Afval Energie Bedrijf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Afval Energie Bedrijf
AEB bij avond. Op de voorgrond de dagelijkse afvaltrein uit Haarlem
AEB bij avond. Op de voorgrond de dagelijkse afvaltrein uit Haarlem
Hoofdkantoor Amsterdam
Sector Afvalverwerking en Energieopwekking
Website www.aebamsterdam.nl
Portaal  Portaalicoon   Economie

Het Afval Energie Bedrijf (AEB) is een afvalverwerkingsbedrijf in de Nederlandse stad Amsterdam. Het bedrijf, dat onderdeel is van de gemeente Amsterdam, verwerkt afval uit Amsterdam en uit de regio, en heeft de beschikking over twee afvalverbrandingsinstallaties in het Westelijk Havengebied. Deze installaties gebruiken de bij de verbranding vrijkomende warmte voor het opwekken van energie.

Verzelfstandiging[bewerken | brontekst bewerken]

AEB was een dienst van de gemeente Amsterdam en de belangrijkste taak was verbranden van huishoudelijk afval van Amsterdam en omringende gemeenten. Aan het einde van de 20e eeuw viel het besluit de capaciteit van AEB uit te breiden met een hoogrendement centrale (HRC), dit betekende ook een belangrijke uitbreiding van de capaciteit die de behoefte ruimschoots oversteeg. Om deze extra capaciteit te benutten werd ook bedrijfsafval en afval uit het buitenland aangetrokken. Na de bouw van de HRC vervulde AEB niet langer alleen een publieke functie, maar werd ook actiever op de commerciële markt. Hiermee kwam de verzelfstandiging van AEB een stap dichterbij. Op 10 december 2013 werd AEB Amsterdam opgericht en de inbreng van de gemeentelijke activiteiten heeft juridisch plaatsgevonden op 1 januari 2014. De aandelen zijn voor 100% in eigendom van de gemeente Amsterdam.[1]

Activiteiten[bewerken | brontekst bewerken]

Afvalverbranding[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds 1919 wordt het Amsterdamse afval verbrand, in dat jaar werd in Amsterdam-Noord een vuilverbrandingsinstallatie van de Stadsreiniging aan Zijkanaal I in gebruik genomen. In 1969 werd deze vervangen door de grotere AVI Noord (Afvalverwerkingsinrichting Noord). De afvalwerking verhuisde in 1993 naar de Australiëhavenweg in het Westelijk Havengebied.

Afvalenergiecentrale[bewerken | brontekst bewerken]

De huidige Afvalenergiecentrale aan de Australiëhavenweg werd in 1993 in gebruik genomen. De verbrandingsinstallatie heeft een capaciteit van 900.000 ton afval en slib, en produceert per jaar zo'n 525 GWh, wat overeenkomt met een continu vermogen van zo'n 64 MW. Amsterdam en regio leveren ruim de helft van het te verwerken afval. Als gevolg van het overschot aan verwerkingscapaciteit op de Nederlandse afvalmarkt wordt daarnaast buitenlands (voornamelijk Engels) afval aangetrokken om vollast te realiseren. Het elektrisch rendement bedraagt circa 22%. Daarnaast levert de centrale warmte aan de stadsverwarming via Westpoort Warmte NV, waardoor het energetisch rendement uitkomt op ca. 28%.

Hoogrendement centrale[bewerken | brontekst bewerken]

In 2007 is naast de Afvalenergiecentrale de Hoogrendement centrale (HRC) in gebruik genomen. Deze heeft een capaciteit van ongeveer 600.000 ton (bedrijfs)afval en slib per jaar. De centrale is ontworpen om elektriciteit op te wekken met een rendement van ten minste 30% en daarnaast stadswarmte. De centrale heeft forse aanloopproblemen gekend als gevolg van een breuk in de as van de generator. Na aanvankelijke ingebruikstelling in augustus 2007 moest de centrale daarom weer buiten gebruik worden gesteld. Sinds 2009 draait de nieuwe centrale stabiel.

Beide centrales tezamen verwerken dagelijks enkele honderden vrachtwagens met afval. Daarnaast kan afval worden aangevoerd over het water (het terrein ligt aan de Aziëhaven) en per spoor: het AEB beschikt over een eigen spooraansluiting op het raccordement Amsterdam Houtrakpolder. Tot halverwege 2015 werden daar wekelijks enkele afvaltreinen behandeld.

Naast het verwerken van brandbaar restafval beschikt AEB over zes Afvalpunten, een Depot gevaarlijk afval en een sorteercentrum voor elektrische apparaten. Op de Afvalpunten wordt grof afval zo gescheiden dat maximaal hergebruik mogelijk is. Op het Depot bijzonder afval (DBA) wordt gevaarlijk afval gesorteerd, opgeslagen en afgevoerd naar verschillende eindverwerkers. Ook hier wordt gekeken naar maximaal hergebruik van de diverse fracties. Bij het Regionaal Sorteer Centrum worden elektrische apparaten uit heel Noord-Holland verzameld, gesorteerd en afgevoerd naar erkende verwerkers. Ruim 80% van de elektrische apparaten kan worden hergebruikt.

Stillegging van een deel van de centrale[bewerken | brontekst bewerken]

In juli 2019 ontstonden er grote problemen bij het bedrijf. Als gevolg van tekort aan personeel en achterstallig onderhoud aan de installaties waren er al enkele branden geweest. Het AEB stond al enige tijd onder verscherpt toezicht van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. De toezichthouder vond dat de veiligheid niet meer kon worden gegarandeerd, waarna er vier van de zes verbrandingsovens werden stilgelegd. De verwerkingscapaciteit verminderde hiermee met 70%. Hierdoor moest een deel van het (bedrijfs)afval afgevoerd worden naar stortplaatsen buiten Amsterdam, terwijl het rioolslib van de naastgelegen rioolwaterzuivering van het het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht werd gestort in het Westelijk Havengebied. De financiële positie van het bedrijf is slecht, een acute sluiting van het AEB kon worden voorkomen, maar de gemeente Amsterdam moest samen met de banken voor miljoenen euro's bijspringen om het bedrijf overeind te houden.

De kiem voor de problemen waarmee het bedrijf in 2019 werd geconfronteerd werd gelegd in 2014, toen het bedrijf werd verzelfstandigd. Terwijl de gemeente Amsterdam dacht dat het bedrijf grote winsten zou kunnen behalen, bleek het niet de goudmijn te zijn waarop men had gehoopt. Vele miljoenen euro's werden geïnvesteerd, maar door overcapaciteit bleven de inkomsten onvoldoende, waarna er werd bezuinigd op onderhoud en personeel. Dit leidde in juli 2019 tot stillegging van vier van de zes verbrandingsovens. Begin oktober waren er weer vier ovens in gebruik en vanaf begin november zijn ze allemaal weer in bedrijf.[2]

Doordat het AEB de vrijkomende warmte levert aan het Amsterdamse warmtenet had de beperking van de capaciteit ook gevolgen voor de stadsverwarming. Dertigduizend huishoudens in Amsterdam hebben geen gas, maar stadsverwarming en dreigen in het winterseizoen in de kou komen te zitten als het bedrijf niet voldoende warmte (meer) kan leveren.[3] Door het plaatsen van dieselgeneratoren wordt getracht een tekort aan warmte te voorkomen.[4]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]