Bijen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Bij)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijen
Een honingbij (Apis mellifera) bestuift een bloem.
Een honingbij (Apis mellifera) bestuift een bloem.
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Hymenoptera (Vliesvleugeligen)
Onderorde:Apocrita
Superfamilie:Apoidea
n.v.t.
Antophila
Latreille, 1802
Afbeeldingen Bijen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten
Andrena personata, uit een collectie.
Kleine sachembij (Anthophora bimaculata) op zandblauwtje.

Bijen (Antophila) zijn een groep van insecten die behoren tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera). Bijen zijn vooral bekend om de honing die de honingbij maakt. Bijen verschillen van de meeste andere (vleesetende) vliesvleugeligen door het dieet van nectar en stuifmeel. Ook de larven leven hiervan. Biologisch gezien vormen de bijen echter géén aparte groep. Alle soorten bijen behoren tot de superfamilie Apoidea, waartoe ook alle graafwespen behoren.

Slechts enkele bijensoorten leven in volken maar er zijn vele soorten solitaire bijen. Tegenwoordig zijn er circa 20.000 bijensoorten beschreven, hoewel het eigenlijke aantal waarschijnlijk hoger ligt. Bijen komen voor op ieder continent, met uitzondering van Antarctica, in alle ecosystemen waarin tweezaadlobbige planten groeien. Men onderscheidt onder andere eusociale bijen en solitaire bijen. Hommels behoren ook tot de bijen, ze kunnen beschouwd worden als bijen met een langere beharing, waardoor ze in koelere streken kunnen overleven.

Bijen behoren tot de Antophila, een groep die geen rang heeft en onder de rang van superfamilie geplaatst is. Antophila betekent vrij vertaald 'bloemen-aanbidder'. Een verouderde naam is Apiformes, dat 'bij-achtigen' betekent.

Door imkers worden honingbijen gehouden (apicultuur) voor de productie van honing en in de fruitteelt voor de bevruchting van bloesem.

Voeding[bewerken]

Bijen leven van nectar, van het stuifmeel van bloemen en van andere zoete afscheidingen zoals honingdauw. De honing is de overwinteringsvoeding voor de honingbijen. De larven worden grootgebracht met voedersappen. Voedersappen worden door voedsterbijen geproduceerd en zijn een mengsel van eiwitrijke lichaamseigen afscheidingen van de voedersapklieren, nectar en stuifmeel.

Honing is voor de bijen hun wintervoorraad. Imkers nemen deze (deels) weg en geven de bijen daarvoor suikerwater in de plaats.

Bijensterfte[bewerken]

Bijen kunnen last krijgen van parasieten. Bij honingbijen is een besmetting met de varroamijt (acariose) berucht. Onverklaarde bijensterfte wordt sinds het begin van de eenentwintigste eeuw gezien als een serieuze bedreiging voor het milieu.

Ecologische betekenis[bewerken]

Bijen zijn belangrijk voor de bestuiving van vele planten en bloesems en hebben daarom indirect een rol van ongeveer dertig procent in de keten van al het menselijk voedsel. In Australië en Nieuw-Zeeland wordt de rol bij de bestuiving overgenomen door andere dieren zoals vogels, vliegen of vleermuizen.

Educatie[bewerken]

Imkers verzorgen soms lessen over de bij op basisscholen in Nederland. Dit heeft sinds de massale bijensterfte meer aandacht gekregen.

Het praten over 'bloemetjes en bijtjes' kan daarbij equivalent zijn voor de seksuele voorlichting.

Taxonomie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Voor een uitgebreide taxonomie van de bijen zie Taxonomie van de bijen.

De volgende families zijn ingedeeld bij de bijen:

Voorkomen in Nederland[bewerken]

Ten opzichte van andere Europese landen is in Nederland de bijensterfte het grootst.[1]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van bijen in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Video van de wilgenhommel (Bombus cryptarum).

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek