Abdij Ter Kameren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De abdij van boven gezien

De Ter Kamerenabdij (Frans: Abbaye de la Cambre) was een Cistercënzerinnenabdij gelegen in de Brusselse gemeente Elsene.

Geschiedenis[bewerken]

De Ter Kamerenabdij werd in de 13e eeuw (1201) gesticht door de hertog van Brabant en Neder-Lotharingen, Hendrik I, en zijn echtgenote Mathilde en opgericht aan de bron van de Maalbeek in het dal van Pennebeke. Ze werd oorspronkelijk ook wel Abdij van Pennebeke genoemd. In eerste instantie werd de abdij opgericht los van het kapittel van de nabijgelegen Sint-Goedele; de abdij werd pas 30 jaar later (1232) erkend door het Sint-Goedelekapittel.

De abdij zal in de loop van zijn bestaan twee heiligen voortbrengen: Bonifatius van Lausanne en Aleidis van Schaarbeek (Sint Bonifaas en Sint-Alice).

Ook heeft de abdij enkele buitenhoven gehad, waaronder Lansrode (Sint-Genesius-Rode), Quakenbeek (Vorst), Brucom (Sint-Pieters-Leeuw), Houtem (Vilvoorde), Nova Curia (Ukkel), Beveriren (Overijse), Giersbergen (Drunen) en Koningslo (Vilvoorde).

De gebouwen van de abdij worden meerdere keren herbouwd, de laatste en huidige gebouwen zijn opgetrokken in Franse stijl. De abdij ligt vlak bij het Ter Kamerenbos.

De abdij werd ontmanteld ten tijde van de Franse Revolutie en werd achtereenvolgens een toevluchtsoord voor bedelaars, een landbouwkolonie en de Militaire School. Momenteel herbergen de gebouwen het Nationaal Geografisch Instituut en de École nationale supérieure des arts visuels, bekend als "La Cambre".

2013: terug religieuzen[bewerken]

In oktober 2013 vestigden zich opnieuw religieuzen in de abdij.[1] Drie norbertijnen verrichten er pastorale taken. Het gaat om twee paters van de abdij van Leffe en een Engelse pater van de priorij van Chelmsford.

Bronnen, noten en/of referenties