Ashoka

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ashoka
Ashoka in zijn strijdwagen
Detail van reliëf op Stupa 1 in Sanchi
Keizer
Regeerperiode 268 – 232 v.Chr.
Voorganger Bindusara
Opvolger Dasaratha
Vader Bindusara
Moeder Subhadrangi
Geboren Onbekend
Patliputra (nu Patna)
Gestorven 232 v.Chr.
Patliputra
Partner Asandhimitra
Devi
Karuvaki
Padmavati
Tishyaraksha

Ashoka de Grote (Brahmi: 𑀅𑀲𑁄𑀓, Asoka, Sanskriet: अशोक, IAST: Aśoka) was de heerser van het Mauryarijk van 268 tot 232 voor Christus. Na een bloedige en gewelddadige overwinning in de oorlog om Kalinga kreeg hij spijt van het leed dat hij met deze oorlog anderen had aangedaan en bekeerde zich tot het boeddhisme. De naam Ashoka betekent in het Pali vrij van zorgen, vrij van leed, vrij van verdriet.

Ashoka erfde en verenigde een enorm grondgebied, groter dan het huidige India. Tot zijn rijk behoorde het grootste deel van het Indische subcontinent, van het huidige Afghanistan tot Bengalen en zo ver zuidwaarts als Mysore.

Familie en vroege leven[bewerken | brontekst bewerken]

Ashoka was de zoon van de Mauryakeizer Bindusara en een koningin genaamd Dhamma. Ashoka had verscheidene oudere broers en zussen en één jongere: Vitasoka. Wegens zijn voorbeeldige intellect en strijdvaardigheid wordt gezegd dat hij de favoriete kleinzoon was van zijn grootvader Chandragupta Maurya. De legende gaat dat toen Chandragupta Maurya zijn imperium voor het jaïnistische monniksleven verruilde, hij zijn zwaard wegwierp. Ashoka vond het zwaard en hield het.

Heerschappij en bekering[bewerken | brontekst bewerken]

De belangrijkste gebeurtenis tijdens Ashoka's regeerperiode was zijn verovering van Kalinga, een van de laatste onafhankelijke staten in India, vandaag deel van de deelstaat Odisha. Het bloedvergieten waarmee deze verovering gepaard ging, door Ashoka zelf geschat op 100.000 doden en in slavernij afgevoerde gevangenen, vervulde hem dusdanig van afschuw dat hij besloot zich te bekeren tot het boeddhisme; hij streefde vanaf die tijd een filosofie van geweldloosheid na. Hoewel hij dit laatste niet tot haar uiterste consequentie doorvoerde (het leger, de doodstraf en slavernij bleven bestaan), was het voortaan afgelopen met veroveringsoorlogen. Ashoka demobiliseerde zijn leger, zijn netwerk van spionnen en een deel van zijn bureaucratie en het Maurya-rijk verleende voortaan staatssteun aan boeddhistische, jaïnistische en hindoeïstische bedelorden.[1] Bijgevolg wordt Ashoka in alle boeddhistische stromingen, maar vooral in het theravada, nog altijd beschouwd als een grote promotor en beschermer van het boeddhisme en als het voorbeeld van een ideale, vredesgezinde en rechtvaardige koning die het beste met zijn volk voorheeft.

In 250 v.Chr. vond onder de patronage van koning Ashoka de derde boeddhistische concilie plaats. Tijdens deze bijeenkomst werd de vroege canon opnieuw onder de loep genomen en werden monniken die het met de nieuwe lijn niet eens waren uit de gemeenschap (sangha) gezet. Na afloop van deze raadsvergadering zond koning Ashoka verscheidene groepen monniken naar verschillende regio's in de aan hem bekende wereld, waaronder Bactrië, Ladakh, Nepal, Myanmar, Thailand en Sri Lanka en mogelijk ook naar Alexandrië (in het huidige Egypte), Antiochië (in het huidige Turkije) en Athene. Voorheen had Sakyamuni Boeddha hetzelfde gedaan; ook die zond zijn monniken naar verschillende regio's uit.

Vroege geschiedenis van het boeddhisme voor meer informatie over de bekering en boeddhistische missies van koning Ashoka

De pilaren en edicten van Ashoka[bewerken | brontekst bewerken]

Embleem van India
Zie Edicten van Ashoka en Pilaren van Ashoka voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Het huidige embleem van India is een weergave van de top van een van de pilaren van koning Ashoka, gevonden in Sarnath. Ook de vlag van India bevat een onderdeel van dezelfde pilaar. Koning Ashoka liet deze pilaren van Ashoka op belangrijke plaatsen in zijn rijk neerzetten. Op deze pilaren, maar ook op rotsen en in grotten, waren de edicten van Ashoka aangebracht, inscripties over het religieuze leven, zijn beleid als koning en over hervormingen die hij doorvoerde. De religieuze inscripties betreffen veelal praktische boeddhistische leringen, maar ook leringen van andere religies als het jaïnisme en het brahmanisme. In deze inscripties maande koning Ashoka zijn volk ook aan om religieuze tolerantie te praktiseren.

Citaat[bewerken | brontekst bewerken]

De Britse auteur H.G. Wells schreef over koning Ashoka:

In de geschiedenis van de wereld zijn er duizenden koningen en keizers geweest die zich 'grootheid', 'majesteit' en 'edelachtbare' noemden. Zij glansden voor een kort ogenblik, en verdwenen snel. Maar Ashoka glanst en glanst helder als een heldere ster, zelfs tot de dag van vandaag.

Galerij[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Ananda W.P. Guruge, Asoka, the Righteous. A Definitive Biography, 1993. ISBN 9559226002
  • Patrick Olivelle, Janice Leoshko en Himanshu Prabha Ray (eds.), Reimagining Asoka. Memory and History, 2012. ISBN 0198078005

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Ashoka van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.