Beenmerg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beenmerg

Het beenmerg[1] of de medulla ossium[2] is de sponsachtige, rode substantie die zich bevindt in het binnenste van beenderen, vooral in het bekken, het borstbeen, de ribben en de ruggenwervels.

Functie[bewerken]

Beenmerg speelt een belangrijke rol bij het vormen van botweefsel. Maar het is vooral bekend omdat in beenmerg multipotente stamcellen zitten. Uit de stamcellen die zich in het beenmerg bevinden worden bloedcellen gemaakt; witte bloedcellen (leukocyten), rode bloedcellen (erytrocyten) en bloedplaatjes (trombocyten). Dit proces heet hematopoëse. Bij te veel wittebloedcellen (leukocyten) kan de ziekte leukemie, een vorm van kanker, ontstaan.

Opbouw[bewerken]

Midden in het bot zit een holte, de mergholte (= cavum medullare [3]). De mergholte is gevuld met een netwerk van bloedvaten. Verspreid tussen deze vaten liggen verschillende soorten cellen die samen het rode merg (= medulla ossium rubra [2]) vormen; voornamelijk hematopoëtische cellen. Dit zijn de cellen die de rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes aanmaken. Verder bestaat merg nog uit het gele merg (= medulla ossium flava [2]); dit zijn vetcellen, ook wel adipocyten genoemd. Bij vogels kan er mergbot voorkomen, dat belangrijk is voor de eileg.

Overzicht hematopoëtische stamcel rode beenmerg[bewerken]

Hematopoëse
Leukopoëse Erytropoëse Trombopoëse
Myeloblast Monoblast Lymfoblast Pro-erytroblast Megakaryoblast
Erytroblast
Normoblast
Promyelocyt Monocyt Lymfocyt Reticulocyt Megakaryocyt
Neutrofiele granulocyt Basofiele granulocyt Eosinofiele granulocyt Macrofaag B-cel T-cel NK-cel Mastocyt Erytrocyt Trombocyt

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  2. a b c Federative Committee on Anatomical Terminology (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  3. Triepel, H. (1910). Nomina Anatomica. Mit Unterstützung von Fachphilologen. Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.