Brieven van Johannes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De brieven van Johannes zijn drie Bijbelboeken uit het Nieuwe Testament, die volgens de gangbare historische inzichten geschreven zijn rond 90 tot 100 na Christus.

Ze worden tot de algemene zendbrieven gerekend omdat de afzender er niet duidelijk in staat vermeld. In de christelijke traditie wordt de apostel Johannes als de schrijver gezien. Ten aanzien van de eerste brief wordt dat algemeen aanvaard, ten aanzien van de tweede en derde brief wordt dat betwist. In de inleiding van beide laatste brieven maakt de schrijver zich bekend als de 'oudste' ('presbyter' van het Griekse presbyteros). Daarom wordt wel verondersteld dat de auteur van deze twee brieven een andere zou zijn dan die van de eerste brief. Deze veronderstelde andere auteur duidt men dan aan als Johannes de Presbyter.

In de toelichting van de Nieuwe Bijbelvertaling wordt erop gewezen dat wat stijl en denkwereld betreft de drie brieven sterk op elkaar lijken en dat daarom een zelfde schrijver voor de hand ligt. In het kerkhistorische werk van kerkvader Eusebius van Caesarea lijkt bisschop Papias (uit het begin van de tweede eeuw) een onderscheid tussen Johannes de apostel en Johannes de presbyter te maken. Omdat Papias de apostelen in het algemeen als presbyters aanduidt, kan Papias hiermee echter dezelfde persoon op het oog hebben gehad. Ook het gegeven dat de christelijke traditie al zo snel Johannes de apostel als schrijver van deze drie brieven heeft aangemerkt, kan er op wijzen dat alleen iemand met zijn gezag deze brieven geschreven kan hebben omdat ze anders niet zouden zijn aanvaard.[1][2]

Zie ook[bewerken]

Noten
  1. Het leven is geopenbaard: bijbelstudies bij de eerste brief van Johannes, Henk Medema, 1993, Uitgeverij Medema - Vaassen, ISBN 90-6353-208-3
  2. In de Bijbel met kanttekeningen (NBG-vertaling 1951) schrijft H. van der Loos dat Papias de apostel Johannes als presbyter zou hebben aangeduid.