Bohemien

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Pierre-Auguste Renoir (1868): De bohémienne (In de zomer)

Een bohemien is in de oorspronkelijke betekenis het Franse woord (bohémien) voor een inwoner van Bohemen, het westelijke deel van Tsjechië. Omdat in Frankrijk aanwezige zigeuners beweerden uit Bohemen afkomstig te zijn, werd bohemien in Frankrijk een naam voor de Roma.

In de negentiende eeuw ontstond een nieuwe niet-traditionele levenshouding, namelijk die van de stedelijke bohème-kringen, waarvan de aanhangers zichzelf bohemien gingen noemen, daarmee suggererend dat zij het (verondersteld) onbezorgde leven van de zigeuners imiteerden. De bohemien misprees de burgerlijke levenswijze die sinds de Franse Revolutie dominant werd en trok zich terug in een geïsoleerde sfeer aan de rand van de samenleving. Hij leidde een ongeregeld leven, los van maatschappelijke conventies als het huwelijk en vaak omringd door zielsverwanten.

Bekende kunstenaars die vaak als bohemien omschreven worden, zijn Amedeo Modigliani, Erik Satie en Henri de Toulouse-Lautrec. Arthur Rimbaud schreef op zestienjarige leeftijd het gedicht Ma Bohème, waarin hij het bestaan van een zwerver verheerlijkt. Ook Gustave Courbet verkondigde in 1850 dat hij de beschaafde samenleving zou inruilen voor het zwervende en onafhankelijke leven van een bohemien.[1] In Scènes de la Vie de Bohème uit 1851 beschrijft Henri Murger dit milieu in Parijs. Dit boek vormde de bron voor een opera van Puccini, La bohème. De film Moulin Rouge! (2001) heeft ook het bohemien-milieu in Parijs aan het begin van de 20e eeuw als achtergrond.

Begin 20e eeuw kreeg ook Greenwich Village in New York de reputatie van een bohemien-buurt. Zo heeft onder meer B.F. Skinner het over 'bohemian living in Greenwich Village.'[2]

Zie ook[bewerken]