Belgenmonument (Amersfoort)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Belgenmonument anno 2009

Het Belgenmonument is een monument op de Amersfoortse Berg in Amersfoort. Belgische militairen bouwden het ter herinnering aan de internering in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog als werkverschaffings- en leerproject. Het is in omvang het grootste monument van Nederland.[1]

Belgische geïnterneerden in Nederland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Belgische vluchtelingen in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vooral ten tijde van de Duitse aanval op de vesting Antwerpen, van augustus tot begin oktober 1914, vluchtten talloze Belgen naar het in de Eerste Wereldoorlog neutrale Nederland. Schattingen spreken van ongeveer een miljoen burgers en de Nederlandse regering interneerde meer dan dertigduizend militairen.[2] De militairen werden aan de Nederlandse grens ontwapend. Voor zover ze niet in burgerkleren naar huis konden terugkeren of zich via Engeland weer bij het Belgische leger voegen, werden ze in Nederland geïnterneerd. Ze werden in eerste instantie overgebracht naar kazernes, bijvoorbeeld de Juliana van Stolbergkazerne te Amersfoort, waar op 13 oktober 1914 16.500 Belgische militairen waren ondergebracht terwijl de kazerne bestemd was voor de legering van vierduizend man. Belgische officieren werden in pensions en dergelijke ondergebracht; ze genoten een zekere bewegingsvrijheid en konden vaak hun familie laten overkomen. Voor de soldaten liet de Nederlandse minister van Oorlog speciale interneringskampen bouwen.[3]

Meerdere kampen werden bij Zeist uit de grond gestampt, op grondgebied van de gemeente Soest. Het eerste kamp daar werd op 3 november 1914 in gebruik genomen. Het bestond uit 26 barakken, in elk daarvan werd 250 man ondergebracht. In een tweede kamp werden enige tijd later nog eens zesduizend man gehuisvest. De kampen werden zwaar bewaakt en er omheen was een versperring van prikkeldraad aangelegd. De leefomstandigheden waren er slecht, de barakken werden niet verwarmd. Om de ratten te bestrijden werd door de kampleiding voor elke dode rat een beloning uitgeloofd van tweeënhalve cent.[4]

Op 2 december 1914 brak onder de geïnterneerden te Zeist een opstand uit. Bij het neerslaan hiervan vielen acht doden en achttien gewonden. Toen het nieuws hierover bekend werd ging er een golf van verontwaardiging door Nederland en werd de verantwoordelijke minister van Oorlog gedwongen de kampen te reorganiseren en het regime te humaniseren. Zo kregen – mede in verband met een tekort aan arbeidskrachten ten gevolge van de langdurige mobilisatie – vanaf april 1915 steeds meer Belgische soldaten toestemming om buiten hun kamp te werken en werden er in 1916 en 1917 voor de vrouwen van geïnterneerden kampen gebouwd in de omgeving.[5]

Monument[bewerken]

Reliëf met Pax, godin van de vrede
Een van de reliëfs van Hildo Krop

In oktober 1916 werd door de Centrale Commissie der Werkscholen van de geïnterneerde Belgen in Nederland die onder leiding stond van Omer Buyse, bij burgemeester en wethouders van Amersfoort het voorstel ingediend om een gedenkteken op te richten als blijk van waardering voor de genoten gastvrijheid. De commissie wilde tussen de Utrechtseweg en de Fockemalaan een monument bouwen om Nederland te bedanken voor hetgeen gedaan werd voor de geïnterneerden militairen en hun gezinnen. Het zou na voltooiing overgedragen worden aan de gemeente Amersfoort.[6] De gemeenteraad vergaderde diezelfde maand nog over het voorstel en ging unaniem akkoord.

De Belgische architect Huib Hoste maakte een ontwerp voor de beoogde plek op de Amersfoortse Berg, met ruim drieënveertig meter een van de hoogste toppen van de Utrechtse Heuvelrug. De landschappelijke inpassing was het werk van de Belgische tuinarchitect Louis van der Swaelmen. In mei 1917 werd gestart met de werkzaamheden. Het zou tot het voorjaar van 1919 duren voordat het monument geheel gereed was.[7] Het werk aan het monument werd uitgevoerd door geïnterneerde Belgische soldaten, leerlingen van de werkscholen in de kampen.

De officiële overdracht aan het gemeentebestuur van Amersfoort heeft lang op zich laten wachten. Aanvankelijk zou de overdracht in 1917 plaatsvinden. Vanwege de uiterst gespannen verhoudingen tussen Nederland en België na de beëindiging van de Eerste Wereldoorlog werd de overdrachtsdatum steeds uitgesteld. Pas op 22 november 1938 vond de officiële plechtigheid plaats. Koningin Wilhelmina en koning Leopold III onthulden toen gezamenlijk een gedenkplaat.[8][9]

Het monument is opgetrokken in een stijl die verwant is aan de Amsterdamse School. Dit blijkt uit de plasticiteit van de bouwmassa's, de toegepaste metselverbanden met diepe voegen en de uitvoering van onderdelen als deuromlijstigen, deuren en hekwerken.[10] Het monument bestaat uit twee delen: het hoofdgebouw en een muur met kunstwerken.

Hoofdgebouw[bewerken]

Het hoofdgebouw is ca. 18 meter breed en heeft drie pylonen (zuilen) van twaalf en veertien meter hoog. Aan weerszijden van de middelste pyloon bevinden zich trappen die naar twee ruimtes leiden. In een ervan worden de gestorven Belgische geïnterneerden herdacht, de andere is gewijd aan koningin Wilhelmina en koning Leopold III.

Op de middelste pyloon werd aan de westzijde van het monument in baksteen het wapen van België weergegeven en een reliëf met als thema de terugkeer naar het vaderland. Aan de oostzijde is Nederlandse leeuw te zien met een reliëf dat de vredesgodin Pax voorstelt. De kunstwerken aan het hoofdgebouw zijn ontworpen door de Zwitserse beeldhouwer François Gos.

Muur en tuin[bewerken]

De muur

Zestig meter achter het hoofdgebouw en vier meter lager bevindt zich een muur met reliëfs van de Nederlandse beeldhouwer Hildo Krop. In 1957 werden deze en alle andere beeldhouwwerken van het monument onder supervisie van de toen 72-jarige Krop vervangen door uitvoeringen in Franse kalkzandsteen omdat ze aangetast waren door betonrot.[11]

Tussen het hoofdgebouw en de muur lag een carrévormig pad. Daarbinnen was een door een ligusterhaag afgesloten terrein met begroeiing in de vorm van eikenhakhout. In 1998 zijn bij een restauratie ligusterhaag en eikenbosje verwijderd. In plaats daarvan is een taxushaag geplant.

Carillon[bewerken]

In 1967 is op de middelste zuil van het monument een carillon van de klokkengieterij Eijsbouts geplaatst. Dit carillon stond eerder op de Expo wereldtentoonstelling in Brussel en in 1959 op een tentoonstelling in Amersfoort.[12] Het carillon doet dienst als oefenbeiaard van de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort. In 1995 werd de 42-delige beiaard met zes klokken uitgebreid.

Restauraties[bewerken]

Na de eerste restauratie in 1957 en de plaatsing van het carillon in 1967 werden in 1973 twee plaquettes vervangen.[10] In 1987 kwam naar voren dat voor het voortbestaan van het monument een grondige opknapbeurt noodzakelijk was. Herstelwerkzaamheden moesten worden uitgevoerd aan hoofdgebouw, muur, trappen en tuinen. Het project was in het jaar 2000 voltooid en werd officieel afgesloten door de Belgische ambassadeur in Nederland J. Swinnen en de commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht B. Staal. Ook de sinds lang niet meer functionerende fontein werd toen opnieuw in werking gesteld.[13] In 2000 is het Belgenmonument opgenomen in het register van rijksmonumenten.[14][15]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft mediabestanden op de pagina Belgenmonument (Amersfoort).