinig bomen.

Bronnen, noten en/of referenties