Admiral Graf Spee

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag Kriegsmarine
Admiral Graf Spee
De Admiral Graf Spee
De Admiral Graf Spee
Geschiedenis
Kiellegging 1 oktober 1932
Tewaterlating 30 juni 1934
In dienst 6 januari 1936
Status Tot zinken gebracht op 17 december 1939
Algemene kenmerken
Lengte 186 meter
Breedte 21,6 meter
Diepgang 7,4 meter
Deplacement 12.100 ton (standaard) 16.200 ton (volgeladen)
Voortstuwing en vermogen 8 MAN 9-cilinder dieselmotoren
55.400 pk (40,77 MW)
Vaart 28,5 knopen
Bereik 8900 zeemijlen (16.500 km) met een snelheid van 20 knopen
Bemanning 1150
Bewapening 6-280 mm (2x3)
8-150 mm (8x1)
6-105mm-luchtafweer (3x2)
8-37mm-luchtafweer (4x2)
8-20mm-luchtafweer (8x1)
2-533mm-torpedobuizen
Vliegtuigen en faciliteiten 2 Heinkel He 60D tot 1939
2 Arado Ar196 (vanaf 1939)
1 katapult
Portaal  Portaalicoon   Maritiem
De beschadigde Graf Spee in Montevideo
De Admiral Graf Spee wordt tot zinken gebracht

De Admiral Graf Spee, vaak kortweg Graf Spee genoemd, was een vestzakslagschip dat in 1934 in Duitsland te water werd gelaten, genoemd naar admiraal Graf Maximilian von Spee uit de Eerste Wereldoorlog. Het schip was snel, had een grote actieradius en was ondanks zijn betrekkelijk geringe afmetingen bewapend met zware 28 cm kanons, wel maar twee drieling geschuttorens.

Het schip was ontworpen om met zijn 280 mm kanons sterker te zijn dan de snellere schepen en met zijn 28,5 knopen sneller dan de sterkere schepen en dit bijna binnen de beperkingen van het Verdrag van Versailles tot 10.000 ton. De romp was gelast in plaats van geklonken en de voortstuwing was met dieselmotoren in plaats van stoomturbines.

De Graf Spee vocht mee in de Spaanse Burgeroorlog en was tot 1938 het vlaggenschip van de Duitse vloot.

Op 21 augustus 1939 voer de Graf Spee onder bevel van Kapitän-zur-See Hans Wilhelm Langsdorff de marinehaven van Wilhelmshaven uit. alleen de kapitein kende de bestemming en hij voer eerst een stuk naar het noorden. Dan keerde hij naar zijn geheime bestemming: het zuidelijk deel van de Atlantische Oceaan.

Zijn opdracht bestond erin om Britse vrachtschepen tot zinken te brengen om de aanvoer naar het Verenigd Koninkrijk te belemmeren. Vanaf 30 september bracht het schip negen Britse koopvaardijschepen in de Zuid-Atlantische Oceaan en de Indische Oceaan tot zinken van samen 50.000 registerton. Gevangengenomen Britse zeelieden werden aan boord genomen. Er viel geen enkel slachtoffer.

De geallieerden vormden zeven jachtgroepen in de Atlantische Oceaan en één in de Indische Oceaan. Deze jachtgroepen omvatten gezamenlijk drie slagschepen, vier vliegdekschepen en 16 kruisers. Later werden nog meer jachtgroepen ingezet.

Een Noors vrachtschip zag 's nachts de zoeklichten waarmee de Graf Spee oefende. De Graf Spee zag het Noors vrachtschip, maar viel het niet aan omdat het niet Brits was. Het Noors vrachtschip meldde de ontmoeting en seinde de positie door naar Londen. Jachtgroep G vermoedde dat de Graf Spee in de drukke scheepsroute nabij de havens van Buenos Aires en Montevideo zou jagen en begaf zich daarheen.

Op 13 december 1939 werd de Graf Spee gevonden door de Britse jachtgroep G, met de zware kruiser HMS Exeter (bewapend met 8-inch/203 mm-kanons en de lichte kruisers HMS Ajax en HMNZS Achilles, beide bewapend met 6-inch/152 mm-kanons. De Britten dachten eerst dat het de Admiral Scheer was. Kapitein Langsdorff zag de Britse schepen, maar dacht dat het een lichte kruiser met twee torpedojagers was en ging het gevecht aan.

Zij leverden met de zeeslag bij de Río de la Plata de eerste zeeslag van de Tweede Wereldoorlog. De Exeter, kreeg zware treffers te verwerken, waardoor de meeste geschuttorens buiten gevecht werden gesteld en trok zich terug uit de strijd voor herstelling in de Britse basis op de Falkland Eilanden. Ook de twee lichte kruisers liepen schade op, maar de Graf Spee was ook beschadigd en trok zich terug in de neutrale haven van Montevideo.

De twee Britse kruisers hielden de wacht aan de monding van de rivier, terwijl de Graf Spee provisorisch werd hersteld van de opgelopen averij. Alle gevangen Britse bemanningsleden van de gekelderde koopvaardijschepen kwamen vrij. De Duitsers begroeven hun doden onder massale belangstelling. Kapitein Langsdorff verzocht om twee weken tijd om zijn schip weer zeewaardig te maken, maar de regering van Uruguay hield zich op aandrang van de Britse ambassadeur aan het Verdrag van den Haag dat gaat over de positie van neutrale mogendheden en gaf kapitein Langsdorff 24 uur de tijd om zijn schip op te lappen en de haven te verlaten. Toen liep een ander Brits schip en later een Frans schip de haven uit en weer moest - volgens het Verdrag van den Haag - de Graaf Spee nog twee maal 24 uur wachten alvorens de haven te verlaten, dus in totaal 72 uur.

De Britten voerden een staaltje bluf op door het nieuws te verspreiden dat het eerder aangeslagen smaldeel inmiddels met een aantal nieuwe oorlogsschepen versterkt was. Alleen de zware kruiser HMS Cumberland was aangekomen van de Falkland Eilanden. Andere oorlogsschepen waren nog onderweg. Kapitein Langsdorff overlegde met Berlijn drie opties:

  1. Internering in Uruguay
  2. Proberen om vechtend door te breken naar Buenos Aires
  3. Het schip zelf tot zinken brengen

De admiraliteit weigerde internering in Uruguay, omdat dan de militaire geheimen van het schip en mogelijk het schip zelf in geallieerde handen zouden vallen als Uruguay bij de geallieerden aansloot. Vechtend uitbreken naar Buenos Aires leek kansloos: in het ondiepe water kon het schip niet manoeuvreren om tegen de wachtende Britse schepen te vechten. Bovendien had het schip reeds veel van zijn 280 mm granaten in het eerdere gevecht verschoten.

Kapitein Langsdorff besloot de bemanning te sparen en het schip zelf tot zinken te brengen. Hij zei: "Ik heb liever 1000 levende jonge matrozen dan 1000 dode helden." Op 17 december voer het schip om 18.15 uur onder grote belangstelling op de oevers uit met maar 40 man aan boord. Drie mijl uit de kust, maar nog wel in het estuarium van de rivier, liet Langsdorff de springladingen van drie ontmantelde torpedo's in de munitiemagazijnen van het schip op scherp stellen. De bemanning stapte over op een vrachtschip naar Buenos Aires. Kapitein Langsdorff wilde op zijn schip blijven, maar de bemanning overreed hem om mee naar Buenos Aires te varen. Om 19.52 uur explodeerden twee van de drie springladingen. De Graf Spee brandde drie dagen en zonk tenslotte in acht meter diep water. Britse duikers doken naar het wrak op zoek naar nuttige militaire informatie, maar alle apparaten waren met handgranaten vernield.

De Duitse bemanning werd in Buenos Aires aan land gezet. Langsdorff bepleitte bij de autoriteiten dat zijn mannen schipbreukelingen waren en bekwam als compromis dat ze bij Duitse gezinnen mochten verblijven. Kapitein Langsdorf zei "Ik zal tonen, wat Duitse eer betekent", hij vroeg om een revolver en schreef een brief aan zijn vrouw. Langsdorff legde zich op 20 december in zijn hotelkamer symbolisch op de vlag van de Admiraal Graf Spee en schoot zich met een revolver door het hoofd. Hij werd onder grote belangstelling begraven.

Sommige bemanningsleden ontsnapten met hulp van de Argentijnen en vochten voort voor Duitsland. Vele nazaten wonen nog steeds in Argentinië en herdenken jaarlijks de ondergang van het schip. Ze leggen bloemen op het graf van Langsdorff, die de bemanning het leven gered had. Adolf Hitler was woedend over de lafheid in het zicht van de vijand. De weduwe van Langsdorff kreeg geen vol pensioen. Grootadmiraal Erich Raeder vaardigde een bevel uit, dat Duitse schepen met volle inzet moesten vechten tot de laatste granaat en zegevieren of met wapperende vlag ten onder gaan.

In februari 2004 werd met de berging van het wrak begonnen, maar wegens het slechte weer moest men al snel opgeven. In februari 2006 werd de bronzen adelaar, het boegbeeld van het schip gelicht. De swastika werd met een geel zeil afgedekt. Een afstandsmeter werd geborgen en tentoongesteld. Het anker is verwerkt in een herdenkingsmonument.

Externe links[bewerken]