Afrikaanse mythologie
Afrikaanse mythologie, of de traditionele geloofssystemen en praktijken van Afrikaanse volken, is zeer divers en omvat verschillende religies.
Over het algemeen, eerder oraal dan geschreven, via mythen, volksverhalen, liederen en festivals van generatie op generatie doorgegeven, omvatten deze tradities een geloof in een aantal hogere en lagere goden, waaronder soms een hoogste schepper of macht, geloof in geesten, verering van de doden, gebruik van magie en traditionele Afrikaanse medicijnen.
De meeste religies kunnen worden omschreven als animistisch met verscheidene polytheïstische en pantheïstische aspecten.
De rol van de mensheid is er over het algemeen een van het in balans brengen van de natuur met het bovennatuurlijke.
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen tradities van Centraal-Afrika, Oost-Afrika (waaronder de Hoorn van Afrika), Noord-Afrika, Zuid-Afrika, West-Afrika en van de Afrikaanse diaspora.

De oudste verslagen over de religie en mythologie van sub-Sahara Afrika gaan niet verder terug dan de Portugese ontdekkingsreizigers op de West-Afrikaanse kusten aan het eind van de 15e eeuw (en enige Arabische reizigers naar Timboektoe).[1][2] Er zijn geen oude boeken van Afrikaanse mythen en de meeste moderne verzamelingen zijn van Europeanen en Amerikanen, die opschreven wat Afrikanen hen vertelden. Middels kunst (hout, steen, brons -Ifé en Benin bronzen-, (on)gebakken klei, ivoor) drukten de Afrikanen hun gedachten en gevoelens uit, het is hun heilige literatuur. Het is zeer expressief en toch bescheiden. De kracht ervan werd in de 20e eeuw gewaardeerd door kunstenaars als Jacob Epstein, Henry moore en Pablo Picasso. Voor divinatie werd wel een complex systeem gebruikt om gegevens op te slaan en te communiceren, zoals de 'Ifa divinatie' van de Yoruba van Nigeria.[3] Toen de Yoruba van Oyo in de 18e eeuw het koninkrijk Dahomey van de Fon veroverden, namen ze de Fa divinatie van de Fon over en noemden het Ifa divinatie.[4]
Mythen gaan over in legenden. En er bestaan ook dierenfabels, zoals over de spin Anansi, die met de slavernij naar Amerika werden meegenomen. Ze werden de Brer Rabbit tales related by Uncle Remus, waarbij de haas 'Brer rabbit', de hyena 'Brer Fox' en de spin Anansi (Ananse) 'Annancy' werden.[5] Ananse verscheen als Aunt Nancy in Jamaicaanse folklore.[6]
Vodun, een term voor 'godheid' bij de Fon van Benin, werd, overgebracht naar de Nieuwe Wereld, voodoo.[7]
Mythologie naar regio
[bewerken | brontekst bewerken]Centraal-Afrikaanse mythologie
[bewerken | brontekst bewerken]Oost-Afrikaanse mythologie
[bewerken | brontekst bewerken]- Bantoe mythologie (Gikuyu mythologie, Akamba mythologie)
- Masai mythologie
- Kalenjin mythologie
- Dini Ya Msambwa
Noord-Afrikaanse mythologie
[bewerken | brontekst bewerken]- Oude Egyptische religie (Egypte, Soedan)
- Punische religie (Tunesië, Algerije, Libië)
- Traditionele Berber religie (Marokko, Algerije, Tunesië, Libië, Egypte, Mauritanië, Mali, Niger, Tsjaad, Burkina Faso)
- Hausa animisme (Soedan)
Zuid-Afrikaanse mythologie
[bewerken | brontekst bewerken]- Bantoe mythologie (Lozi mythologie, Thumbuka mythologie, Xhosa mythologie, Zoeloe mythologie)
- San religie
- Traditionele genezers van Zuid-Afrika
- Manjonjo genezers van Chitungwiza van Zimbabwe
- Inheemse religie in Zimbabwe
West-Afrikaanse mythologie
[bewerken | brontekst bewerken]- Abwoi religie (Nigeria)
- Akan Religie (Ghana, Ivoorkust)
- Dahomean religie (Benin, Togo)
- Efide mythologie (Nigeria, Kameroen)
- Edo religie (Benin koninkrijk, Nigeria)
- Hausa animisme (Benin, Burkina Faso, Kameroen, Ghana, Ivoorkust, Niger, Nigeria, Togo)
- Ijo traditionele religie
- Odinani (Nigeria)
- Asaase Yaa (Ghana, Ivoorkust)
- Mati Serer religie (Senegal, Gambia, Mauritanië)
- Yoruba religie (Nigeria, Benin, Togo)
- Voodoo (Ghana, Benin, Togo, Nigeria)
- Dogon-religie
Talen
[bewerken | brontekst bewerken]
Afrika is op natuurlijke wijze in twee grote gebieden verdeeld: Noord Afrika, van Egypte tot Marokko en van de rivier de Nijl tot Ethiopië, behoort merendeels tot de Mediterrane wereld, en haar dominerende religies zijn de Islam en het Christendom; De Sahara woestijn en de tropische bossen vormden voor Europa een bijna ondoordringbare barrière om kennis op te doen van het Afrika ten zuiden van de Sahara. Arabische geografen noemden Afrika ten zuiden van de Sahara Bilad-as-sudan, het Land van de Zwarte Mensen, het gebied van oost en west Soedan, via de tropische en equatoriale zones tot in Zuid-Afrika. Het is vooral de mythologie van deze zwarte mensen, die er de meerderheid uitmaken, die onder Afrikaanse Mythologie wordt verstaan.[8]
In de noordelijke helft van Afrika en het Nabije Oosten worden 'Hamito-Semitische' (tegenwoordig Afro-Aziatische of Afraziatische) talen gesproken.
De Nilo-Sahara taal wordt in de Sahel en Sahara gordel van Noord-Afrika gesproken en de Niger-Congo taal, met inbegrip van Bantoe, in Centraal-, Oost- en Zuid-Afrika.[9] Invloed op de mythologie uit het noorden kwam via een westelijke en oostelijke route.[10][11]
De sub-Sahara volken zijn de Nilo-Sahara en Niger-Congo sprekende volken, die zich tijdens de Afrikaanse IJzertijd vanuit Kameroen of Noordoost Congo verspreidden. De meerderheid zijn Bantoe sprekende volken van Centraal-, Oost- en Zuid-Afrika en West-Afrikaanse verwanten.
In Zuid-Afrika zijn er ook miljoenen mensen van Europese komaf, gekleurde mensen van gemengde rassen en uit India. Hun mythologie is Europees of Aziatisch.
Madagascar is bewoond door een gemengde bevolking, waarvan het merendeel van Maleisische oorsprong, maar andere groepen zijn duidelijker negroïde. De taal is Maleisisch-Polynesisch, met invloeden uit India, Arabië, en Afrikaanse Bantoe en Swahili talen.[12]
Oudste Afrikaanse mythologie van de San en de Pygmeeën
[bewerken | brontekst bewerken]
De twee uitzonderingen op de verspreiding van Nilo-Sahara en Niger-Congo sprekende volken vanuit Kameroen of Noordoost Congo zijn de Khoi-San of San (Bushmen, waaronder de Hottentotten of Khoikhoi[13]) en hun Hadza en Sandawe verwanten in centraal Tanzania, en de Pygmeeën van het Grotere Kongo Basin (al hebben de laatsten de taal van hun buren overgenomen en spreken nu Bantoe). De San en Hadza-Sandawe behoren tot de oudste groepen van menselijke bevolking. De San en Pygmeeën hebben dan ook de oudste Afrikaanse mythologie.[14] Vroeg bewijs van San shamanisme (of haar voorgangers) is gevonden in Zuid-Afrikaanse grotschilderingen (Drakensbergen), van 27.000 BP (Before Present), al houden archeologen het er bij dat de San vanuit het noorden Zuid-Afrika pas binnenkwamen ca. 6000 v.Chr.[15][noot 1][16]
De mythologische figuur K(h)aggen (Cagn), de bidsprinkhaan (gevleugelde mantis), werd door de San als eerste shamaan gezien. Zijn meest geliefde schepsel was de reuze elandantiloop en na diens dood het Hartebeest (gnoe). Kaggens vrouw was Dassie (de klipdas) en ze adopteerden het stekelvarken, dat huwde met Kwammang-a, een zoon van de leeuwen. Kwammang-a schoot Kaggens lievelingszoon Eland neer. Ook de Meerkats (stokstaartjes) waren kinderen van de leeuwen. Zo waren de dieren van het kamp, die verbonden waren aan honing en vet, met familiebanden verbonden aan de klauwachtigen van de jachtgronden.[17] Kaggen had de elandantiloop uit een suk sandaal van Kwammang-a ontwikkeld, door het in te wrijven met honing, waarop het steeds groter groeide. Kaggens zoon Cogaz werd eens door kwade reuzen met bijlen achtervolgd toen hij een vrouw had bevrijd, waarop Kaggen leren fragmenten in honden veranderde die de reuzen wegjaagden.[18]
De Khoi-Khoi van Namibië vertellen van Heitsi-Eibib, die volgens een versie als stierenkalf was geboren en enorm groot werd. Hij overwon Gama-Gorib, Han-Gai-Gaib en een leeuw die in een boom leefde, maar werd uiteindelijk ziek en stierf na het eten van bessen. Hij gaf zijn vrouw en zoon Urisib opdracht hem in de bessengaard te begraven, waarna hij herrees en van de bessen at en zong. Zijn zoon Urisib onderschepte hem toen hij op weg was naar zijn graf en nam hem mee, waarna hij gezond bleef. Een andere held van de Khoi-Khoi was Tsui-Goab, die Gaunab bestreed. Tsui-Goab heerste over een mooie, rode hemel en Gaunab over een zwarte, onaangename wereld.[19]
Volgens de Pygmeeën stal de mens het vuur van de chimpansees, die ooit menselijk waren, maar zich terug hadden getrokken in de bossen. Na de diefstal van het vuur gaven ze alle kunsten op die ze hadden bezeten.[20]
Religie en filosofie
[bewerken | brontekst bewerken]Afrikanen kennen veel religieuze geloven. Sommigen zijn filosofisch, waaronder verstaan wordt dat ze grote vragen beschouwen zoals de zin van het leven, de oorsprong van alles, het doel en het einde van het leven, het overlijden, en de overwinning op de dood. Ze zijn vaak het onderwerp van mythen, filosofie in parabels. Religieus leven komt ook tot uiting in rituelen, dansen, offers en liederen.
De wereld wordt gezien als een gebied van krachten. God, het Hoogste Wezen, is de grootste kracht van alle en daar komt alle creatieve macht vandaan. De krachten van de wereld werken op elkaar in en de mens probeert met alle krachten op goede voet te staan. De krachten zijn niet allemaal gelijk, maar er is een hiërarchie van krachten. De hoogste is God, die alle krachten creëert. Spirituele kracht is toegeschreven aan de Natuur en mensen, en met name aan de voorouders die rassen stichtten en er nog steeds belangstelling voor hebben. Afrikaanse religie is wel als een driehoek voorgesteld, met god in de top, goden en voorouders aan de twee zijden en lagere krachten aan de basis, de mens staat in het midden en moet in harmonie leven met alle krachten die invloed uitoefenen op zijn leven, familie en werk. God is uiteindelijk de rechter over de daden van de mens. De krachten gaan door in de dierlijke wereld en dieren worden grote krachten toegeschreven. Zelfs inorganische natuur kan het instrument van kracht zijn.
De mens wordt als meer dan zijn lichaam beschouwd, hij heeft een spiritueel element dat de adem van God is, soms zelfs God in de mens genoemd. Lichaam en ziel zijn innig verweven en er wordt vaak over gesproken alsof het één is, maar bij het overlijden verlaat de geest het lichaam. Dit is niet slechts de adem, want er wordt onderscheid gemaakt tussen adem, schaduw en invloed en de eigen persoonlijkheid van de mens. Naast een medicijn om een ziekte te genezen is er ook een spirituele remedie nodig.[21]
Mythologische thema's
[bewerken | brontekst bewerken]De Afrikaanse mythologie kent verschillende onderwerpen. Veel mythen vertellen hoe iets tot ontstaan kwam: de mens, de wereld, bepaalde dieren, gebruiken. De mythen scheppen een 'heilige geschiedenis' van het volk. De centrale mythe gaat over de schepping van de wereld. Mythen vertellen ook over bovennatuurlijke wezens, goden en voorouders. De grote helden van het verleden verschaften het model voor later menselijk gedrag. Het Hoogste Wezen en andere geesten schiepen en leefden op aarde, maar ze verlieten haar ook of verdwenen.[22] Thema's zijn onder meer: de Hoge God/Schepper en de Schepping van de Wereld, de Eerste mensen (de voorouders), reuzen, een Toren tot in de hemel, het mysterie van de Geboorte, de herkomst van de Dood, de Andere Wereld, Goden en Geesten, Drie Tijdperken, de Slang, de Vloed. De geesten van de overledenen zijn in heel Afrika belangrijk, alsmede het geloof in het leven na de dood.
Hoge God
[bewerken | brontekst bewerken]In veel mythologieën van sub-Sahara Afrikanen komt een Hoge God (of Allerhoogste, Hoogste Wezen) voor. Vanwege de vele verschillende talen in Afrika variëren de namen van de Hoge God, maar sommige namen zijn gemeenschappelijk en komen voor in een uitgestrekt gebied. zo komt de naam Mulungu voor God voor in Oost-Afrika. In Centraal Afrika is Leza in gebruik bij een aantal verschillende volkeren. In de westerse tropische gebieden, van Botswana tot Congo, worden varianten van Nyambe gevonden. Nyame in Ghana is mogelijk aan Nyambe gerelateerd, maar West Afrikaanse volken hebben veel andere namen voor God: Ngewo, Mawu, Amma, Olorun, Chukwo. God wordt als de Schepper gezien. Goden die lager staan dan het Hoogse Wezen zijn populair en worden vereerd, zoals de goden van storm, aarde, bos, water. Vooral in West-Afrika zijn hun tempels te vinden, terwijl er weinig tempels zijn voor de hoogste god.
God is het abstracte idee, de oorzaak. Hij is ook een persoonlijke god, over het algemeen weldadig, die om mensen geeft en hen geen vrees aanjaagt. Hij is verder een inwonende kracht, die alles onderhoudt en belevendigt. God weet alles, ziet alles, en kan alles doen wat hij wil. Hij is rechtvaardigheid, die de goeden beloont en de kwaden straft. Hij is het hoogste gerechtshof, waar iedereen gehoord wordt. Er wordt over hem als een mens gesproken, maar hij heeft geen vorm. Hij past niet in een tempel, de donder is zijn stem, toch is hij groter dan de storm. Hij is onbeschrijflijk, onbegrijpelijk, de enige realiteit. God wordt gezien als vader en moeder van mensen en dieren. Soms heeft hij een vrouw, soms heeft hij een dubbele natuur, mannelijk en vrouwelijk. Al gaat hij het geslacht te boven, in verhalen verschijnt hij gewoonlijk in menselijke vorm. Hij wordt onder meer 'Oude van Dagen', 'Schenker van regen en zonneschijn', 'Vuur-aansteker', 'Grote Moeder', 'Beste vriend' en 'De Ene die je overal tegenkomt', maar ook 'De Boze' (Angry One) en de 'Grote Spin' genoemd. Hij wordt als een almachtig Lot ook voor kwaad en lijden verantwoordelijk gehouden. God komt voor in mythen over de schepping van de aarde, schepping van de mensen en in tradities over de eerste voorouders.[23]
Meestal woont de hoge god voorbij de hemel en wordt niet met regelmaat vereerd. Sinds een Gouden Tijdperk of paradijs tot een eind kwam, soms door de misstap van een vrouw, is de hoge god ver weg.[24][25] De oorspronkelijke hoge god van de San is Kaggen, vaak voorgesteld als een bidsprinkhaan. Kaggen leeft in het oosten, Gauwa die de dood brengt, in het westen. De geofferde reuzen elandantiloop, die een grote rol in de San-mythologie speelt wordt als een vorm van Kaggen geïnterpreteerd.[26]De Sandawe van centraal Tanzania kennen de hoge god Warongwe. De Damara van Zuidwest-Afrika vertellen van de hoge god Gamabin.
De Hottentotten kennen Tsui-Goab als hoge god en twee tegenovergestelde demonen Heitsi-Eibib en zijn tegenstander Gaunab (Gamab), demon van wind, bliksem en donder. Tore is de hoge god (onze vader/grootvader) van de Pygmeeën, die de mensen vanaf de hemel naar de aarde zond of hen van klei schiep. Door een misstap van zijn menselijke dochter verliet hij de aarde. Volgens een andere mythe at een zwangere vrouw van het door de schepper verboden fruit van de Tahu boom, waardoor de mensen sterfelijk werden.[27]
In het gebied van Zuidwest-Kameroen tot midden Angola en van de Atlantische kust tot centraal Congo en in Boven Zambezi heet de hoge god Nyambi, Yambe, Ndyambi, Nzambi, Zambi of Zam. Bij de Fan (Pahouin) is het Nzame. Nzame schiep de eerste mens, Fam, de heer van alle wezens, die wegens zijn trots naar een kuil werd verbannen. Sekumeh is de tweede mens en de voorouder van de mensheid. Zijn vrouw werd uit een boom geschapen. Nzame's zoon Bingo, geboren van een menselijke vrouw, werd uit de hemel geworpen, maar werd een cultuurheld op aarde.[28] De hoge god van de Dogon van Burkina Faso is Amma, die zonder zijn vrouw, de aarde, de eerste mensen schiep.
De Yoruba in Nigeria kennen de hoge god Olurun (Olodumare de almachtige, Eleda de schepper, Alaye de bezitter van leven[29]), die zich verenigde met de zee Olukun.
De hoge god van de Maasai (Kenya, N-Tanzania) is Ngai of En-kai. En-kai's vrouw is Olapa. Zij vertegenwoordigen respectievelijk zon en maan. Volgens een versie is En-kai een androgyne god. Naiteru-kop werd als eerste man door En-kai geschapen.[30] De voorouders kwamen als kinderen van de hemelgod met hun vee naar de aarde. De hoge god van de Bahima is Wamara, bij de Baganda (Oeganda) heet hij Katonda, bij de Kikuyu (Kenya) Murunga en Murunga of Mulungu bij 25 andere volken van Oost-Afrika of Kalunga in de westelijke delen van centraal Afrika. [31] De hoge god van de Bassari in Togo is Unumbotte. Hij gaf de mensen zaden om te planten, maar verbood hen te eten van een boom met rood fruit, die ontsproot uit een der zaden. Zelf kwam hij wel eens in de zeven dagen van dat fruit eten.[32]

De Fon van Dahomey noemen de hoogste God Mawu. Mawu's partner en tweelingbroer is Lisa. Volgens een mythe was Nana Buluku, die de wereld schiep en toen uitrustte, hun oorspronkelijke moeder. Mawu was de maan, vrouwelijk en woonde in het westen, Lisa was mannelijk, de zon en leefde in het oosten. Mawu-Lisa werden de ouders van alle andere hemelgoden: zeven tweelingen (zoals goden van aarde, storm, ijzer, water en vissen, bomen en dieren, mensen). De goden hadden elk een eigen taal en priesters spraken in die rituele taal met de goden. De goddelijke boodschapper Eshu Elegbara (Yoruba), Legba (Fon), kende alle talen.[33][34] Legba was het zat alleen de schuld te krijgen voor de schade die hij aanrichtte in opdracht van God. God had een bewaakte tuin met yams en zijn zoon Legba stal de yams en gaf God zelf de schuld. God verliet daarop de wereld en gaf Legba de opdracht elke nacht naar de hemel op te stijgen om te vertellen wat er beneden op aarde gebeurde. Legba werkte samen met Fa, het orakel met zestien ogen - de noten van divinatie -, dat in een palmboom leefde in de lucht. In tijden van nood stuurde God Legba naar de mensen om hen de methode van de Fa divinatie te onderwijzen en zo te leren wat te doen. [35] Volgens de Fon waren er eerst bomen, waaronder de boom waarvan de zaden werden gebruikt voor fa divinatie, daarna kwamen de mensen en later pas de dieren.[36]
De Shona schepper is Mwari, Musikavanhu (schepper van mensen), Mutangakavara (hij bestond in het begin) of Dzivaguru (het grote water). Hij is zowel mannelijk als vrouwelijk.[37]
Schepping van de Wereld
[bewerken | brontekst bewerken]
Bij de Yoruba hebben Olorun en Olukun twee zonen, Obatala (hemel) en Odudu(w)a (aarde). Ododuwa was de eerste koning van de Yoruba. Volgens een andere mythe was de eerste koning Oran(mi)yan, de jongste van Olodumare's zeven prinsen, de orisha's (de oudste waren Olowu, Onisabe, Orangun, Oni, Ajero en Alaketu).[38] Of Oranyan was de zoon en opvolger van Oduduwa, de stichter van Ile-Ife, de plaats waar de aarde geschapen zou zijn. De andere orisha's, luchtgoden, daalden uit de lucht neer, toen ze zagen dat Oduduwa's werk van waarde was. Een van hen was Orunmila, die de mensen waarzeggen leerde en de stad Benin stichtte.[39]
Een andere versie vertelt van Ol-orun, de Eigenaar van de Hemel, en andere godheden, waarvan Grote God (Orisha Nla) de leider was. Ol-orun wilde een steviger Aarde en gaf Grote God een slakkenhuis, met daarin losse aarde, een duif en een hen met vijf tenen. Door de aarde uit te strooien en te laten verspreiden door de duif en de hen werd de aarde stevig. Het Hoogste wezen stuurde daarop de kameleon, een prominente figuur in veel Afrikaanse mythen, om het werk te inspecteren tot de Aarde wijds en droog genoeg was. De schepping van de aarde begon in Ifé (wijds) en later werd er Ilé (huis) aan toegevoegd, om aan te geven dat hieraan alle huizen hun oorsprong danken. Ilé-Ifé werd de heiligste stad van de Yoruba. Na vier dagen was de schepping gereed en de vijfde dag was een rustdag. Grote God werd toen teruggestuurd naar de Aarde om bomen te planten en voedsel en rijkdom aan de mensen te schenken. Die mensen waren ondertussen in de hemel geschapen en naar de aarde gezonden. Grote God boetseerde hun vormen van aarde. De Schepper zelf, en niet de Grote God, bracht de vormgegeven mensen tot leven.[40]
Volgens een versie ging Obatala naar Orunmila, de orisha van Ifa divinatie, om hem te vragen wat er nodig was voor de schepping van de wereld. Orunmila zei dat hij een lange gouden ketting nodig had, een slakkenhuis vol zand, een kip, een palm noot en een kat. Via de ketting klom Obatala omlaag. De kip verspreidde het zand uit het slakkenhuis over het water en Obatala plantte er in de palm noot, waaruit een grote palmboom groeide. Hij woonde onder de boom met de kat in de plaats die nu Ife heet, of Ile-Ife (oud Ife). Obatala maakte kleifiguren en Olorun blaasde er leven in. Er kwamen andere orisha's omlaag en Olorun schiep de zon en maan. Obatala kreeg dorst van de zonneschijn en dronk van de palmwijn. Hij werd dronken en schiep gedeformeerde en onvoltooide mensfiguren en viel uiteindelijk in slaap. Wakker geworden ontdekte hij wat hij gedaan werd, beloofde niet meer te drinken en werd de beschermer van de kinderen van zijn dronkenschap. Volgens een ander verhaal zouden de broers Obatala en Oduduwa samen scheppen, maar werd Obatala dronken van palmwijn en viel in slaap. Daarom ging Oduduwa, die jaloers was op Obatala's hoofdrol in het scheppingsproces, alleen te werk en werd hij de koning van Ife. Door zijn usurpatie zijn er tegenwoordig oorlogen en catastrofen, want onder Obatala zou de wereld een gastvrijer oord zijn geweest. De oorsprong van de orisha's wordt ook aan de grote orisha (Orisa-nla)toegeschreven, die door zijn kok, de slaaf Atunda, werd gedood en in kleine stukken verdeeld. Atunda rolde een grote rots van een heuvel die Orisa-nla verpletterde. Orunmila, de orisha van Ifa, verzamelde de delen en bewaarde ze in Ife, maar er kwamen ook overal in de wereld orisha's uit kleine delen voort.[41][42]
Volgens een mythe van de Fon van Benin was de tweeling Mawu en Lisa geboren uit de oorspronkelijke moeder Nan Buluku, die de wereld schiep en zich daarna terugtrok. Mawu was vrouwelijk en de maan en Lisa mannelijk en de zon. Mawu-Lisa werden de ouders van alle andere goden, zeven tweelingen.[43]
Volgens de Maninka van Mali schiep Mangala een wereld-ei met daarin zaden en twee paren wezens. Pemba (fen-ba, great thing) was het mannelijke deel van het ene paar en hij daalde af en schiep de aarde van de materie die hem had omgeven. Door zaden te planten vervuilde hij ook de aarde door bloed. Zijn vrouwelijke deel, Muso Koroni, kwam later naar de aarde. Faro, de geest van het water, was het mannelijke deel van het andere paar en hij werd geofferd om de aarde te zuiveren. Hij kwam naar de aarde als water en werd als een tweeling meerval voorgesteld. Faro kwam in een ark naar de aarde met planten, dieren, en vier paar mensen, vrouwelijk en mannelijk. De ark landde in de bergen van Kri, in de Manden. De Bamana (Bambara) vertellen ook van Pemba en Faro en stellen dat Pemba zich eerst als wervelwind manifesteerde en daarna als een acacia boom. Aangezien Pemba niet alleen de aarde kon voltooien werd ook Faro door de hemelgod gezonden. Faro stelde de grenzen van de hemelen vast en viel naar de aarde in de vorm van regen. Faro's aanwezigheid maakte zo leven op aarde mogelijk. Pemba stierf als boom door gebrek aan water en uit stof en speeksel werd Pemba's vrouw Muso Koroni geboren, die allerlei dieren en wezens voortbracht. Ze werd later jaloers en bracht boosheid en onzuiverheid in de wereld.[44]
Volgens de Kono van Sierra Leone kwam het licht in de wereld toen Sa vogels de mogelijkheid gaf te zingen. Het geluid van vogelzang bracht licht in de wereld.[45]
Volgens de Kuba in Congo braakte de god Mboom (Bumba, Mbombo) toen hij in duisternis was de zon, maan, sterren, dieren, vogels, vissen en mensen uit. Deze dieren braakten op hun beurt andere dieren uit.[46]
Drie tijdperken
[bewerken | brontekst bewerken]De Mythologie van Afrika kenmerkt zich door verscheidenheid. Ook bij volken met dezelfde taal waren er grote verschillen in lokale overtuigingen. Er zijn gemeenschappelijke thema's en goden, maar afzonderlijke culturen ontwikkelden eigen geloofsvormen. Sommigen geloven bijvoorbeeld in drie tijdperken in de geschiedenis van de kosmos: een volmaakte, gouden tijd; een tweede tijd, van schepping; het derde, huidige tijdperk.
Gouden tijdperk
[bewerken | brontekst bewerken]In het gouden tijdperk leefden god, mens en dier in volmaakte harmonie met elkaar.[47]
Tijdperk van schepping
[bewerken | brontekst bewerken]In het tweede tijdperk, de 'oerperiode van transformatie', het tijdperk van schepping, schiep de scheppergod de aarde met de mensen en dieren. God bracht het leven voort door zichzelf als materiaal en als model te gebruiken om het gouden tijdperk op aarde te doen herleven. Maar het gouden tijdperk kon niet naar de aarde worden overgebracht. De dood kwam in de wereld 'en er kwam een barst in de aarde en de mens'[48] Het tweede tijdperk was er een van orde en chaos. Soms werd dit dualisme opgevat als de aard van de scheppergod. 'In sommige religieuze systemen was deze schepper een goddelijke oplichter, zowel een goedgunstige en creatieve god als een onvoorspelbare en bij tijden destructieve oplichter.' Zo was bij de San (Botswana, Namibië, Zuid-Afrika) de bidsprinkhaan Kaggen een goddelijke oplichter.[49] Een goddelijke oplichter herbergde zowel dood als leven in zich en zijn schepsels, de mensen, hadden daarom ook zowel dood als leven in zich, 'zowel edel als schandalig gedrag'. Dit kwam door de breuk, de kloof, zelfs afgrond, die zich tijdens dit tijdperk voordeed. Mensen en dieren uitten hun vrije wil (door ongehoorzaamheid, strijd, vergissing, lot), scheidden zich daardoor af van God, verloren 'het eeuwige leven' en werden sterfelijk. De dood is vaak het gevolg van een handeling uit vrije wil van mens of dier.
Goden verlieten de aarde en de mensen probeerden door torens te bouwen het contact met de hemel te herstellen. Maar de torens stortten in, 'de mens stond er alleen voor'.[50] Zo trok Nyama van de Akan en Asante (Ghana) zich terug, toen de oervrouw Aberewa tijdens de voedselbereiding met haar stamper tegen de hemel stootte. Bij de Boloki (Centraal Afrikaanse Republiek) onderhield Motu via zijn echtgenote (een Wolkenmens) contact met de 'Wolkenmensen', die eerder zijn rijpe bananentrossen hadden gestolen uit zijn tuin. De Wolkenmensen brachten vuur naar Motu en zijn vrouw leerde de mensen koken. De Wolkenmensen vestigden zich onder de mensen. Toen Motu een mandje opende, wat verboden was, vertrok zijn vrouw met de Wolkenmensen naar Wolkenland en werden nooit meer gezien. Bij de Zande (Democratische Republiek Kongo, Soedan) bracht de goddelijke oplichter Ture het vuur naar de mensen, door het van zijn ooms te stelen, die ijzer aan het smeden waren.[51]
Huidige tijdperk
[bewerken | brontekst bewerken]Het derde tijdperk is het huidige tijdperk. Het goddelijke, scheppende deel van de goddelijke oplichter had zich teruggetrokken in de hemel, verder van de mensheid vandaan. Het destructieve deel van de goddelijke oplichter was meer naar de aarde toe gegaan. Mensen en goden zijn van elkaar verwijderd geraakt en mensen proberen via rituelen en tradities het gouden tijdperk te herhalen.
Eerste Mensen
[bewerken | brontekst bewerken]Volgens de Zoeloes van Zuid-Afrika kwam het eerste menselijke paar, een man en een vrouw, uit een rietstengel of een rietbed. Volgens de Thonga van Mozambique kwamen een man een een vrouw uit een rietstengel, die explodeerde. De Herero van Zuidwest-Afrika zeggen dat hun voorouders en hun vee uit een bepaalde boom kwamen. Maar schapen en geiten zouden daarentegen uit een gat in de grond zijn gekomen. Volgens de Ashanti van Ghana kwamen de eerste mensen aan de oppervlakte uit een gat in de grond, volgens sommigen waren het zeven mannen, enkele vrouwen, een hond en een luipaard onder leiding van Adu Ogyinae. De Shilluk van Soedan vertellen dat de mensen in het begin in het land van God woonden, waar ze van fruit aten dat hen ziek maakte, waarna God hen wegstuurde. Volgens een ander verhaal konden mensen in het begin via een weg naar de maan, maar ze werden te zwaar en konden de weg niet langer gebruiken. Gewoonlijk wordt verteld dat mens en dier vroeger samenleefde en niet van elkaar verschilde. De dood bestond toen nog niet. De Dinka van Soedan vertellen dat de eerste man en vrouw, Garang en Abuk, erg klein waren en van klei. In Buganda, Oeganda, worden veel verhalen verteld over Kintu de eerste man en voorouder.[52] Kintu leefde van de melk van zijn koe, toen Nambi uit de hemel afdaalde en verliefd op hem werd en met hem wilde trouwen. Haar vader de hemelgod Ggulu, wilde hem eerst testen en liet zijn zonen Kintu's koe stelen. Nambi hielp Kintu de hemel binnen te komen waar hij slaagde voor zijn testen en met Nambi, koe en kalf, andere dieren en planten naar de aarde terugkeerde. Maar ook de dood deed op aarde zijn intrede.[53] De BaHaya van de zuidwestelijke kusten van het Victoriameer vertellen dat Kintu heerst over de wereld onder de grond en Wamara, een koning boven de grond, de schitterend witte kitare koe schonk. Wamara verloor echter de koe weer, doordat hij vergat Kintu te bedanken, en bovendien kwam Rufu, de dood, in de wereld als vergelding.[54]
Volgens de Dogon was Lebe de eerste voorouder en eerste man die stierf. Lebe leidde als een enorme slang de Dogon naar hun thuisland op de Bandiagara helling.[55]
De eerste man heette Mwambu, volgens de Luyia van Kenya. God maakte voor hem de eerste vrouw, Sela, en ze woonden in een huis op palen, omdat ze bang waren van aardse monsters. Hun kinderen kwamen naar beneden en leefden op de grond.[56] Volgens een verhaal van de Pygmeeën hakte een kameleon een boom open, waaruit water kwam dat in een vloed de aarde overspoelde. Met dat water verscheen ook het eerste mensenpaar met een lichte huidskleur. Volgens een ander Pygmee verhaal waren er in het begin drie mensen. En volgens een ander verhaal van de Pygmeeën was Efé de eerste man.
Sommige Pygmeeën vertellen dat de Maan de eerste man schiep en op aarde zette. Zijn lichaam werd gevormd, bedekt met huid en van bloed voorzien. Daarna fluisterde de maan hem in kinderen te krijgen, die in het bos zouden gaan leven. Verder zou hem verteld zijn dat hij van alle bomen mocht eten, behalve van de taboe boom, maar hij verbrak dit gebod en zo kwam de dood tot de mensen, maar dit laatste kan zijn beïnvloed door het christendom.[57] De Bambhuti pygmeeën zeggen dat de schepper Khvum (Khonvoum) het zat was alleen te zijn. Daarom vulde hij zijn zak met nkula noten en maakte er mensen van.[58]
De Hottentotten vereren de grote held en regengod Tsui'goab, die streed tegen de leider Gaunab (soms met de dood geïdentificeerd). Tsui'goab wist Gaunab te doden, maar die raakte hem nog op het laatst in de knie, vandaar zijn naam 'gewonde knie' (Tsui'goab). Tsui'goab was een grote leider en magiër. Hij schiep de eerste man en vrouw of volgens sommigen de rotsen waaruit zij verschenen. Tsui'goab stierf meerdere keren, maar verrees telkens uit de dood. Hij leeft in de wolken en schenkt regen en wordt aangeroepen bij de eerste morgenstralen, aangezien hij als voorouder uit het oosten kwam. Hij wordt 'Vader van Onze Vaderen' genoemd, en soms door schrijvers als Hoogste Wezen beschouwd. Hij schenkt gezondheid en in zijn naam worden eden gezworen.[59]
De Ashanti van Ghana vertellen dat de spin Ananse (Nanni) God met haar weefsel assisteerde bij de schepping van de mens. Ze schiep ook haar mannelijke evenbeeld, ook Nanni geheten, dat ze bedriegerij (trickery) leerde.[60]
De Wa-Tutsi's en Hutu's van het koninkrijk Rwanda vertellen over de hemelgod Imana, die een kinderloze vrouw in de hemel twee zonen en een dochter gaf, maar de drie kinderen later naar de aarde stuurde. Het waren Kigwa en Lututsi en hun zus Nyinabatutsi. Imana stuurde zaden, schonk de kunst van de ijzerbewerking en stuurde later ook dieren naar de aarde. Kigwa huwde zijn zuster Nyinabatutsi en ze kregen drie zonen en drie dochters. De voorouders van andere mensen waren ook naar de aarde gestuurd als straf voor een fout die begaan was. Kigwa en Lututsi werden koningen en Lutustsi huwde een van Kigwa's dochters.[61]

Volgens de Mongo van Congo-Kinshasa was Bokele uit een ei geboren en stal hij de zon van de Oude Man om de duisternis waarin het dorp leefde op te heffen. Bokele's kleinzoon Ilele (Itonde, Ilelangonda) noemde zich Eigenaar van de Wereld (Owner of the World) en hij trouwde met Mbombe, nadat hij van haar won met worstelen. Zwangere Mbombe vroeg Ilele om safu (safou) noten uit de boom van Vader Sausau, maar de bewakers van de boom probeerden met netten de dief te vangen. De schildpad wist uiteindelijk Ilele te spiesen in een valkuil en hem in stukken te snijden. Mbombe beviel van rode en witte mieren en de andere insecten, van vogels, van de clans Balumbe, Bolenge, Ntomba en Baenga en van Entonto, Lianja's broer. Lianja Anyakanyaka werd uit Mbombe's been geboren, samen met zijn zuster Nsongo. Lianja versloeg Sausau en de notenboom werd omgehakt. Nsong'a Lianja is de held van de Mongo.[62]

Volgens de Maninka kwam Faro, de geest van het water, naar de wereld in een ark met vier mensenparen. De mannen heetten Kanisimbo, Kaniyogosimbo, Simbumba Tangnagati en Nunu. Ook Surakata en de voorouder van de smeden en Muso Koroni kwamen naar de aarde. Muso Koroni was de vrouw van Pemba, die de aarde schiep. Uit jaloersheid en boosheid om Pemba's daden verloor door Muso Koroni de aarde haar zuiverheid. Maar ze ontdekte ook land- en tuinbouw. Toen de mannen stierven reisde Faro naar het oosten om Pemba te overwinnen, want Pemba's daden waren een bron van vervuiling en onzuiverheid in de wereld. De Bamana (Bambara) vertellen ook over Pemba en Faro en de eerste mensen. Faro schiep de mensen, maar zij maakten zich kunsten eigen door Pemba, die zich als een balanza boom, de acacia albida, manifesteerde, die altijd groen blijft. Voedsel ontvingen de mensen van de luchtgeest, die Faro had aangesteld. Het waren noten van de shea boom, karite. Pemba eiste karite olie van de mensen en later ook bloedoffers. Hij bedreef de liefde met de vrouwen. Een vrouw, die door de bloedoffers flauwviel, werd in een droom door Faro aangespoord om van ngoyo fruit te eten, een soort wilde tomaat, en Faro nam haar later als een offer tot zich. Faro overwon daarna Pemba en de dood kwam in de wereld.[63] De Diarra's (Franse vorm voor de clan Jara's, 'leeuwen') in Mali vertellen ook over ngoyo fruit en Faro. Een vrouwelijke, jonge watergeest stal eens het ngoyo fruit uit de tuin van Mamari Kulibali's moeder Sunu Sako. Mamari betrapte de dief op heterdaad en wilde haar neerschieten. Ze vroeg hem haar leven te sparen. Mamari zou worden beloond als hij haar volgde naar de onderwaterwereld van haar vader Faro. Daar kreeg Mamari een handvol gierst en melk van de borst van Faro's vrouw. Hij zaaide de gierst en vogels verspreidden de oogst over een groot gebied, dat Mamari zou toebehoren. Mamari (Bitòn Coulibaly, r. 1712-1755) maakte later Segou de hoofdstad van zijn nieuwe Bambara rijk.[64]
Reuzen
[bewerken | brontekst bewerken]Onojo Oboni van Iddah was een reus met zes vingers aan beide handen en zes tenen aan beide voeten, die een oorlog begon tegen de hemel en daarvoor een toren bouwde.[65] Aan de Westkust in Ghana en Ivoorkust zeggen velen dat hun voorouders van onder de aarde naar boven kwamen bij een bepaald aan te wijzen punt of dat ze afstammelingen van de spin Ananse zijn. Maar sommigen zeggen van zee te komen, geleid door twee reuzen, Amamfi (Asebu Amanfi) en Kwegia. Kwegia bleef bij de kust, in Assibu (Asebu, Sabou) en Amamfi trok meer het binnenland in. Amamfi bedacht landbouw en palmwijn en bracht een kanon als geschenk naar Kwegia.[66][noot 2] Dit is niet het enige verhaal over reuzen. De Fang, Bulu en Beti van Gabon en Kameroen zeggen zuidwaarts te zijn gevlucht voor rode reuzen die hen aanvielen.[67] De Dagomba zeggen van het volk van Ad af te stammen. Ad was een nazaat van Noach. Ze waren enorm groot, van 25 tot meer dan 30 meter lang. Ze waren smeden die westwaarts naar Dagbon emigreerden en hun afstammelingen werden korter tot de lengte van gewone mensen. Ook de Dagomba held Kpogonumbo was een reus.[68] De Sara leven in het gebied van de legendarische Sow (Sô, Kuwar), die zuidwaarts trokken naar het gebied tussen het Tsjaadmeer en Bahr el-Ghazal. Drie broers, Mamba, Teri en Abrapimon, stichtten de stad Goulfeil (Goulfey, N-Kameroen), waarbij Mamba's drie dochters begraven werden in de fundamenten van de muren. De Kanuri herleiden hun oorsprong tot de Tubu en Kuwar.[69]
Toren tot in de hemel
[bewerken | brontekst bewerken]Een verhaal van de westkust vertelt over een hoge toren tot in de hemel. Toen God naar de hemel was vertrokken, nadat een vrouw hem in het oog raakte toen ze koren stampte in een vijzel, wilde de vrouw toch God benaderen en liet haar kinderen vijzels opstapelen om de hemel te bereiken. Er was nog een vijzel nodig en toen ze de onderste onder de toren uittrokken viel de toren in elkaar en werden veel mensen gedood.[70] Volgens een versie was de oude vrouw de aardgodin Asase Yaa (Afua) van de Ashanti, de echtgenote van de hemelgod Nyame, die op deze manier hem probeerde te bereiken.[71] Een Ila verhaal vertelt over een oude vrouw die naar de hemel wilde klimmen om bij God verhaal te halen voor het verdriet dat haar was aangedaan. Van hoge bomen maakte ze een ladder naar de hemel, een grote structuur, maar de dragende balken gingen rotten en de hele berg stortte naar beneden.[72] De Lozi (Barotse) van Zambia vertellen van Kamonu, die God in alles nadeed, waarna God zich in de hemel terugtrok. Kamonu liet zijn mannen bomen op elkaar stapelen om de hemel te bereiken, maar de toren stortte onder het gewicht in elkaar.[73] Onojo Oboni, een reus met zes vingers aan elke hand en zes tenen aan elke voet, volgens een verhaal van Iddah bij de Niger, begon een oorlog tegen de hemel en liet zijn dienaren een grote toren van aarde bouwen om hem tot de hemel op te heffen. Maar de toren stortte in en er stierven veel mensen. Hij begon daarna een oorlog tegen de goden van de aarde en liet een tunnel graven. Maar zijn leger weigerde hem te volgen en begroeven hem in de tunnel.[74]
Goden
[bewerken | brontekst bewerken]Volgens de Akan religie van de Ashanti zijn er na de hemlgod Nyame en aardgodin Asase Yaa lagere goden, abosom, gelijk aan de Vodou lwa (loa of loi) of de orisha's van de Yoruba. Zo zijn er onder meer de riviergod Tano, dondergod Bobowissi, bosgod Bia en Anansi de spin. Daaronder zijn de verschillende geesten: van bomen, dieren en amuletten. Daaronder zijn de vooroudergeesten, de nsamanfo.
De Yoruba kennen na Olorun (Olodumare) de orisha's: Orisa-nla, Orunmila (de god van het lot, wijsheid, divinatie), Osanyin (god van kruidenmedicijnen en genezing), Ogun (god van ijzer, staal en oorlog, patroon van jagers, smeden, krijgers en ijzerbewerkers), Shango (stormgod), Vrouwe Oshun (liefdesgodin en echtgenote van Orunmila), Eshu (boodschappergod en trickster-bedriegergod, god van kruispunten en divinatie), Yemoia (watergodin, moeder van alle orisha's, soms als zeemeermin voorgesteld). Er zijn meer dan duizend godheden in het Yoruba pantheon.[75]
In het Fon pantheon of Vodun is Nana Buluku de hoge god, die zowel mannelijk als vrouwelijk is. Mawu-Lisa is de tweeling die het hemel pantheon leidt. Hun zoon Agè is god van de wildernis, het bos en de jacht. Gu is hun vijfde zoon, de god van ijzer, wapens, gereedschap, ambacht en oorlog. De hemelgod Sogbo (of Hevioso) gaat over de donder en de zee. Agbè en zijn tweelingvrouw Naètè beheersen de zee. Sagbata, ook een zoon van Mawu-Lisa, heerst over de aarde. Legba is Mawu-Lisa's jongste zoon, een trickstergod, vergelijkbaar met Eshu van de Yoruba.
Zon en Maan
[bewerken | brontekst bewerken]Bij de Fon van Dahomey waar Mawu het Hoogste Wezen is, die een tweelingbroer Lisa heeft, geldt Mawu als de maan. Zij is zachtaardig, de oudste, een vrouw, moeder, die staat voor de wijsheid van de wereld, terwijl Lisa de vurige zon is en voor kracht staat. Bij de Ashanti wordt God, Nyame, soms verpersoonlijkt door de maan en vertegenwoordigd door de koningin-moeder, en de Grote Nyame verpersoonlijkt door de zon, Nyankopon, en vertegenwoordigd door de koning.[76]
Nummo geesten
[bewerken | brontekst bewerken]
Volgens de Dogon in West Soedan schiep Amma in het begin de zon en de maan. Amma verenigde zich uit eenzaamheid met de Aarde en een jakjals en daarna een tweeling werden geboren. De tweeling, mannelijk en vrouwelijk, waren water en stralend licht en groen van kleur. Ze waren van boven menselijk en van onderen als slangen. Ze hadden rode ogen en gevorkte tongen, buigzame armen zonder gewrichten, hun lichamen overdekt met kort groen haar, schitterend als water. Ze hadden acht ledematen en ze waren volmaakt geboren. Deze twee geesten waren de Nummo en in de hemel kregen ze instructies van hun vader God. De Nummo geesten bekleden hun moeder Aarde met hemelse planten en daardoor kreeg de aarde een taal. De jakhals, eerstgeborene en jaloers op zijn moeders bezit van taal, stal haar rok en daarmee de macht van spraak. De Aarde ontheiligd, besloot Amma zonder haar levende wezens te scheppen. Ieder menselijk wezen krijgt twee zielen en door besnijdenis zouden mannen van hun vrouwelijke - en vrouwen van hun mannelijke ziel zijn bevrijd.[77]
Toen de eerste voorouders van de mensen gereed waren om naar de Aarde af te dalen, hadden ze geen vuur. De Nummo geesten, kinderen van God en Aarde, waren hemelse smeden en een voorouder stal een deel van de zon uit hun smidse. Ondanks de bliksemschichten die de Nummo geesten wierpen bereikte de voorouder de aarde en zo kwamen de mensen aan vuur.[78]
Stormgod
[bewerken | brontekst bewerken]
Shango is de stormgod van de Yoruba in Nigeria. De donder wordt door hen vergeleken met het geluid van een ram en dit is een heilig dier van Shango. Bliksemschichten worden 'donder-bijlen' genoemd. Zijn vrouwen Oya, Oshun en Oba zijn rivieren.[79] Stormpriesters dragen vaak donder-bijlen met houten handvaten en fijn gedecoreerde dunne metalen bladen. Soms zijn het dubbele bijlen, zoals die in het Middellandse Zeegebied zijn gevonden.[80] In zuid Afrika wordt het weerlicht voor een vogel gehouden.[81]
Bobowissi is de dondergod in de Akan religie van de Ashanti.[82]
Aardgodin
[bewerken | brontekst bewerken]De Ashanti van Ghana spreken van Aarde Donderdag (Asase Yaa, Afua)), omdat de donderdag heilig is voor de aarde en het is taboe die dag te werken. Een van de belangrijkste aardgodinnen in Afrika is Ala van de Ibo in Oost-Nigeria. Ala regeert de mensen, is bron van moraliteit, beschermster van de oogst en als moeder schenkt ze vruchtbaarheid aan de gewassen en aan mensen. Als koningin van de onderwereld ontvangt ze de overledenen in haar zak of baarmoeder. In de zuidelijke gebieden van Owerri worden speciale huizen, Mbari opgericht, met kleifiguren. Ala, Moeder van de Aarde, heeft meestal een kind op haar knieën en houdt een zwaard in haar hand. Haar benen zijn vaak beschilderd met spiralen.[83]
In de Odinala religie van de Igbo in Zuid-Nigeria is Ala, aardgodin en vruchtbaarheidsgodin, de dochter van de scheppergod Chukwu. Ze regeert over de onderwereld en is de moeder en koningin van de voorouders. Haar embleem is de koninklijke python, die door de Igbo hogelijk wordt gerespecteerd.[84]

Godin van de Liefde
[bewerken | brontekst bewerken]Bij de Yoruba is Vrouwe Oshun de godin van liefde, water, zuiverheid, vruchtbaarheid, sensualiteit en plezier. Ze is de echtgenote van Orunmila en deelt het patronage van divinatie met hem. Op een drum festival werd ze verliefd op de stormgod Shango en werd diens derde en favoriete vrouw. Oshun is een riviergodin, verleidelijk en rijk en vrijgevig. Haar kleur is geel en ze vertegenwoordigt de genezende kracht van koelte en water. Haar dieren zijn de gier en de pauw. Ze draagt een ketting van kauri schelpen, die de zestien schelpen symboliseren die gebruikt worden voor Erindinlogun divinatie. Ze kreeg ze van haar echtgenoot Oranmila, de god van divinatie. Eshu gebruikt daarentegen kolanoten voor divinatie. De positie waarin ze vallen op het divinatiebord wordt door de waarzegger (diviner) geïnterpreteerd.[85]
Zeegod
[bewerken | brontekst bewerken]Ol-okun is de god van de zee en rijkdom van de Yoruba. Hij woont in een paleis onder de zee en zendt soms vloedgolven naar de aarde. Zijn benen zijn slangen (mudfish) en soms wordt hij afgebeeld met hagedissen in zijn handen.[86]
Agbè en zijn tweelingvrouw Naètè van de Fon beheersen de zee.
Slang
[bewerken | brontekst bewerken]De slang wordt in de Afrikaanse mythologie geassocieerd met koninklijke macht. Het dier is mysterieus, angstaanjagend en zou onsterfelijk zijn, aangezien het steeds haar oude huid voor een nieuwe verwisselt. De slang is het symbool van vloeiende beweging.
Het universum wordt soms als een horizontaal doorsneden kalabas voorgesteld. Een goddelijke slang rolde zich rond de Aarde, om haar bij elkaar en stevig te houden. Hij droeg volgens de Fon God her en derwaarts, orde stichtend en alles onderhoudend door zijn voortdurende beweging. Waar ze stopten ontstonden bergen door de uitscheiding van de slang. Daarom worden er in de bergen schatten gevonden. De aarde dreigde door alle bergen, bomen en grote dieren te zwaar te worden en daarom vroeg de Schepper de slang om met de staart in de bek de aarde te ondersteunen. Apen in de zee voeden de slang met ijzeren balken. Als de slang zich verlegt zijn er aardbevingen en als hij geen ijzeren balken te eten krijgt moet hij zijn eigen staart opeten, waardoor de wereld eindigt en er land in zee verdwijnt. Er zijn 3500 wikkelingen van de slang boven en 3500 onder de Aarde. De bewegende wikkelingen rond de Aarde zetten de hemellichamen in beweging. Volgens een andere versie van het verhaal richtte de slang vier pilaren op op de kardinale punten om de hemelen te dragen en wikkelde het zich rond de pilaren om ze stevig rechtop te houden.[87]
In veel tradities wordt de slang vereerd als opperwezen. Door zijn vermogen zijn huid af te leggen, wordt de slang als oeroud beschouwd. Met de staart in de bek (ouroboros) is de slang het symbool van de oneindigheid, de eeuwigheid. Zo wordt hij afgebeeld in kunst en kledingpatronen, op muren geschilderd en in metaal vormgegeven.[88] Soms draagt 'hij' de aarde of houdt hemel en aarde aaneen. In veel verhalen wijzen slangen een vorst of een leider aan. De favoriete slang is de python, die niet giftig is. Bij de Igbo is de koninklijke python het embleem van de aardgodin Ala. Volgens de Lunda heerste de python Chinawezi over de aarde en het water. De Woyo van Congo zien Bunzi, de regenboog en regenmaker, als de slangedochter van de Grote Moeder Mboze. en Lebe, de eerste voorouder en eerste mens die stierf volgens de Dogon, leidde als een enorme slang de Dogon naar hun Bandiagara thuisland.[89]
De Fon in Dahomey (Benin, West-Afrika) vertellen de mythe van de slang Aido-Hwedo als dienaar van de vrouwelijke schepper Mawu.[90] Mawu-Lisa (vrouwelijk-mannelijk) was de androgyne schepper van de Fon.[91] Het koninkrijk Dahomey dankt haar naam aan de grote slang Da, die door Hwegbadja (Dako) in tweeën werd gesneden, nadat de slang hem gevraagd had of hij in zijn buik wilde bouwen: 'het land van Da's buik'. Hwegbadja had hem al meermaals gevraagd om land om er een huis op te bouwen. Hwegbadja werd de eerste koning van het koninkrijk van Dahomey van de Fon. Hij begon met regeren na de dood van de lokale leider Agwa-Gede, wiens voorouders van zee kwamen.[92]
De Ngbandi (Noord-Congo) beschouwden de slang als het oudste dier en 'vereerden de slang als hun oppergod en de geest van hun stam.' De slang stond volgens hen zelfs boven het vorstelijke luipaard, waar ze al groot ontzag voor hadden.[93]
In een aantal Afrikaanse culturen werd de slang geassocieerd met de voorouder die de stam had gesticht of naar hun land had gebracht. Zo kwamen volgens de Venda van de Bantoes, hun stamvaderen voort uit de oerpython Tharu. De Kom (Bamenda, noordwest Kameroen) vertelden dat hun voorouder, vóór een volksverhuizing, in een slang veranderde.[94]
De voorouder van de leiders van de Maasai kwam ook uit de hemel, als een jongen met een staart. Hij doodde de draak (endiàmassi) Nenaunir (Dikke Stok) met de hulp van zijn dochter. Het bloed van de draak maakte de aarde vruchtbaar.[95]
De hoge god van de Bassari in Togo is Unumbotte. Hij gaf de mensen zaden om te planten, maar verbood hen te eten van een boom met rood fruit, die ontsproot uit een der zaden. Zelf kwam hij wel eens in de zeven dagen van het fruit eten. Ukow, de slang, vroeg zich af waarom er niet van het fruit gegeten mocht worden en de man en vrouw aten er van. Toen Unumbotte kwam vroeg hij hen waarom ze naar de slang hadden geluisterd. "We hadden honger", was hun antwoord. Daarop bepaalde de hoge god wat iedereen voortaan zou eten en gaf de slang een medicijn (Njojo) zodat hij mensen zou bijten.[96] Het verhaal spreekt niet van eerste zonde, verbanning uit het paradijs of van een straf voor de slang, als in de Bijbel.
De Ashanti vertellen over de oorsprong van de mens, dat een man en vrouw uit de hemel neerdaalden, terwijl een andere man en vrouw uit de grond kwamen. De heer van de Hemel stuurde ook een python, die in een rivier ging wonen. De python leerde het eerste mensenpaar hoe kinderen te krijgen.[97]
Volgens het koninkrijk van Buganda overwon de eerste mens Kintu de slang Bemba met de list van een schildpad.[98]
Vloed
[bewerken | brontekst bewerken]De sub-Sahara mythologie kent de Vloed-mythe met als belangrijkste 'mythemes' (subthema's binnen een mythe): de vloed en de eerste mensen, de vloed die uit een boom voortkomt, niet als vergelding (bij de Pygmeeën), vloed door regen als vergelding van een god, gods kleindochter of berggeesten, vloed door een strijd tussen zon en maan, vloed uit een kan of kalebas, vergelding voor een moord of door een vloek.[99]
De 'plaats van de zeven heuvels' werd Kilwa Island, nadat een grote vloed het Mwerumeer had doen ontstaan tussen Zambia en de Congo. Volgens volken die ten zuiden van het meer wonen overleefde Kaponto de vloed, met zijn zuster en het volk Bwilile van de Clay Clan, door boten te bouwen. In de ondergelopen vlakte waren eerder, door een brand die door Kaponto was ontstaan, kleine mensen met grote hoofden omgekomen.[100]
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Belcher, S. (2005), African Myths of Origin, Penguin Classics
- Cotterell, A. (1999), Encyclopedie van de Wereld Mythologie, Afrika, p.248-257
- Parrinder, G. (1967), African Mythology
- Scott-Littleton, C. (2002), Mythologie, Stemmen van de voorouders, p.623-643
- Wellman, B. (2024), Ancient Africa and African Mythology
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel African mythology op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Voetnoten
[brontekst bewerken]- ↑ De San werden door Nederlandse kolonisten gedood en te werk gesteld, daarna door Britten tot uitroeiing toe opgejaagd.
- ↑ Met het 'Verdrag van Asebu' (1612) tussen de Fante staat en de Hollandse Republiek kon Fort Nassau in Mouri (Moree), Ghana, gevestigd worden, wat het begin was van Hollandse aanwezigheid op de Goudkust.
Bronnen
[brontekst bewerken]- ↑ The Origins, p. 59
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 10
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 88
- ↑ African Myths of Origin, p. 320
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 128, 136
- ↑ African Myths of Origin, p. 104
- ↑ African Myths of Origin, p. 38
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 10
- ↑ The Origins, p. 191-2
- ↑ The Origins, p. 318-321
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 12
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 12
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 10
- ↑ M. Witzel, The Origins of the World's Mythologies, p. 312
- ↑ The Origins, p. 386
- ↑ Godwin, Peter. Southern Africa's hunter-gatherers seek a foothold.. National Geographic. Gearchiveerd op 14 maart 2016.
- ↑ J.D. Lewis-Williams, D.G. Pearce, San Spirituality (2004), p. 112-115
- ↑ African Myths of Origin, p. 8
- ↑ African Myths of Origin, p. 248-252
- ↑ African Myths of Origin, p. 20
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 15
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 16
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 18-9, 20
- ↑ The Origins, p. 321
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 18
- ↑ The Origins, p. 313
- ↑ The Origins, p. 315
- ↑ The Origins, p. 317
- ↑ African Myths of Origin, p. 309
- ↑ Ancient Africa, p. 212-13
- ↑ The Origins, p. 319-20
- ↑ The Origins, p. 365
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 21
- ↑ African Myths of Origin, p. 97-103
- ↑ African mythology, parrinder, p. 91
- ↑ African Myths of Origin, p. 38
- ↑ Ancient Africa, p. 193
- ↑ Mythologie, p. 626-7
- ↑ Mythologie, p. 632
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 21
- ↑ African Myths of Origin, p. 309-12
- ↑ Ancient Africa, p. 196
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 21
- ↑ African Myths of Origin, p. 393-4, 414-16
- ↑ Ancient Africa, p. 196
- ↑ Ancient Africa, p. 197
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 34
- ↑ Cotterell, A, p.248
- ↑ Cotterell, A., p.253
- ↑ Cotterell, A., p.252
- ↑ Cotterell, A., p.255
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 41
- ↑ African Myths of Origin, p. 176-9
- ↑ African Myths of Origin, p. 66-8
- ↑ Ancient Africa, p. 206
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 44
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 67
- ↑ Ancient Africa, p. 196
- ↑ African Myhtology, Parrinder, p. 75
- ↑ African Myths of Origin, p. 104-5
- ↑ African Myths of Origin, p. 188-191
- ↑ African Myths of Origin, p. 196-214
- ↑ African Myths of Origin, p. 393-4, 414-16
- ↑ African Myths of Origin, p. 418-21
- ↑ African Myths of Origin, p. 288-9
- ↑ African Myths of Origin, p. 327
- ↑ African Myths of Origin, p. 262
- ↑ African Myths of Origin, p. 334-7
- ↑ African Myths of Origin, p. 353-55, 359
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 34-5
- ↑ Ancient Africa, p. 206
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 29-30
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 38
- ↑ African Myths of Origin, p. 289
- ↑ Ancient Africa, p. 208-210, 229
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 67
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 23-4
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 27
- ↑ African Myths of Origin, p. 309
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 72
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 75
- ↑ Ancient Africa, p. 206
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 77-8
- ↑ Ancient Africa, p. 210
- ↑ Ancient Africa, p. 209, 260
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 79
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 21-3
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 22
- ↑ Ancient Africa, p. 206, 215
- ↑ Mythologie, p. 630
- ↑ Mythologie, p. 629
- ↑ African Myths of Origin, p. 325
- ↑ Mythologie, p. 631
- ↑ Mythologie, p. 631
- ↑ The Origins, p. 320
- ↑ Frobenius, 1924, p. 75-6
- ↑ African Mythology, Parrinder, p. 50
- ↑ African Myths of Origin, p. 179
- ↑ The Origins, p. 354
- ↑ African Myths of Origin, p. 227-8